Assimilatie en dissimilatie (Biologie havo), les 2: Examentraining

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Examentraining

Assimilatie en dissimilatie: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: een reactievergelijking lezen, een grafiek lezen, verklaren met gisting en stoffen en niveaus. Elk met uitleg en twee vragen in examenstijl.

Onderdelen in deze les

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Examentraining

Assimilatie en dissimilatie: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: MUuslimabonu / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een reactievergelijking, grafiek of situatie bepalen welk proces het is en mijn antwoord onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat is gegeven: een vergelijking, een grafiek of een situatie?

  • 2. Herken: wordt er opgebouwd (assimilatie) of afgebroken (dissimilatie), met of zonder zuurstof?

  • 3. Zoek: welke stoffen en welke energievorm horen erbij?

  • 4. Schrijf: geef een kort antwoord met het juiste begrip.

Deze slide heeft geen instructies

Schema van de fotosynthese in een bladgroenkorrel

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Vraagtype 1: reactievergelijking lezen

  • Fotosynthese: 6 CO2 + 6 H2O + lichtenergie geeft C6H12O6 + 6 O2.

  • Aerobe dissimilatie: C6H12O6 + 6 O2 geeft 6 CO2 + 6 H2O + energie.

  • Alcoholgisting: C6H12O6 geeft 2 C2H5OH + 2 CO2 + energie.

  • Tel de moleculen: de getallen voor de formules zeggen hoeveel moleculen het zijn.

Image credit: Eigen schema, LessonUp

C6H12O6 + 6 O2 geeft 6 CO2 + 6 H2O + energie. Welk proces?

A

Fotosynthese

B

Alcoholgisting

C

Aerobe dissimilatie

D

Melkzuurgisting

Glucose wordt met zuurstof afgebroken en er komt energie vrij: aerobe dissimilatie. Verwachte fout: fotosynthese kiezen omdat dezelfde stoffen voorkomen, maar nu in omgekeerde richting.

Fotosynthese maakt 2 glucosemoleculen. Hoeveel O2 ontstaat?

A

12

B

6

C

2

D

24

Per glucosemolecuul ontstaan 6 O2-moleculen, dus 2 x 6 = 12. Verwachte fout: 6 noemen, de vergelijking geldt voor een molecuul glucose.

Zuurstofgehalte in 24 uur (verzonnen meting)

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Vraagtype 2: een grafiek lezen

  • Bekijk eerst de assen: wat staat op de x-as en wat op de y-as?

  • Zoek de stijgende en dalende stukken en koppel ze aan licht en donker.

  • Planten doen dag en nacht dissimilatie, en overdag ook fotosynthese.

  • Rechts: het zuurstofgehalte in een aquarium met waterplanten (verzonnen meting).

Image credit: Eigen grafiek, LessonUp

Waarom daalt het zuurstofgehalte tussen 19.00 en 7.00 uur?

A

Fotosynthese gebruikt 's nachts zuurstof

B

Planten stoppen 's nachts met dissimilatie

C

De planten maken 's nachts melkzuur uit zuurstof

D

Geen fotosynthese, wel aerobe dissimilatie

Zonder licht is er geen fotosynthese, dus geen nieuwe zuurstof, terwijl de cellen met aerobe dissimilatie zuurstof blijven gebruiken. Verwachte fout: denken dat planten 's nachts niets doen.

Wanneer is het zuurstofgehalte het hoogst?

Antwoord: om 19.00 uur, het moment dat het licht uitgaat. Tot dan maakt fotosynthese meer zuurstof dan de dissimilatie verbruikt. Verwachte fout: 12.00 uur noemen.

Yoghurt met melkzuurbacteriën

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Vraagtype 3: verklaren met gisting

  • Wordt het zuurstofgehalte te laag, dan schakelt een cel over op anaerobe dissimilatie.

  • Zonder zuurstof ontstaat bij alcoholgisting alcohol en koolstofdioxide.

  • Melkzuurgisting maakt melkzuur, bijvoorbeeld in yoghurt en in spieren.

  • Gisting levert weinig energie.

Image credit: Susan Slater / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Een sprinter krijgt melkzuur in de spieren. Wat is de verklaring?

A

Aerobe dissimilatie levert melkzuur als eindproduct

B

Te weinig zuurstof: anaerobe dissimilatie neemt toe

C

Spiercellen maken melkzuur door fotosynthese

D

Er is te veel zuurstof in de spiercellen

Bij een sprint kan het bloed niet genoeg zuurstof aanvoeren, dus gaan spiercellen deels over op melkzuurgisting. Verwachte fout: denken dat aerobe dissimilatie melkzuur maakt.

Noem twee eindproducten van alcoholgisting.

Antwoord: alcohol en koolstofdioxide. Verwachte fout: melkzuur of zuurstof noemen.

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Vraagtype 4: stoffen en niveaus

  • Let op het niveau: atoom, molecuul, celonderdeel.

  • Essentiële aminozuren komen uit voedsel, niet-essentiële maakt het lichaam zelf.

  • Zetmeel, glycogeen en cellulose zijn polysachariden.

  • Een polysacharide bestaat uit veel monosachariden.

Deze slide heeft geen instructies

Zet op volgorde, van klein naar groot

1

Koolstofatoom

2

Zetmeelmolecuul

3

Bladgroenkorrel

4

Glucosemolecuul

Een atoom is in een molecuul opgenomen, een zetmeelmolecuul bestaat uit veel glucosemoleculen en zit in een celonderdeel als de bladgroenkorrel. Verwachte fout: glucose en zetmeel omdraaien.

Welke stof moet een mens met voedsel binnenkrijgen?

A

Essentiële aminozuren

B

Niet-essentiële aminozuren

C

Glycogeen

D

ATP

Essentiële aminozuren kan het lichaam niet zelf maken. Niet-essentiële aminozuren en glycogeen wel. Verwachte fout: niet-essentiële aminozuren kiezen door de namen te verwarren.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Reactievergelijking lezen

2

Een grafiek lezen

3

Verklaren met gisting

4

Stoffen en niveaus

Bespreek het gekozen vraagtype na met een voorbeeld.

STOFWISSELING VAN DE CEL · ENERGIE

Tips voor op het examen

  • Tel bij een reactievergelijking altijd de atomen links en rechts.

  • Zie je zuurstof links en koolstofdioxide rechts, dan is het aerobe dissimilatie.

  • Planten voeren dag en nacht dissimilatie uit, fotosynthese alleen met licht.

  • Gisting is anaeroob en levert weinig energie.

Deze slide heeft geen instructies