1.2 Gedicht

  • Mobiel in telefoontas
  • Laptop, boek en etui op tafel
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, gLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

  • Mobiel in telefoontas
  • Laptop, boek en etui op tafel

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Afronden fictie
  • Inloggen bij LessonUp
  • Instructie gedicht
  • Aan de slag

Slide 2 - Tekstslide

Luister naar een stukje van het korte verhaal Domino Day
en beantwoord de vraag.

Slide 3 - Tekstslide

Luistervraag
Wat staat er allemaal in de hal?

Slide 4 - Tekstslide

Luistervragen - de antwoorden

Een tafeltje, staande kapstok, paraplubak met een hockystick

Slide 5 - Tekstslide

Fictie 1.1
  • Bespreken vragen 7, 8
  • Samenvatting fictie leerteksten

Slide 6 - Tekstslide

Fictie is...
A
Een verzonnen tekst.
B
Een tekst over iets wat echt gebeurd is.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is geen voorbeeld van fictie?
A
Een leesboek.
B
Een stripverhaal
C
Een artikel in een tijdschrift
D
Een songtekst

Slide 8 - Quizvraag

Een artikel in een krant is?
A
Fictie
B
Non-fictie

Slide 9 - Quizvraag

Wat is realistische fictie?
A
Een sprookjesverhaal.
B
Het boek oorlogswinter
C
Een StarWars film
D
Een tekenfilm over Kung Fu Panda

Slide 10 - Quizvraag

Geef voorbeelden van fictie

Slide 11 - Woordweb

Een personage is?
A
Een tekenaar van een verhaal.
B
Een dier in een fabel.
C
Een schrijver van een verhaal.
D
Een persoon in een verhaal.

Slide 12 - Quizvraag

Gedichten 1.2
  • Korte instructie
  • Lezen gedicht tekst 1
  • Maken vragen 3 t/m 6
  • Opdracht voor morgen

Slide 13 - Tekstslide

Gedicht 1.2 
Leerdoelen
In deze paragraaf leer je:
• hoe je een gedicht herkent;
• ga je zelf een gedicht maken;

Slide 14 - Tekstslide

1.2 Leertekst: Hoe herken je een gedicht?
Een gedicht of poezie kun je herkennen zonder dat je het gelezen hebt:
  • De regels zijn kort, ze lopen niet over de hele bladzijde.
  • Een gedicht neemt weinig ruimte in, er staat veel wit omheen.
  • Een gedicht bestaat vaak uit groepjes regels: strofes.
  • Tussen de strofen staan witregels.

Slide 15 - Tekstslide

1.2 Leertekst: Hoe herken je een gedicht?
Als je een gedicht leest, ontdek je nog meer kenmerken:
  • De zinnen worden afgebroken, om op een volgende regel verder te gaan.
  • Woorden aan het eind van de regels rijmen vaak.
  • De dichter herhaalt soms regels.
  • Er wordt iets op een bijzondere en verrassende manier gezegd; een dichter gebruikt geen alledaagse, gewone taal. Hij gebruikt vaak beelden

Slide 16 - Tekstslide

1.2 Leertekst: Hoe herken je een gedicht?
Eeen gedicht vertelt veel  met weinig woorden. 

Je hebt daarom weinig tijd nodig  om een gedicht te lezen, maar meer tijd nodig om het te begrijpen.

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

1.2 Gedicht Moeder
  • Lees het gedicht, en maak de opdrachten 2 t/m 3 (blz. 20 - 21)
  • Bedenk een dier, plant, bloem of ding waar je een gedicht over gaat schrijven. 

Slide 22 - Tekstslide