- Goed meedoen met de rekenopdracht - Het proefje eerst goed doorlezen voordat ik begin - Hulp vragen als ik iets niet snap - Vinger opsteken in plaats van door de klas roepen
- Meeschrijven met de uitleg
Slide 3 - Tekstslide
Snelheid berekenen
Om de snelheid te berekenen moet je de afstand weten, en de tijd om die af te leggen.
Je gebruikt dan de formule:
Snelheid=TijdAfstand
Slide 4 - Tekstslide
Vrachtwagen
Een vrachtwagen legt 300 kilometer af in 7 uur tijd. Gegeven: (= Wat weet je al?) Gevraagd: (= Wat wil je weten?) Uitwerking: (= Berekening met formule)
Bereken dan met de formule de snelheid
Slide 5 - Tekstslide
Hardloper
Een hardloper doet mee aan de 100 meter sprint. Zijn eindtijd was precies 24,0 seconden.
Bereken de snelheid van de sprinter met de formule
Slide 6 - Tekstslide
Hardloper
Een hardloper liep dus 4,2 meter per seconde. Hoeveel kilometer per uur is dat?
Slide 7 - Tekstslide
Afstand berekenen
Je kan afstand berekenen als je snelheid en tijd kent.
Met de formule:
Afstand = Snelheid x Tijd
Slide 8 - Tekstslide
Elektrische Fiets
Ik rijd 2,25 uur op mijn elektrische fiets, voordat de accu leeg is. In die tijd reed ik gemiddeld 26 km per uur.
(Gegeven, gevraagd, uitwerking)
Hoe groot is de afstand die ik kon afleggen?
Slide 9 - Tekstslide
Korte pauze
Daarna uitleg proefje
Slide 10 - Tekstslide
Je eigen leerdoel
Hoe vind je het tot nu toe gaan?
Wat moet je doen om je doel vandaag te halen?
Slide 11 - Tekstslide
Proefje
Klaar? Leg de spullen terug zoals je ze gevonden hebt!