Les 12 laatste levensfase quiz/toets

Quiz:
Les 12 laatste levensfase quiz/toets
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Quiz:
Les 12 laatste levensfase quiz/toets

Slide 1 - Tekstslide

Wat betekent het woord 'terminale'?
A
Herstel
B
Aflopend
C
Aan het eind
D
Genezing

Slide 2 - Quizvraag

Wat markeert de start van de palliatieve fase?
A
Diagnose van een ongeneeslijke ziekte
B
Verlies van zelfstandigheid
C
Einde van ziekenhuisopname
D
Begin van een behandeltraject

Slide 3 - Quizvraag

Wat is het doel van palliatieve zorg?
A
Genezing van ziekte
B
Lijden verzachten
C
Verlengen van het leven
D
Kwaliteit van leven verbeteren

Slide 4 - Quizvraag

Wat beïnvloedt de beleving van de stervensfase?
A
Slechts de leeftijd van de zorgvrager
B
De kwaliteit van de zorg
C
Persoonlijkheid van de zorgvrager
D
De locatie van het ziekenhuis

Slide 5 - Quizvraag

Wat is de preterminale fase?
A
Er is geen hoop op herstel
B
Gezondheid is nog stabiel
C
De zorgvrager is terminaal ziek
D
De dood is nabij

Slide 6 - Quizvraag

Wat speelt een rol in het stervensproces?
A
Aantal vrienden
B
Cultuur en religie
C
Enkel medische factoren
D
Financiële situatie

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van de terminale fase?
A
Geen pijn of klachten
B
Volledige genezing van de zorgvrager
C
Actieve deelname aan sociale activiteiten
D
Toegenomen afhankelijkheid van zorg

Slide 8 - Quizvraag

Wanneer begint de terminale fase?
A
Na de palliatieve fase
B
Bij het eerste ziekenhuisbezoek
C
Binnen drie maanden voor overlijden
D
Wanneer de zorgvrager oud is

Slide 9 - Quizvraag

Hoe verandert de relatie met naasten?
A
Zorgvrager wordt afhankelijker van naasten
B
Relaties worden sterker en onafhankelijker

Slide 10 - Quizvraag

Wat is het doel van palliatieve zorg?
A
Genezing van de ziekte bevorderen
B
Kwaliteit van leven verbeteren

Slide 11 - Quizvraag

Wat is een kenmerk van de terminale fase?
A
Zorgvragers ervaren vaak vermoeidheid
B
Zorgvragers zijn altijd vrolijk en actief

Slide 12 - Quizvraag