H1 - Tussenwerpsels

Tussenwerpsels
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Tussenwerpsels

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
- Herhaling samentrekking
- Theorie: tussenwerpsels
- Voorbeeldzinnen 
- Quizvragen
- Huiswerk                        

                

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling samentrekking

Wat is een samentrekking?


Welke soorten en welke niveaus samentrekkingen zijn er?



Slide 3 - Tekstslide

We hebben heerlijk gegeten en zijn daarna welgemoed naar huis gegaan.
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 4 - Quizvraag

Tessa speelt graag piano en Esmee viool.
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 5 - Quizvraag

De gemeentelijke en provinciale wegen hebben dezelfde belijning.
A
voorwaartse samentrekking
B
achterwaartse samentrekking

Slide 6 - Quizvraag

Met het openen en het sluiten van sluizen regelt Rijkswaterstaat het waterniveau.
A
woordniveau (een deel van een woord wordt weggelaten)
B
woordgroepniveau (een woord of meerdere woorden worden weggelaten)
C
zinsniveau (een zinsdeel wordt weggelaten, wg/o/lv/mv/bwb)

Slide 7 - Quizvraag

De in- en uitgang van de bibliotheek hebben elektronische poortjes.
A
woordniveau
B
woordgroepniveau
C
zinsniveau

Slide 8 - Quizvraag

Heeft ze je opgebeld en daarna opgehaald?
A
woordniveau
B
woordgroepniveau
C
zinsniveau

Slide 9 - Quizvraag

Theorie tussenwerpsel:
Tussenwerpsel (tw) =  uitroep (hé, oef, shit) of klanknabootsing (klats; pangpang; kedengkedeng)

- Staat aan begin of einde zin​
- Gescheiden door een komma.​

Oef, ik heb gelukkig mijn telefoon wel mee vandaag!
We moesten opdracht 3 maken voor vandaag, toch?
Bam! De deur van Justins kamer vloog met een klap dicht. 








Slide 10 - Tekstslide

Theorie tussenwerpsel:
Naar betekenis kun je de tussenwerpsels indelen in woorden …


  • van bevestiging en ontkenning: ja, jawel, nee;
  • van emotie (verbazing, schrik, pijn): au, ach, hoera, bah, foei, hèhè, oei;
  • van sociaal contact: hoi, houdoe, goedenavond, halt, sorry;
  • van klanknabootsing: miauw, waf, tok(toktok), brrr, plof, tuut(tuut).










Slide 11 - Tekstslide

Let op!
Sommige tussenwerpsels kunnen ook als bijwoord, werkwoord of als zelfstandig naamwoord voorkomen. 

'Heden (tw), wat is hier aan de hand?' riep moeder, toen ze de puinhoop in de woonkamer zag. 
De roman speelt niet in de middeleeuwen, maar in het heden (zn). 
Jarst van Wessen, neem je heden (bw) deze vrouw tot je wettige echtgenote?

Slide 12 - Tekstslide

Hoe vind je een tussenwerpsel?
- voor of achter in de zin
- meestal van de rest van de zin gescheiden via een komma (,)
- vaak een uitroep of klanknabootsing (toktok)
- kan niet van vorm veranderen

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeldzinnen
  •  Au, je doet me heel erg pijn!
  • Jaja, dat zegt iedereen.
  • Ik kwam net de buurman tegen en hij zei: 'goedenavond'.
  • Miauw, hoorde ik net in het donkere steegje.

Slide 14 - Tekstslide

Welk woord in onderstaande zin is een tussenwerpsel?

De burgermeester zei tegen iedereen die langs liep 'goedenavond'.

A
zei
B
die
C
goedenavond
D
liep

Slide 15 - Quizvraag

Noem in de onderstaande zin het tussenwerpsel:

Elke keer als iemand langs loopt blaft mijn hond woefwoef.

Slide 16 - Open vraag

In welke zin staat een tussenwerpsel? (noteer 'zin 1', 'zin 2' of 'zin 1 en zin 2')

1. Helaas hebben we verloren.
2. Helaas, we hebben verloren.

Slide 17 - Open vraag

Welk woord in de onderstaande zin is een tussenwerpsel?

Bah, elke ochtend word ik wakker omdat mijn hond aan het blaffen is
A
Bah
B
blaffen
C
ochtend
D
ik

Slide 18 - Quizvraag

Schrijf op in welke zin een tw, een ww en een zn staat.
1. Die kat miauwt de hele dag al.
2. Zo'n gekke miauw heb ik nog nooit gehoord!
3. Miauw, zei de kat tegen de hond.

Slide 19 - Open vraag

Huiswerk
Tekstboek: 
- startopdracht en opdr. 1 en 2 blz. 32/33

Klaar?
Tekstboek: opdracht 4 (tip: gebruik p. 256 e.v.)
timer
15:00

Slide 20 - Tekstslide

Wat heb je geleerd?
- In welke groepen zijn tussenwerpsels verdeeld?
- Hoe kun je tussenwerpsels vinden?
- Niet alle klanknabootsingen zijn tussenwerpsels
( werkwoorden).

Slide 21 - Tekstslide

Wat vond je lastig deze les? Schrijf één onderdeel op.

Slide 22 - Open vraag

Schrijf twee onderdelen op die je hebt geleerd deze les!

Slide 23 - Open vraag