Christendom

1 / 57
volgende
Slide 1: Tekstslide
LevensbeschouwingBasisschoolGroep 5-8

In deze les zitten 57 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Op welke feestdagen zijn wij vrij in Nederland?

Slide 2 - Open vraag

Slide 3 - Video

Christendom, wat weet je al?

Slide 4 - Woordweb

Vandaag
-Ontstaan Christendom
-Wat geloven christenen?
-Rituelen en symbolen

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Jezus?

Slide 7 - Woordweb

Slide 8 - Video

Wie is een christen?
  •  Jezus Christus als zoon van God. 
  • 2.000 jaar geleden geboren in Bethlehem
  • Joodse leraar
  • bijzondere ontmoetingen en wonderen 
  • Bijbel
  • stierf aan het kruis
  •  Heilige Drie-eenheid: God de Vader, God de Zoon (Jezus Christus) en God de Heilige Geest. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Joden:
Wachten op Messias:
aards koninkrijk
Bevrijding van Romeinse onderdrukking.

Christenen:
Jezus is geestelijke verlosser:
Hemels koninkrijk
Jezus laat zien wie God de vader is 

Slide 11 - Tekstslide

De 12 discipelen zijn belangrijk voor Jezus: 
zij leren van Jezus hoe te leven.
Later, als Jezus er niet meer is, heten zij "apostelen"
(apostel = eropuit gestuurd, om het evangelie te verspreiden)

Slide 12 - Tekstslide

Bijbel

Slide 13 - Tekstslide

Hoe zit het met de verhalen over Jezus?
4 evangeliën

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht met Bijbel

Slide 15 - Tekstslide

Kerk
  • Heilig gebouw van de christenen
  • Religieuze en sociale functie
  • Anders dan synagoge voor de joden
  • Kerkklok

Slide 16 - Tekstslide

Gebeden
-Onze vader
-Wees gegroet Maria
-Kruisje slaan 

Slide 17 - Tekstslide

het gebed "Onze Vader"

Slide 18 - Tekstslide

"wees gegroet Maria"

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

2 stromingen in Nederland

(Rooms) Katholiek (R.K.)
Protestants 

(over de wereld nog een derde stroming: Oosters Orthodox
zoals in Syrië, Armenië, Griekenland, Rusland enz.)

Slide 21 - Tekstslide

Rooms Katholiek
-Paus: opvolger Christus op aarde
-Priester/ Kardinalen (mogen niet trouwen = celibaat)
-7 sacramenten: doop, eucharistie, communie, vormsel, huwelijk, priesterwijding, zalving.
-Verering moeder van Jezus: Maria (kaarsje aansteken)
-Veel versieringen in de kerk

Slide 22 - Tekstslide

Protestants
-De lokale kerken en hun leden bepalen samen wat belangrijk is in de kerk: De Bijbel is leidend.
-2 sacramenten (doop en avondmaal)
-Kerken zijn minder versierd.  
-Dominees (ook vrouwen) mogen trouwen

Slide 23 - Tekstslide

Antwoorden op belangrijke levensvragen?

Daardoor leer je een beetje begrijpen hoe het is om christen te zijn
1. Wat is belangrijk in het leven?
2. Hoe leven mensen met elkaar samen?
3. Wie is de mens?
4. Hoe gaan mensen om met lijden en dood?
5. Wat is tijd?
6. Wat is natuur?

Slide 24 - Tekstslide

Symbolen
-Kruis
-Vis (Ichtus)
-Duif


Slide 25 - Tekstslide

ICHTUS visje, betekenis:
in de Vroege Kerk (eerste eeuwen van de jaartelling) was er hevig christenvervolging. Om elkaar toch te kunnen ontmoeten en te weten wie ze voor zich hadden, tekenden christenen het visje met hun schoen in het zand. 
ICHTUS = Grieks voor 'vis' maar elke letter heeft een betekenis: 
Jezus Christus, Zoon van God, Redder
Iesou Christou, Theos (h)uios, Soter

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

Christelijke feestdagen
  • Kerstmis (geboorte van Jezus)
  • Goede Vrijdag / Pasen (sterven en opstanding van Jezus)
  • Hemelvaart (terugkeer naar de hemel, van Jezus)
  • Pinksteren (komst van de Heilige Geest van God)

Slide 28 - Tekstslide

extra: in Nederland hebben we nog best veel traditie die op het christendom gebaseerd is! 
6 januari: Drie Koningen : er kwamen 3 wijzen uit het Oosten om het kindje Jezus te aanbidden
in Nederland is dit de dag om de kerstboom de deur uit te doen

Goede Vrijdag / Pasen
de eerste zondag na volle maan in het voorjaar, dus na 21 maart. 
Daarom valt Pasen elk jaar op een andere datum (i.t.t. kerst, dat is altijd 25-26 dec).
40 dagen voor Pasen is het vastentijd
de dagen daarvóór is het carnaval, vrijdag t/m woensdag
op woensdag na carnaval haal je het 'askruisje' in de kerk en gaat de vastentijd in
zo wordt dus vastgesteld wanneer carnaval gevierd wordt en het bij ons voorjaarsvakantie is. 

