7. Lisa verdient dit jaar evenveel als vorig jaar, maar de prijzen zijn met 3% gestegen.
Is haar koopkracht gestegen, gedaald of gelijk gebleven? Licht toe.
8. De prijzen dalen (deflatie) met 1,5% per jaar.
Leg uit wat dit betekent voor:
a) spaarders
b) mensen met schulden.
9. Maken opdrachten 29,31,32,33