4.4 Indicatoren en categorieen

Les 1
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

§4.4 Indicatoren en categorieën

Slide 4 - Tekstslide

Pagina 87
Wat leer deze les?
  • Je weet wat indicatoren zijn en kunt deze toepassen
  • Je weet wat een sociale catogerie is en hoe je dit kunt toepassen.

Ik weet...

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conceptueel model
In een conceptueel model wordt de invloed van variabelen weergeven, bijvoorbeeld:  
Sekse
Loon

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt onderzoek doen naar het verband tussen inkomen en geluk. Is dit conceptueel model juist?

Hoger inkomen --> meer geluk
A
Ja
B
Nee, het is gebaseerd op een foute hypothese
C
Nee, de variabelen zijn niet juist verwoord
D
Nee, dit is zo niet goed meetbaar.

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt onderzoek doen naar de invloed van inkomen op geluk. Wat is dan de onafhankelijke variabele?
A
Inkomen
B
geluk
C
kan je zo niet zeggen
D
Inkomen en geluk zijn niet afhankelijk van elkaar

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede hypothese?
A
Hebben jongens een hoger IQ?
B
Hebben jongens een hoger IQ dan meisjes?
C
Hebben meisjes een hoger of lager IQ dan jongens?
D
Meisjes hebben een hoger IQ dan jongens.

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Operationaliseren
De manier waarop de centrale verschijnselen in het onderzoek worden gemeten. Dit doe je aan de hand van indicatoren. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicatoren
Met een indicator maak je een variabele meetbaar op een bepaald niveau, bijvoorbeeld:
Opleidingsniveau
Wat is uw hoogst genoten opleiding? 
- Basisschool
- Vmbo/mavo/mbo
- Havo of vwo
- Hbo
- Universiteit

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Operationaliseren 
Hoe ga je deze variabelen meten?
Meetbaar maken noemen we operationaliseren

Hiervoor gebruiken we een indicator

Voorbeeld: variabele leeftijd,  indicator geboortejaar
of variabele intelligentie, indicator IQ

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicatoren
Met een indicator maak je een variabele meetbaar op een bepaald niveau, bijvoorbeeld:
Opleidingsniveau
Wat is uw hoogst genoten opleiding? 
- Basisschool
- Vmbo/mavo/mbo
- Havo of vwo
- Hbo
- Universiteit

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een juiste indicator van de variabele 'bedrijfstak'?
A
Landbouw
B
Het Insala ziekenhuis
C
De NAVO
D
De Tweede Kamer

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
maak vraag 4
examenopgave

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord
2022 tijdvak 1
timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale categorieën
Onder sociale categorieën vallen mensen die bepaalde kenmerken deen, maar hebben geen interactie met elkaar

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les 2

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat leer deze les?
  • Je weet wat welke eisen aan onderzoek worden gesteld.
  • Je kunt de begrippen Betrouwbaar, validiteit en representativiteit toepassen  


Ik weet...

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eisen aan onderzoek 
1. Betrouwbaar
2. Valide
3. Representatief

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eisen aan onderzoek
Een meetinstrument is betrouwbaar als dezelfde meting ongeveer dezelfde resultaten oplevert.


Representativiteit houdt in dat een steekproef de beoogde populatie daadwerkelijk weerspiegelt en niet alleen een deel daarvan. 
Validiteit houdt in dt de onderzoek meet wat hij wilt meten

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Validiteit en betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid
  • Nauwkeurigheid (voorkomen van onnodige fouten)
  • Herhaalbaarheid (krijg ik dezelfde resultaten, als ik het later nog een keer onderzoek)

Als je vraagt wie de beste spits uit de Eredivisie is aan alleen Ajax-supporters, dan krijg je geen betrouwbaar antwoord.


Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid
Betrouwbaarheid gaat enerzijds over de nauwkeurigheid van het onderzoek: berusten de resultaten niet op toeval. En anderzijds over de herhaalbaarheid van het onderzoek.
>> Is het onderzoek vrij van willekeurige meetfouten?
>> Levert herhaling van het onderzoek hetzelfde resultaat op? 

bv. een test om IQ van persoon te meten

2x IQ test bij een persoon - resultaat is 2x 120 = betrouwbaar

2x IQ test bij een persoon - resultaat is 105 en 140 = niet betrouwbaar

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Validiteit
Validiteit gaat over of je als onderzoeker meet wat je wilt meten.

bv. 
crimineel gedrag onder hangjongeren meten> Wat versta je dan onder criminaliteit?
 
Thermometer die niet de juiste temperatuur meet is niet valide


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interne validiteit
Validiteit gaat over of je als onderzoeker meet wat je wilt meten.

Er wordt gekeken naar  experimentele opstellingen -> ben je er zeker van dat de experimentele manupilatie de oorzaak is of kan het ook door iets anders komen


Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

externe validiteit
Validiteit gaat over of je als onderzoeker meet wat je wilt meten.

Gaat over generaliseerbaarheid van een onderzoek. Zou je de resulaten op een andere locatie ook krijgen. Een gecontroleerd expiriment komt in de realiteit niet voor en daarom is de externe validieit van  interview en enquete ook hoger.


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Representativiteit
Representativiteit gaat erover of een steekproef een dwarsdoorsnede is van de totale onderzoeksgroep.

bv. heb je iedereen gesproken om betrouwbare antwoorden te kunnen geven




Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
maak vraag 4
examenopgave

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt iemands gewicht meten door hem op te tillen.
A
Betrouwbaarheid
B
Validiteit
C
Representativiteit

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt weten wie de beste spits van de eredivisie is en kijkt alleen naar wie de meeste goals heeft gescoord.
A
Betrouwbaarheid
B
Validiteit
C
Representativiteit

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt weten wie de beste spits van de eredivisie is en vraagt dat alleen aan Ajax-supporters.
A
Betrouwbaarheid
B
Validiteit
C
Representativiteit

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt onderzoek doen naar hoeveel mensen de krant lezen en vraagt hoe vaak mensen het nieuws volgen.
A
Betrouwbaarheid
B
Validiteit
C
Representativiteit

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt onderzoek doen naar hoeveel mensen in Nederland de krant lezen en vraagt dit alleen aan jongeren.
A
Betrouwbaarheid
B
Validiteit
C
Representativiteit

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je wilt onderzoek doen naar hoeveel mensen in Nederland de krant lezen en vraagt dit tijdens de zomervakantie
A
Betrouwbaarheid
B
Validiteit
C
Representativiteit

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Toepassen
timer
10:00
Uitkomst: 
Centraal bespreken
Klaar?:
maak vraag 4
examenopgave

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

timer
10:00

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid in een onderzoek betekent...
A
Het onderzoek is helder over de manier van onderzoek doen, verzamelde gegevens en analyse.
B
In het onderzoek wordt gemeten met helder omschreven standaarden.
C
Herhaling van het onderzoek levert dezelfde resultaten op.
D
Een dwarsdoorsnede van de totale onderzoekspopulatie wordt onderzocht.

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Validiteit in een onderzoek betekent...
A
Een dwarsdoorsnede van de totale onderzoekspopulatie wordt onderzocht.
B
Herhaling van het onderzoek levert dezelfde resultaten op.
C
Het onderzoek is helder over de manier van onderzoek doen, verzamelde gegevens en analyse.
D
In het onderzoek wordt gemeten met helder omschreven standaarden.

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Representativiteit in een onderzoek betekent...
A
In het onderzoek wordt gemeten met helder omschreven standaarden.
B
Herhaling van het onderzoek levert dezelfde resultaten op.
C
Een dwarsdoorsnede van de totale onderzoekspopulatie wordt onderzocht.
D
Het onderzoek is helder over de manier van onderzoek doen, verzamelde gegevens en analyse

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies