HERHALING bijvoeglijke naamwoorden

herhaling- boek B (V1)
bijvoeglijke naamwoorden
(adjectif)
chapitre 5 boek B (page 43)
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

herhaling- boek B (V1)
bijvoeglijke naamwoorden
(adjectif)
chapitre 5 boek B (page 43)

Slide 1 - Tekstslide

het bijvoeglijk naamwoord


--> een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord <--

Slide 2 - Tekstslide

het bijvoeglijk naamwoord
  1. mon copain est grand
  2. ma copine est grande
  3. son caractère est différent
  4. sa personnalité est différente
  5. mon frère est embêtant
  6. mes frères sont embêtants
Hier valt op dat het bijvoeglijk naamwoord verandert. Er wordt een e bij de vrouwelijke vorm toegevoegd of een s bij meervoud.
}

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

SimonRegel
Simon       Simone

Simons       Simones
m/e
v/e
m/m
v/m

Slide 5 - Tekstslide

-> sleep de goede vorm (blauw) naar de goede plek (wit) <-
-
-e
-s
-es
petit
petits
petite
petites

Slide 6 - Sleepvraag


Les lunettes (v/m) sont (zwart)
A
noir
B
noirs
C
noire
D
noires

Slide 7 - Quizvraag


Amélie a un sac (groen).
A
vert
B
verts
C
verte
D
vertes

Slide 8 - Quizvraag


Les cheveux (v/m) de Paul sont (blond)
A
blond
B
blonds
C
blonde
D
blondes

Slide 9 - Quizvraag


Manon a les yeux (m/m) (blauw)
A
bleu
B
bleus
C
bleue
D
bleues

Slide 10 - Quizvraag

bijvoeglijk naamwoord die eindigen op -e of -s

-> Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een -e ?
Dan krijgt het GEEN extra e bij de vrouwelijke vorm
un garçon timide - une fille timide

-> Eindigt een bijvoeglijk naamwoord op een -s ?
Dan krijgt het GEEN extra s bij de mannelijke vorm in het meervoud
un éléphant gris - des éléphants gris

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video


Anton et Jules sont (nederlands)
A
néerlandais
B
néerlandaise
C
néerlandaises
D
néerlandaiss

Slide 13 - Quizvraag

Elisabeth est _________.
A
néerlandais
B
néerlandaiss
C
néerlandaise
D
néerlandaises

Slide 14 - Quizvraag


Job est (verlegen)
A
timide
B
timides
C
timid
D
timidee

Slide 15 - Quizvraag


ma mère a une voiture (grijs)
A
gris
B
griss
C
grise
D
grises

Slide 16 - Quizvraag


mes tantes sont (rustig)
A
calm
B
calms
C
calme
D
calmes

Slide 17 - Quizvraag

onregelmatige vormen

sommige bijvoeglijke naamwoorden hebben onregelmatige vormen
deze onregelmatige vormen moet je UIT JE HOOFD STAMPEN



   
 
Il est beau
Elle est belle
Ils sont beaux
  Elles sont belles
Il est nouveau
Elle est nouvelle
Ils sont nouveaux
Elles sont nouvelles
Il est vieux
 Elle est vieille
Ils sont vieux
Elles sont vieilles

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video


mes tantes sont (oud)
A
viells
B
vielles
C
vieilles
D
vielle

Slide 20 - Quizvraag


mes lunettes sont (nieuw)
A
nouveau
B
nouveaux
C
nouvelle
D
nouvelles

Slide 21 - Quizvraag


j'adore mon t-shirt, il est (mooi)
A
beau
B
beaux
C
belle
D
belles

Slide 22 - Quizvraag

Le restaurent est ___________.
A
grand
B
blond
C
intelligent
D
grande

Slide 23 - Quizvraag

Alex et Fred sont ________.
A
calmee
B
calmes
C
calm
D
calme

Slide 24 - Quizvraag

Les cousines sont ___________.
A
française
B
français
C
France
D
françaises

Slide 25 - Quizvraag

meer oefenen met bijvoeglijke naamwoorden?

naast jouw werkboek vind je op internet veel oefeningen, zoals bijvoorbeeld deze site:

https://www.studeersnel.nl/nl/document/csg-bogerman-vakcollege-havo-vwo/frans/extra-oefening-bijvoeglijk-naamwoord/86506008

Slide 26 - Tekstslide