Ondersteunen bij wonen - Les 4

Ondersteunen bij wonen

Les 4: 
  • Schoonmaakmaterialen
  • schoonmaakmiddelen
  • Etiketten
  • Gevaarsymbolen
  •  Veiligheid
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Ondersteunen bij wonen

Les 4: 
  • Schoonmaakmaterialen
  • schoonmaakmiddelen
  • Etiketten
  • Gevaarsymbolen
  •  Veiligheid

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • Schoonmaakmaterialen
  • Schoonmaakmiddelen
  • Etiketten
  • Gevaarsymbolen
  • Veiligheid

Maken: 
0pdrachten 16 t/m 28



Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen

Aan het eind van deze les.....

  • Ken je het verschil tussen de schoonmaak materialen en middelen .
  • Weet je wat de betekenis van een etiket is.
  • Kan je de gevaarsymbolen herkennen.
  • Weet je wat de reden is dat je veilig moet werken





Slide 3 - Tekstslide

Schoonmaakmaterialen 

Om je werk goed te kunnen doen, heb je allerlei soorten materialen nodig. 
Als je in de thuiszorg werkt, moet je het doen met de materialen en middelen die de cliënt in huis heeft.  

Werk je in een instelling, dan gebruik je de materialen en middelen waar de instelling voor gekozen heeft. Vaak zie je dat dit andere middelen en materialen zijn dan thuis. 
In een instelling worden ze veel intensiever gebruikt. 
Deze middelen en materialen worden in grote hoeveelheden ingekocht. 


Slide 4 - Tekstslide

Schoonmaakmaterialen 
Schoonmaakmiddelen heb je in vele soorten en maten. 

Er zijn natuurlijke schoonmaakmiddelen: zoals soda, groene zeep en azijn. 

Er zijn ook synthetische schoonmaakmiddelen  (kunstmatige schoonmaakmiddelen). Deze worden in een fabriek gemaakt met behulp van aardolie.


Slide 5 - Tekstslide

Etiketten 

Op een schoonmaakmiddel staat een etiket. Op dit etiket staan soms symbolen, deze vertellen over het gebruik. 

Vanuit de wet is dit verplicht en moet het in het Nederlands geschreven zijn. Is dit niet het geval, dan mag het product niet in Nederland verkocht worden.


Slide 6 - Tekstslide

Wat staat er op een etiket 
                             
  • waarvoor je het schoonmaakmiddel gebruikt
  • hoe je het gebruikt
  • welke gevaarsymbolen, pictogrammen en kleurcodes van toepassing zijn
  • waar je de verpakking moet weggooien
  • wat je moet doen wanneer je iets van het schoonmaakmiddel hebt binnengekregen.

Slide 7 - Tekstslide

Wat moet je doen om veilig te werken met schoonmaakmiddelen?
A
Altijd heet water gebruiken
B
Verschillende schoonmaakmiddelen mengen voor een beter resultaat
C
etiketten lezen voor informatie over dosering en veiligheid
D
Schoonmaakmiddelen opslaan in de koelkast

Slide 8 - Quizvraag

Schoonmaakmiddelen kunnen onveilig zijn.
A
Schoonmaakmiddel altijd in de originele fles laten zitten
B
Gevaaraanduiding staat op het etiket
C
Gevaar voor mens en milieu
D
A,B en C zijn juist

Slide 9 - Quizvraag

Hoe weet je hoeveel schoonmaakmiddel je moet gebruiken?
A
Dat staat op het etiket van het schoonmaakmiddel
B
Dat kun je gokken
C
Dat staat op de emmer
D
Dat weet je niet

Slide 10 - Quizvraag

Gevaarsymbolen 

Voordat je een schoonmaakmiddel gebruikt, kijk je naar de gevaarsymbolen op het etiket. 

Wanneer er schadelijke stoffen in een schoonmaakmiddel zitten, dan is het verplicht om deze gevaarsymbolen op het middel te zetten. 

Er moet ook bij het symbool staan wat precies het risico is. 

Kijk goed naar de symbolen voordat je het product gaat gebruiken.

Slide 11 - Tekstslide

Lesstof

Slide 12 - Tekstslide

Veiligheid
Veilig omgaan met schoonmaakmiddelen is heel belangrijk. 

Hoe doe je dit? 
  • Zet schoonmaakmiddelen op een veilige plek en draai doppen goed dicht.
  • Zorg ervoor dat cliënten, met name kinderen, niet bij het middel kunnen komen. 
  • Let ook op valgevaar bij bijvoorbeeld het dweilen van de vloer. Plaats een waarschuwingsbord en laat je materialen niet rondslingeren.

Slide 13 - Tekstslide

Huishoudelijke apparaten
  • Gebruik deze apparaten waarvoor ze bedoeld zijn. Zorg dat stekkers en snoeren in orde zijn. Controleer dus regelmatig of stekkers en snoeren niet beschadigd zijn.

Ventilatie
  • Let op een goede ventilatie. Werk je met chemische stoffen of schoonmaakmiddelen, zorg dan voor voldoende ventilatie door het openzetten van een raam of deur.

Huishoudtrap
  • Controleer of de trap goed en stevig staat als je ermee gaat werken. Gebruik niet een stoel of tafel als alternatief!



Slide 14 - Tekstslide

Check leerdoel

Je kan nu:

  • Het verschil tussen de schoonmaakmaterialen en -middelen uitleggen
  • Werken met een etiket 
  • De gevaarsymbolen herkennen en je weet de betekenissen.
  • Aan het werk gaan en zorgen voor de veiligheid van je .

Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk 


Lezen:
Blz. 27 t/m 39 

Maken: 
Opdracht 16 t/m 28   

Slide 16 - Tekstslide