Kijk- en luisteren oefenen

Kijk- en luisteren oefenen 
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Kijk- en luisteren oefenen 

Slide 1 - Tekstslide

Fragment 1
Kijk en luister naar het volgende fragment. 
Beantwoord daarna de volgende vragen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Link

Wat is het onderwerp van dit fragment?

Slide 4 - Open vraag

Wat is het spreekdoel?
A
informeren
B
overhalen
C
uitleg geven
D
overtuigen

Slide 5 - Quizvraag

Vraag 1 en 2 gingen over het onderwerp en het spreekdoel.
Op welke manier moest je het fragment bekijken om deze vragen te kunnen beantwoorden?

A
globaal
B
gericht
C
precies
D
zoekend

Slide 6 - Quizvraag

Slide 7 - Link

In het fragment wordt dit
beeld gebruikt.
Wat is de bedoeling
van dit beeld?
A
versieren
B
ondersteunen
C
aanvullen

Slide 8 - Quizvraag

Noteer hieronder de 8 stappen van de instructie. Zet er steeds een nummertje voor. De eerste is voorgedaan.
1. Doe de aardbeienpuree door de slagroom.
2. ...

Slide 9 - Open vraag

Fragment 2
Bij dit fragment moet je aantekeningen maken. 
Gebruik hiervoor papier en een pen/potlood. 
Tip: zet het beeld af en toe op pauze.


Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Link

Fragment 3 
Kijk naar fragment 3. 
Je mag geen aantekeningen maken. 

Beantwoord daarna de vragen. 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

de tekstsoort is een ...
A
uitleggende tekst
B
aansporende tekst
C
overtuigende tekst
D
informerende tekst

Slide 14 - Quizvraag

het spreekdoel is:
A
overhalen
B
informeren
C
overtuigen
D
uitleg geven

Slide 15 - Quizvraag

Wie is het publiek?
A
jongeren en volwassenen
B
jongeren en schoolkinderen
C
bejaarden en volwassenen
D
schoolkinderen en bejaarden

Slide 16 - Quizvraag

Op welke manier wordt dit fragment ingeleid?
A
De deelonderwerpen worden genoemd
B
Er wordt een verhaal verteld.
C
De presentator doet een opvallende oproep
D
Er wordt een vraag over het deelonderwerp gesteld.

Slide 17 - Quizvraag

Welke deelonderwerpen gaan in het middenstuk aan bod komen?
A
Twintig jaar werken in IJmuiden Brand in IJmuiden Spanning bij Noord-Hollandse vissers
B
Gouden Loeki-verkiezing. Syrisch zwemtalent en Nederland. Brand in IJmuiden
C
Gouden Loeki-verkiezing Spanning bij Noord-Hollandse vissers 20 jaar werken in Ijmuiden
D
Syrisch zwemtalent in Nederland Gouden Loeki-verkiezing Nederlandse kinderen in het zwembad

Slide 18 - Quizvraag

Waar stopt de inleiding?
Noteer de laatste drie woorden.

Slide 19 - Open vraag

Fragment 4
Kijk het volgende fragment. 
Je mag geen aantekeningen maken.
Beantwoord daarna de volgende vragen. 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Link

Welke feiten worden genoemd?
1. Een brand heeft een loods in IJmuiden verwoest.
2. De brand is om 8:00 uur 's morgens uitgebroken.
3. De rookpluimen zijn enorm
4. Kinderen van een basisschool in de buurt moeten binnen blijven.
5. Peter Schreuder vindt het erg dat hij oude foto's is kwijtgeraakt.
6. De situatie in de loods is hopeloos.
A
1 - 3 - 6
B
1 - 2 - 5
C
2 - 4 - 6
D
1 - 2 - 4

Slide 22 - Quizvraag

Denk je dat de feiten betrouwbaar zijn? Let uit waarom je dat denkt.

Slide 23 - Open vraag

In een nieuwsbericht als deze komen vaak deskundigen aan het woord. Welke deskundige kan de meest betrouwbare informatie geven over de brand?
A
Een politieagent uit Amsterdam die op bezoek is in IJmuiden
B
Een medewerker van het visserijbedrijf die thuis was tijdens de brand.
C
Een brandweerman die de brand heeft geblust
D
Een buurvrouw die de brand van een afstand heeft gezien.

Slide 24 - Quizvraag

Aan welke woorden kun je zien dat Peter Schreuder zijn mening geeft.
A
- hopeloos - in 20 jaar tijd
B
- foto's van m'n opa en oma. - tranen in je ogen
C
- hopeloos -tranen in je ogen
D
- het wordt nog onderzocht - in 20 jaar tijd

Slide 25 - Quizvraag

Waarom moeten kinderen op de basisschool binnen blijven?
A
De brandweer bestrijdt het vuur.
B
Ze raken anders hun spullen kwijt.
C
Het vuur is te dichtbij.
D
Ze moeten de rook niet inademen.

Slide 26 - Quizvraag

Wat betekent 'met man en macht'?

Slide 27 - Open vraag

Op welke manier wordt het fragment afgesloten?
A
advies
B
wens
C
conclusie
D
samenvatting

Slide 28 - Quizvraag