Fotosynthese en assimilatie (Biologie vwo), les 2: Examentraining

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Examentraining

Fotosynthese en assimilatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: grafiek met beperkende factoren, reactievergelijking en stofbalans, schema lezen en stoffen en hun functie. Elk met uitleg en twee vragen in examenstijl, met eigen grafieken en schema's.

Onderdelen in deze les

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Examentraining

Fotosynthese en assimilatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: MUuslimabonu / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een grafiek, schema of reactievergelijking over fotosynthese de juiste stappen volgen en mijn antwoord onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven: een grafiek, een schema of een reactievergelijking?

  • 2. Zoek: gaat het om lichtreactie, donkerreactie, beperkende factoren of voortgezette assimilatie?

  • 3. Koppel: verbind stoffen, energievorm en plaats (thylakoïden of stroma) aan dat onderdeel.

  • 4. Schrijf: geef een kort antwoord met het juiste begrip en onderbouw het met een gegeven uit de bron.

Deze slide heeft geen instructies

Tomatenplanten in een kas op Kreta

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Vraagtype 1: grafiek met beperkende factoren

  • Kijk eerst naar de assen en de eenheden (hier klux en mg CO2 per uur), en lees dan de lijnen af.

  • Een stijgende lijn: de factor op de x-as beperkt nog.

  • Een vlakke lijn: een andere factor beperkt. Zoek welke factor de lijn hoger maakt.

  • Een kweker verhoogt in een kas het licht, de CO2 of de temperatuur om de opbrengst te verhogen.

Image credit: Petro Stelte / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Hoeveel mg CO2 per uur legt de plant vast bij 25 °C en 30 klux?

A

8 mg per uur

B

16 mg per uur

C

12 mg per uur

D

30 mg per uur

Antwoord: 12 mg per uur. De rode lijn (25 °C) stijgt tot 40 klux, bij 30 klux is dat 30 x 0,4 = 12. Verwachte fout: 8 aflezen, dat is de waarde van de groene lijn (15 °C). Image credit: Eigen schema, LessonUp

CO2 is ruim aanwezig. Wat beperkt de fotosynthese bij 15 °C en 30 klux?

A

De temperatuur

B

De lichtintensiteit

C

De hoeveelheid CO2

D

De hoeveelheid chlorofyl

Bij 15 °C is de lijn al vlak vanaf 20 klux: meer licht helpt niet, maar bij 25 °C stijgt de fotosynthese wel verder. Dus de temperatuur beperkt. Verwachte fout: licht kiezen omdat het op de x-as staat. Image credit: Eigen schema, LessonUp

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Vraagtype 2: reactievergelijking

  • Fotosynthese: 6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie geeft C6H12O6 + 6 O2.

  • Tel links en rechts van de pijl elke soort atoom: C, H en O moeten gelijk zijn.

  • De getallen voor de formules zijn aantallen moleculen of mol.

  • Vermenigvuldig alle getallen met hetzelfde getal als er meer glucose ontstaat.

Deze slide heeft geen instructies

Welke reactievergelijking van fotosynthese is kloppend?

A

6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie geeft C6H12O6 + 12 O2

B

6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie geeft C6H12O6 + 6 O2

C

6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie geeft 6 C6H12O6 + 6 O2

D

C6H12O6 + 6 O2 geeft 6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie

Controleer per atoomsoort. De goede: links 6 C, 12 H en 18 O, rechts 6 C, 12 H en 18 O. De tweede heeft rechts 30 O, de derde rechts 36 C, de vierde is de omgekeerde reactie en heeft geen licht nodig. Verwachte fout: de omgekeerde reactie kiezen.

Hoeveel mol O2 komt vrij bij 4 mol glucose?

Antwoord: 24 mol. Per mol glucose komt 6 mol O2 vrij, dus 4 x 6 = 24. Verwachte fout: 6 noemen, de waarde voor één mol glucose.

Bladcellen van mos met veel bladgroenkorrels (groene bolletjes)

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Vraagtype 3: schema lezen

  • In een schema geven pijlen de stofstromen aan: let op de richting.

  • Water en licht gaan de lichtreactie in, zuurstof komt eruit.

  • ATP en NADPH gaan van de lichtreactie naar de donkerreactie.

  • Wat de donkerreactie achterlaat gaat terug naar de lichtreactie, CO2 gaat de donkerreactie in.

Image credit: Des_Callaghan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke stoffen gaan via pijl 4 terug naar de lichtreactie?

A

ATP en NADPH

B

ADP en NADPH

C

ATP en NADP+

D

ADP en NADP+

Pijl 3 voert ATP en NADPH naar de donkerreactie. Daar worden ze gebruikt en blijven ADP (met fosfaat) en NADP+ over, die via pijl 4 teruggaan om opnieuw opgeladen te worden. Verwachte fout: ATP en NADPH kiezen, de stoffen van pijl 3. Image credit: Eigen schema, LessonUp

Welke pijl hoort bij koolstofdioxide?

A

Pijl 5

B

Pijl 1

C

Pijl 2

D

Pijl 6

CO2 wordt in de donkerreactie vastgelegd, dus pijl 5 naar de donkerreactie. Pijl 1 is water, pijl 2 zuurstof, pijl 6 glucose. Verwachte fout: pijl 2, omdat leerlingen CO2 met gaswisseling uit het blad associëren. Image credit: Eigen schema, LessonUp

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Vraagtype 4: stoffen en hun functie

  • Bepaal eerst: gaat het om een bouwstof, een brandstof, een reservestof of een enzym?

  • Koolhydraten bestaan uit suikereenheden, vetten uit glycerol en vetzuren, eiwitten uit aminozuren.

  • Let op oplosbaarheid: vetoplosbaar of wateroplosbaar bepaalt de plaats in een membraan.

  • Gebruik in je antwoord de naam van de stof en de functie.

Deze slide heeft geen instructies

Welk deel van een fosfolipide is vetoplosbaar?

A

De kop met het fosfaat

B

Alleen het glycerol

C

De twee staarten van vetzuren

D

Het hele molecuul

De vetzuren vormen de vetoplosbare staarten, de kop met glycerol en fosfaat is wateroplosbaar. Verwachte fout: de kop kiezen.

Waarom moet een mens essentiële aminozuren met voedsel binnenkrijgen?

A

Ze zijn de enige aminozuren in eiwitten

B

Alleen die bevatten stikstof

C

Het lichaam kan ze zelf niet maken

D

Ze leveren meer energie dan andere

Essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf aanmaken. Verwachte fout: denken dat essentieel betekent dat ze het belangrijkst zijn voor de energievoorziening.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Grafiek met beperkende factoren

2

Reactievergelijking

3

Schema lezen

4

Stoffen en hun functie

Bespreek het gekozen vraagtype na met een voorbeeld uit de les.

STOFWISSELING VAN DE CEL · FOTOSYNTHESE

Tips voor op het examen

  • Tel bij een reactievergelijking altijd de atomen links en rechts.

  • Bij een grafiek: een stijgende lijn betekent dat de factor op de x-as beperkt, een vlakke lijn dat een andere factor beperkt.

  • De zuurstof komt uit water en de koolstof in glucose uit koolstofdioxide.

  • Lichtreactie levert ATP en NADPH, de donkerreactie gebruikt ze.

Deze slide heeft geen instructies