5.1 Economische macht

Hoofdstuk 5.1    Economische macht
Economische macht en machtsvorming
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 5.1    Economische macht
Economische macht en machtsvorming

Slide 1 - Tekstslide

De aard van het product

Homogene goederen zijn producten waarvan elke eenheid in de ogen van de afnemer precies hetzelfde is

Heterogene goederen zijn goederen of diensten waar je als klant verschillen in kan zien

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer heb je meer invloed op de prijs bij
A
Homogene goederen
B
Heterogene goederen

Slide 3 - Quizvraag

Macht
Bij heterogene goederen heb je meer macht

Onze pizza is met verse kruiden in een houtoven gebakken
We vragen € 30 voor een pizza

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Monopolie
Bij een monopolie  is er maar één aanbieder. Logischerwijs een homogeen goed.  Niet mogelijk om tot de markt toe te treden

De prijs is meestal hoog, want er is geen concurrentie. 

Slide 6 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van een monopolie

Slide 7 - Open vraag

Oligopolie
Een oligopolie heeft veel vragers en weinig/beperkt aantal aanbieders. De bedrijven houden elkaar in de gaten: als een grote concurrent de prijs verlaagt, kan jij als bedrijf niet 200 euro duurder zijn. Lastig toetreden tot de markt. Hoge investeringen denk aan de mobiele telefoon markt



Slide 8 - Tekstslide

Bij welke producten kan de marktvorm oligopolie ontstaan?
A
Benzine
B
Mobiele telefoons
C
Graan
D
Restaurants

Slide 9 - Quizvraag

Even tussendoor:
Hoe meer aanbieders er op een markt zijn...
A
...hoe groter de concurrentie is (en dus een hogere prijs voor een product).
B
...hoe kleiner de concurrentie (en een hogere prijs voor een product).
C
...hoe groter de concurrentie (en een lagere prijs voor een product).
D
...hoe kleiner de concurrentie (en een lagere prijs voor een product)

Slide 10 - Quizvraag

Volkomen concurrentie
In een volkomen concurrentie zijn veel  aanbieders. 
Het is een homogeen product. 

De individuele aanbieder heeft geen enkele macht.

Je kunt je niet onderscheiden met je product

Toetreden is makkelijk

Slide 11 - Tekstslide

Dit is GEEN kenmerk van een volkomen concurrentie:
A
homogeen product
B
lastige toetreding
C
veel aanbieders
D
transparante markt

Slide 12 - Quizvraag

Monopolistische concurrentie

Veel aanbieders van een heterogeen goed. Marketing en reclame zijn belangrijk om een aandeel in het markt te krijgen. 

Slide 13 - Tekstslide

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm 'monopolistische concurrentie'?
A
1 aanbieder, homogeen product
B
Weinig aanbieders, heterogeen product
C
Veel aanbieders, heterogeen product
D
Veel aanbieders, homogeen product

Slide 14 - Quizvraag

In het schema komt te staan:
Marktvorm   aanbieders        toegang tot de markt     soort product       een voorbeeld 
- monopolie           1                      onmogelijk                                                            openbaar vervoer
- volkomen            veel                makkelijk                              homogeen             tarwe            
   concurrentie
-monopolistische veel               redelijk makkelijk               heterogeen            frisdranken
  concurrentie
- oligopolie             weinig          lastig                                      homogeen              benzine
                                                                                                          heterogeen             mobiele telefoons
Schema marktvormen

Slide 15 - Tekstslide

Zet op volgorde van veel naar weinig macht
Oligopolie
Monopolistische concurrentie
Monopolie
Volkomen concurrentie
1
2
3
4

Slide 16 - Sleepvraag

Strijd of samenwerking
Bij prijzenoorlog proberen aanbieders producten aan te bieden tegen een zo laag mogelijke prijs. Bijvoorbeeld bij supermarkten. Er is dan veel concurrentie.

Bij kartelvorming dan maken bedrijven afspraken met elkaar over de prijs. In de Europese Unie is kartelvorming verboden.

Slide 17 - Tekstslide

Geef een verklaring dat kleine bedrijven bij een prijzenoorlog vaak ten onder gaan

Slide 18 - Open vraag

Verklaring
  • Kleine bedrijven hebben vaak hogere gemiddelde kosten
  • De constante kosten worden gedeeld door een kleiner aantal 
  • Gemiddelde constante kosten dus hoog
  • Ook hebben kleine bedrijven minder korting bij inkopen omdat ze kleiner inkopen
  • Dus als de prijs daalt dan maakt klein bedrijf geen winst meer en gaat failliet

Slide 19 - Tekstslide

Maken opgave
5.3 en 5.4

Breakeven afzet = Constante kosten/ (prijs - variabele kosten per product)
timer
10:00

Slide 20 - Tekstslide