2.1 Licht en zicht

2.1 Licht en zicht
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

2.1 Licht en zicht

Slide 1 - Tekstslide

Welkom in de les

aantekeningenschrift 

Aandacht

chrombook met LessonUp


Slide 2 - Tekstslide

Vandaag
Start met onderwerp Licht
Uitleg 2.1 
Oefenen in LessonUp 
Maken opgave uit het boek 

 


Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen 2.1 Licht en zicht
  • weten jullie wat het begrip licht is.
  • Kunnen jullie voorbeelden van kunstmatige en natuurlijke lichtbronnen noemen.
  • Kunnen jullie een schaduw tekenen en benoemen.


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

2.1 Licht en zicht
Licht is een vorm van
Straling.

Er zijn meerdere soorten straling zoals ultraviolette straling en infrarode straling.

De zon zendt licht uit.
De zon straalt.

Slide 6 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Het zichtbare deel van de straling noemen we licht.
Dit noem je het spectrum van het zichtbare licht.

Slide 7 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Om te kunnen zien heb je licht nodig.

Je kunt een voorwerp alleen zien als er licht van dat voorwerp in je ogen komt.

Een voorwerp waarin licht ontstaat noem je een lichtbron.

Slide 8 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Natuurlijke lichtbronnen

De zon                   
vuur
sterren

Slide 9 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Kunstmatige lichtbronnen

De gloeilamp         
beeldscherm
ledlampen 

Slide 10 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
https://nos.nl/video/566369-zonnespiegels-brengen-licht-in-noorwegen

Slide 11 - Tekstslide

Direct en indirect licht.

De maan is geen lichtbron
zij weerkaatst het licht van
de zon. Je noemt het licht
van de maan indirect licht.

Bij directe lichtbronnen
ontstaat licht.
Bijvoorbeeld een lamp

Slide 12 - Tekstslide


Dit is een 
A
Directe lichtbron
B
Indirecte lichtbron

Slide 13 - Quizvraag

Een bosbrand is een
A
Kunstmatige indirecte lichtbron
B
Kunstmatige directe lichtbron
C
Natuurlijke indirecte lichtbron
D
Natuurlijke directe lichtbron

Slide 14 - Quizvraag

De maan is een
A
Directe lichtbron
B
Indirecte lichtbron
C
Kunstmatige lichtbron
D
Natuurlijke lichtbron

Slide 15 - Quizvraag


Wat zien we hier?
A
Het spectrum van een rode laser.
B
Het spectrum van wit licht.
C
Het spectrum van zwart licht.
D
Het spectrum van een groene laser.

Slide 16 - Quizvraag

Het zichtbare deel van het elektromagnetisch spectrum noem je licht
A
Juist
B
Onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Welk soort licht is warmtestraling?
A
alleen ultraviolet licht
B
alleen infrarood licht
C
zowel infrarood als ultraviolet licht
D
wit licht

Slide 18 - Quizvraag

De zon zendt verschillende vormen van straling uit.
Welke vormen van straling kunnen mensen niet zien?

A
infrarood
B
infrarood en ultraviolet
C
infrarood, ultraviolet en licht
D
ultraviolet

Slide 19 - Quizvraag


Is hier sprake van een.....
A
Directe lichtbron
B
Indirecte lichtbron
C
natuurlijke lichtbron
D
kunstmatige lichtbron

Slide 20 - Quizvraag

2.1 Licht en zicht
Lichtbundel

Een zaklamp of de koplampen van een auto zendt een baan licht uit. Dit noem je een lichtbundel.

Slide 21 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Lichtstralen teken je als een rechte lijn met een pijl

Slide 22 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Schaduw

In de schaduw is het donkerder dan erbuiten
.

De plaats van de schaduw vindt je door de lichtstralen te tekenen die langs de rand van het voorwerp gaan.

Slide 23 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Schaduw

In de schaduw is het donkerder dan erbuiten
.

Slide 24 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Schaduw tekenen 
Teken de lichtstralen die net niet door het voorwerp worden tegengehouden (de randstralen).Tussen deze lichtstralen ligt het gebied waarin het licht niet kan komen.

Slide 25 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Kernschaduw en halfschaduw  

Twee lampen geven twee schaduwbeelden.
 
Op de plaats waar deze beelden over elkaar heen vallen is de kernschaduw.

Naast de kernschaduw zie je de lichtere schaduw van één lampje. Dit noem je de halfschaduw.

Slide 26 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
 
Randstralen zijn de lijnen langs het voorwerp, 
De donkere schaduw is de kernschaduw
De grijze schaduw is de halfschaduw

Slide 27 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht

Slide 28 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
Gezichtsveld is het gebied dat je kunt zien

Zichtlijnen zijn lijnen langs de rand 

Slide 29 - Tekstslide

2.1 Licht en zicht
De rechte lijnen die je trekt van uit je oog langs het sleutelgat noem je zichtlijnen 

Slide 30 - Tekstslide

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 31 - Quizvraag

Klopt de schaduw?
A
ja
B
nee

Slide 32 - Quizvraag


Hoe noemen we A?
A
Halfschaduw
B
Slagschaduw
C
Kernschaduw
D
Hoofdschaduw

Slide 33 - Quizvraag


Hoe noemen we B?
A
Halfschaduw
B
Slagschaduw
C
Kernschaduw
D
Hoofdschaduw

Slide 34 - Quizvraag

Welke gedeelte(s) van de tekening is een halfschaduw?
A
B
C
A
A
B
B
C
C
D
A en C

Slide 35 - Quizvraag

Een satelliet is 's nachts
zichtbaar als een ster.
Welke term hoort bij
een satelliet?
A
direct licht
B
indirect licht
C
kernschaduw
D
natuurlijke lichtbron

Slide 36 - Quizvraag

Een auto staat onder een lantaarnpaal.
De schaduw van de auto is getekend met
behulp van twee lichtstralen die met een *
zijn aangegeven.
Hoe noem je deze twee lichstralen?
*
*
A
randstralen
B
zichtlijnen
C
kantstralen
D
kernschaduw

Slide 37 - Quizvraag

Welke letters bevinden zich in het gezichtsveld van de persoon?
A
A en D
B
A, B en C
C
C en D
D
A, B, E en F

Slide 38 - Quizvraag

Aan de slag
Lezen paragraaf 2.1 uit je boek

Opdrachten 2,3,4,6,10,12




Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide