1.3 Vermogen en energie - start

1.3 Vermogen en energie - start
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

1.3 Vermogen en energie - start

Slide 1 - Tekstslide

De grootheid tijd (t) rekenen we in de eenheid
A
seconde (s)
B
minuten (min)
C
uren (h)
D
dagen (d)

Slide 2 - Quizvraag

1 dag = ...... h
Welk getal moet op de puntjes?

Slide 3 - Open vraag

1 week = .............. h
Welk getal moet op de puntjes?

Slide 4 - Open vraag

15 min = .............. h
Welk getal moet op de puntjes?

Slide 5 - Open vraag

In de formule E = P x t rekenen we het vermogen (P) in de eenheid.
A
watt (W)
B
kilowatt (kW)

Slide 6 - Quizvraag

35 W = ............. kW
Welk getal moet op de puntjes?

Slide 7 - Open vraag

In de formule P = U x I rekenen we het vermogen (P) in de eenheid
A
watt (W)
B
kilowatt (kW)

Slide 8 - Quizvraag

Welke grootheid hoort er bij de eenheid ampère (A)?
A
vermogen (P)
B
spanning (U)
C
stroomsterkte (I)
D
energie (E)

Slide 9 - Quizvraag

G. U = 2,0 V
I = 1,5 A
G. P = ?
O. P = U x I = 2,0 x 1,5 = 3,0
Wat mist er in de berekening?

Slide 10 - Open vraag

De formule voor energie is:
E = P x t
Hoe ziet de formule eruit als we het vermogen (P) moeten bereken?
A
P = E x t
B
P = t / E
C
P = E / t

Slide 11 - Quizvraag