1.2 Telproblemen

Maken 17
timer
5:00
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Maken 17
timer
5:00

Slide 1 - Tekstslide

Succescriteria
  • boomdiagram
  • wegendiagram
  • hele competitie
  • halve competitie
  • afvalsysteem

Slide 2 - Tekstslide

Boomdiagram 
Bij snackbar Smulhoek kun je milkshakes kopen in de formaten klein, middel en groot en de smaken vanille, aardbei, banaan en peer. 

Slide 3 - Tekstslide

Boomdiagram 
  • Met een boomdiagram kun je alle mogelijkheden die er zijn uitschrijven. 
  • In een boomdiagram mag je afkortingen gebruiken.

Slide 4 - Tekstslide

Wegendiagram
  • Je kunt ook een wegendiagram maken.
  • Je ziet dan alle keuzemogelijkheden.
  • Met een wegendiagram kun je snel het aantal mogelijkheden berekenen.

Slide 5 - Tekstslide

Wegendiagram
  • Het aantal mogelijkheden is 3 x 4 = 12
  • Een boomdiagram gebruik je als je moet weten welke mogelijkheden er zijn.
  • Een wegendiagram gebruik je als je moet weten hoeveel mogelijkheden er zijn.

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeld
Garage Heerda heeft 5 modellen auto's: A1, A2, A3, A4 en A5.
Voor brandstof kun je kiezen uit benzine of diesel. Elk model is in 6 kleuren te leveren, zwart, rood, beige, geel, wit en blauw.
a Bereken het aantal mogelijkheden

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld
Garage Heerda heeft 5 modellen auto's: A1, A2, A3, A4 en A5.
Voor brandstof kun je kiezen uit benzine of diesel. Elk model is in 6 kleuren te leveren, zwart, rood, beige, geel, wit en blauw.
b Model A4 en A2 zijn in de aanbieding. De aanbieding geldt alleen voor auto's op benzine. De familie Kloosterman wil een auto uit de aanbieding kopen. Uit hoeveel mogelijk kan de familie kiezen?

Slide 8 - Tekstslide

testopgave blz. 23
klaar? nakijken op blz. 268
0-5 punten: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 28, 29 + nakijken
6-7 punten: 17, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 28, 29, 30 + nakijken
8-9 punten: 17, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30 + nakijken
timer
10:00

Slide 9 - Tekstslide

Afvalsysteem
  • De jongens van T4b spelen een tafeltennistoernooi.
  • Wie wint gaat door naar de volgende ronde,
  • wie verliest valt af.
  • Dat noem je het afvalsysteem 

Slide 10 - Tekstslide

Afvalsysteem
  • Je ziet dat Tim met 21-18 heeft gewonnen van Salih.
  • Salih valt af.
  • Rajko is de winaar van het toernooi.
  • In totaal worden er 4 + 2 + 1 = 7 wedstrijden gespeeld 

Slide 11 - Tekstslide

Afvalsysteem
  • Er zijn drie rondes.
  • De winnaar heeft drie wedstrijden gespeeld.
  • Een afvalsysteem wordt ook wel knock-outsysteem genoemd.

Slide 12 - Tekstslide

Hele competitie
  • Vier teams spelen elk twee keer tegen elkaar:
  • één keer thuis en één keer uit.
  • Dat heet een hele competitie.
  • De uitslagen kun je in een schema zetten .
  • Team B heeft thuis gewonnen van team D met 1-0

Slide 13 - Tekstslide

Hele competitie
  • Het aantal wedstrijden in de hele competitie kun je berekenen.
  • totaal aantal wedstrijden = aantal teams * aantal tegenstanders
  • In een hele competitie met 4 teams zijn er in totaal 4 * 3 = 12 wedstrijden.

Slide 14 - Tekstslide

Hele competitie
  • Elk van de 4 teams heeft 3 tegenstanders. 
  • Je speelt één keer thuis en één keer uit.
  • Elk team speelt in totaal      3 * 2 = 6 wedstrijden.

Slide 15 - Tekstslide

Halve competitie
  • Het aantal wedstrijden in een halve competitie kun je berekenen.
  • totaal aantal wedstrijden = 0,5 * aantal teams * aantal tegenstanders.
  • In een halve competitie met 4 teams zijn er in totaal 0,5*4*3 = 6 wedstrijden 

Slide 16 - Tekstslide

Halve competitie
  • In een halve competitie met vier teams spelen de teams één keer tegen elkaar.
  • Elk team heeft drie tegenstanders.
  • Elk team speelt dus 3 wedstrijden.

Slide 17 - Tekstslide

voorbeeld
Bij een volleybaltoernooi komen 16 teams. Ze kunnen het toernooi op verschillende manieren spelen.
a. Hoeveel wedstrijden zijn er als ze spelen volgens een afvalsysteem?

Slide 18 - Tekstslide

voorbeeld
Bij een volleybaltoernooi komen 16 teams. Ze kunnen het toernooi op verschillende manieren spelen.
b. Hoeveel wedstrijden speelt de winnaar met het afvalsysteem?

Slide 19 - Tekstslide

voorbeeld
Bij een volleybaltoernooi komen 16 teams. Ze kunnen het toernooi op verschillende manieren spelen.
c. Hoeveel wedstrijden zijn er als ze spelen volgens een hele competitie?

Slide 20 - Tekstslide

voorbeeld
Bij een volleybaltoernooi komen 16 teams. Ze kunnen het toernooi op verschillende manieren spelen.
d. Hoeveel wedstrijden speelt elk team in een hele competitie?

Slide 21 - Tekstslide

testopgave blz. 29
klaar? nakijken op blz. 269
0-5 punten: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 28, 29, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 + nakijken
6-7 punten: 17, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 28, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38 + nakijken
8-9 punten: 17, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 34, 35, 36, 37, 38, 39 + nakijken
timer
10:00

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Aan het werk...
0-5 punten: 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 28, 29, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37 + nakijken
6-7 punten: 17, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 28, 29, 30, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38 + nakijken
8-9 punten: 17, 20, 22, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 34, 35, 36, 37, 38, 39 + nakijken

Slide 30 - Tekstslide

Huiswerk
maken: 20, 22, 28, 29, 34, 35, 36, 37 + nakijken en insturen

PTAweek H2 en H3 

Slide 31 - Tekstslide