40 dagen na Pasen = Hemelvaartsdag

50 dagen na Pasen = Pinksteren (pentacoste = 50) 

Slide 29 - Tekstslide

De belangrijkste persoon van het christendom is?
A
Mohammed
B
Jezus
C
Mozes
D
Abraham

Slide 30 - Quizvraag

Waar of niet waar:
De verhalen uit de Tora kun je ook vinden in de Bijbel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

Waar of niet waar:
De protestantse kerken vinden de Paus erg belangrijk
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Wat betekent de term 'drie-eenheid'?
A
De drie delen van de Bijbel
B
Drie grootste kerken
C
Drie apostelen
D
Vader, Zoon, Heilige Geest

Slide 33 - Quizvraag

Wie is het hoofd van de katholieke kerk?
A
Paus
B
Koning
C
Bisschop
D
Minister

Slide 34 - Quizvraag

Welke feestdag viert de geboorte van Jezus Christus?
A
Pinksteren
B
Pasen
C
Kerstmis
D
Hemelvaart

Slide 35 - Quizvraag

Wat betekent het woord 'Messias' in het christendom?
A
Koning
B
Verlosser
C
Leraar
D
God

Slide 36 - Quizvraag

Geef van de volgende stellingen aan of ze passen bij het jodendom of christendom

Slide 37 - Tekstslide

Gelovigen lezen uit de TeNaCH
A
Jodendom
B
Christendom
C
Islam
D
Boeddhisme

Slide 38 - Quizvraag

De Sabbat begint op vrijdagavond en duurt tot zaterdagavond
A
Jodendom
B
Christendom

Slide 39 - Quizvraag

Jezus Christus wordt gezien als Messias en Zoon van God
A
Jodendom
B
Christendom

Slide 40 - Quizvraag

Deze gelovigen geloven dat de Messias nog moet komen
A
Jodendom
B
Christendom

Slide 41 - Quizvraag

Dit geloof viert Pasen om de wederopstanding van Jezus te herdenken
A
Jodendom
B
Christendom

Slide 42 - Quizvraag

Het Oude Testament is onderdeel van het heilige geschrift
A
Jodendom
B
Christendom

Slide 43 - Quizvraag

Dit geloof viert het Loofhuttenfeest
A
Jodendom
B
Christendom

Slide 44 - Quizvraag

Wat is voor jou het belangrijkste dat je dit hoofdstuk geleerd hebt over het jodendom én christendom? Leg uit waarom.

Slide 45 - Open vraag

Verdiepingsstof!
Waarom heeft de Katholieke Kerk een paus en zegt de RKK dat de paus de opvolger is van Christus op aarde? 
Waarom heeft de Protestantse Kerk geen paus? 

Slide 46 - Tekstslide

Matt. 16: 13-20
Jezus vraagt zijn discipelen, wie de mensen zeggen dat Hij is. Petrus geeft dan antwoord en zegt: "U bent de Christus, de Zoon van de levende God."

Slide 47 - Tekstslide

Hierop zegt Jezus: "U bent Petrus en op deze petra (= rots) zal Ik mijn gemeente bouwen (...). Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen (...)"

Slide 48 - Tekstslide

de Protestantse Kerk legt uit:
het is niet de persoon Petrus, maar de petra, de geloofsbelijdenis van Petrus, waarop Christus zijn gemeente bouwt. 
Iedereen die belijdt dat Jezus de Zoon van God is, hoort bij God. Daarom legt de PK het accent op geloof, niet op heiligen of personen. 
de Katholieke Kerk legt uit:
Jezus spreekt Petrus aan en legt het gezag, de opvolging van Jezus, bij Petrus neer. Daarom krijgt hij symbolisch de sleutels van de hemel. Hiermee zegt de RKK dat de paus, de papa, de pope, het hoofd van de aardse kerk is.

Slide 49 - Tekstslide

katholieke kerk
het bestuur van de RKK is meer 
top-down
paus
kardinalen
aartsbisschoppen
bisschoppen
priesters
diakenen
de gelovigen

Slide 50 - Tekstslide

protestantse kerk
bestuur van de protestantse kerk is meer 
bottum-up:
synode
classis
kerkenraden
gelovigen  (werkgroepen)

Slide 51 - Tekstslide

wat bedoelt Jezus als Hij zegt: "op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen."
A
de vrouw van Petrus heette Petra
B
Jezus had zijn bril niet op en bedoelde Petrus in plaats van Petra
C
de 'petra' is de belijdenis van Petrus
D
de 'petra' is de paus, maar die kon er op dat moment niet bij zijn

Slide 52 - Quizvraag

met 'top-down' bestuur bedoelen we:
A
dat de leiding beslist voor ieder daaronder
B
dat de leiding moet luisteren naar de ondergeschikten
C
dat de leiding ligt bij de gewone mensen
D
dat er niemand leider is of ondergeschikte

Slide 53 - Quizvraag

waarom wordt Petrus in kerken vaak afgebeeld met sleutels in zijn handen?
A
omdat hij van Jezus de macht kreeg over de hemel
B
omdat hij anders zijn huis niet meer in kon
C
omdat hij Jezus onderdak wilde bieden
D
omdat hij de conciërge werd van de hemel

Slide 54 - Quizvraag

je hebt 2 manieren gezien waarop kerken bestuurd worden. Wat is het voordeel van de top-down structuur?

Slide 55 - Open vraag

wat kan een nadeel zijn van de top-down structuur in kerkelijk bestuur?

Slide 56 - Open vraag

de belijdenis van Petrus 
"U bent de Christus, de Zoon
van God."

Slide 57 - Tekstslide