1.1 soorten krachten

10 min lezen
1.1 en 1.2


lesson up
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3,4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

10 min lezen
1.1 en 1.2


lesson up

Slide 1 - Tekstslide

10.1 Krachten

Doel van eerste deel van de les:


Aan het eind van deze les kunnen jullie krachten benoemen.

Kunnen jullie eigenschappen van krachten verklaren.


Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je al over krachten?

Slide 3 - Open vraag

wat weet je al
  • Je meet een kracht met een veerunster (krachtmeter)
  • Massa is in kg, zwaartekracht is in Newton
  • zwaartekracht bereken je door de massa keer 10 te doen (op aarde!)
  • Nettokracht is de totale kracht die op een voorwerp werkt
  • Je kunt een hefboom gebruiken om je spierkracht te vergroten. (en heel soms om hem juist te verkleinen)

Slide 4 - Tekstslide

Wat weet je al? Deel 2
  • Krachten kun je niet zien
  • De uitwerking van een kracht kun je wel zien (vorm- en/of snelheidsverandering)
  • De afkorting voor kracht is F
  • Je meet een kracht in N (Newton)
  • Je tekent een kracht als een pijl

Slide 5 - Tekstslide

Welke soorten krachten zijn er?

Slide 6 - Open vraag

Veerkracht Fv
Als je een veerkrachtig materiaal indrukt of uittrekt, voel je dat het materiaal terug duwt of trekt. 
Dit is de veerkracht

Slide 7 - Tekstslide

Spankracht
Een strak gespannen touw of kabel kan een kracht overbrengen.

Slide 8 - Tekstslide

Spierkracht
Onstaat door het spannen van spieren

Slide 9 - Tekstslide

Magnetische kracht

Rond een magneet bevinden zicht veldlijnen (het magnetische veld)
Deze zorgen voor magnetische krachten.
Magnetische krachten kunnen afstoten of aantrekken.

Slide 10 - Tekstslide

Elektrische krachten
Statische elektriciteit ontstaat door wrijving.
Voorwerpen worden dan positief of negatief geladen.
Hierdoor ontstaan aantrekkende of afstotende krachten.

Slide 11 - Tekstslide

Zwaartekracht  Fz
Kracht waarmee de aarde aan een voorwerp trekt.

Fz = m x g
g is op aarde 9,8 N/kg maar wij rekenen meestal met 10 N/kg

b.v. Een voorwerp heeft een massa van 36 kg.
De zwaartekracht is dan 36 x 10 = 360 N.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Zwaartekracht en gewicht
Zwaartekracht: De kracht van de aarde op jou
Gewicht: De kracht waarmee jouw voeten op de grond drukken

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Krachtenschaal

Slide 16 - Tekstslide

opgaven maken
opgaven maken van 10.1  (maak eerst vraag 4 en vraag 6)

Huiswerk, Leer en maal 10.1

Slide 17 - Tekstslide

Welke vragen kun je nu beantwoorden?

  1. Welke effecten een kracht kan hebben
  2. Hoe je een kracht kan meten
  3. Hoe je een kracht kan tekenen
  4. Welke verschillende soorten krachten er zijn
  5. Hoe je deze krachten kunt herkennen
  6. Hoe je de zwaartekracht kunt berekenen

Slide 18 - Tekstslide