Werken aan Nederlands - Spelling 2 - Hoofdstuk 9 Woorden met twee klankgroepen (op -ig of -lijk)

Hoofdstuk 9 
Woorden met twee klankgroepen (op -ig of -lijk)
1 / 6
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpellingPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 6 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 9 
Woorden met twee klankgroepen (op -ig of -lijk)

Slide 1 - Tekstslide

Doel:
Je leert woorden met twee klankgroepen
(op -ig en -lijk)

Slide 2 - Tekstslide

Twee klankgroepen?
Een woord dat twee klankgroepen heeft, bestaat uit twee delen.

Bijvoorbeeld:
jarig -> ja -rig
gierig -> gie-rig

Slide 3 - Tekstslide

Meer klankgroepen?
Er zijn ook woorden met meer dan twee klankgroepen. Hier gaan we het volgende week over hebben.

Voorbeeld:
geduldig -> ge-dul-dig                                
onmogelijk -> on-mo-ge-lijk

Slide 4 - Tekstslide

Woorden met twee klankgroepen op -ig

Het achtervoegsel -ig klinkt als -ig en schrijf je als -ig


Je hoort:
Je schrijft:
aardig
aardig
jarig
jarig
gierig
gierig

Slide 5 - Tekstslide

Woorden met twee klankgroepen op -lijk

Het achtervoegsel -lijk klinkt als -lik/luk en schrijf je als -lijk


Je hoort:
Je schrijft:
vrolik /  vroluk
vrolijk
eerlik / eerluk
eerlijk
heerlik / heerluk
heerlijk

Slide 6 - Tekstslide