Havo2 - week 16 - herhaling spelling

Welkom!
Nederlands
Mevrouw Takken, TNL
tnl@jfc.nl
Ma, Di, wo, vrij

Let op: 
Doe mee met de LessonUp, 
Check wat je moet doen  deze week. 
Houd je aan de planner!
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom!
Nederlands
Mevrouw Takken, TNL
tnl@jfc.nl
Ma, Di, wo, vrij

Let op: 
Doe mee met de LessonUp, 
Check wat je moet doen  deze week. 
Houd je aan de planner!

Slide 1 - Tekstslide

- Welkom
- Spelling Herhalen
- Aan de slag - woordenschat


Doel: 
- Je kent de woorden van woordenschat H3
- Je kunt de uitdrukkingen uit de lijst van H3 op de juiste manier gebruiken
- Je benoemt wat rijmende uitdrukkingen zijn
- Je kent de woorden uit woordenlijst H4
- Je kunt hoofdletters en leestekens op de juiste plek zetten
- Je spelt werkwoorden goed




Vandaag in de les:

Slide 2 - Tekstslide

Welke vorm is juist geschreven?
A
bijbelverhaal
B
April
C
Middeleeuwen
D
beatrixcollege

Slide 3 - Quizvraag

Welke vorm is juist geschreven?
A
Jarik De Boer
B
jarik de boer
C
Jarik de Boer
D
J. De Boer

Slide 4 - Quizvraag

Welke vorm is juist geschreven?
A
West- friesland
B
West-Friesland
C
west-friesland
D
west-Friesland

Slide 5 - Quizvraag

Welke vorm is goed geschreven?
A
Kerstboom
B
kerstmis
C
Kerstvakantie
D
kerstboom

Slide 6 - Quizvraag

Schrijf onderstaande zin foutloos:
in haar boek hoe overleef ik de brugklas geeft francine oomen veel goede tips.

Slide 7 - Open vraag

Schrijf onderstaande zin goed op.
's avonds drinkt robert graag een kopje thee.

Slide 8 - Open vraag

Schrijf onderstaande regel foutloos:
merel wil jij vanavond op sam passen als wij naar de familie van vliet gaan vroeg vader

Slide 9 - Open vraag

Schrijf onderstaande zin foutloos
de laatste woorden van de romeinse keizer nero waren een groot kunstenaar gaat met mij heen.

Slide 10 - Open vraag

Hij (geloven, tt) mij niet.
A
gelooft
B
geloofd
C
geloofdt

Slide 11 - Quizvraag

Wat (vinden, tt) je van mijn nieuwe schoenen?
A
vind
B
vindt
C
vint

Slide 12 - Quizvraag

De jongens (ontmoeten, tt) elkaar op het voetbalveldje.
A
ontmoete
B
ontmoeten
C
ontmoette
D
ontmoetten

Slide 13 - Quizvraag

Als ik de takken (vasthouden, tt), dan kan jij ze bij elkaar binden.
A
vasthoudt
B
vasthoud

Slide 14 - Quizvraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De nieuwe spits kon niet aan de (wekken) verwachtingen voldoen.

Slide 15 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De (ontslaan) medewerker zoekt nu een nieuwe baan.

Slide 16 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De rechtbank besloot beide verdachten tegelijk te (berechten)

Slide 17 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Pak nu onmiddellijk je boek en (houden) je mond.

Slide 18 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De burgers van het (beschieten) dorp vluchtten de bergen in.

Slide 19 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Gisteren (luiden, vt) de voorspelling nog regen en storm, maar nu schijnt de zon

Slide 20 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Hardop (denken) liep Frits door het park.

Slide 21 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Thea en Bas waren zo laat vertrokken, zodat ze (vrezen, vt) te laat te komen.

Slide 22 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De dorpelingen liepen in stilte langs hun (verwoesten) huizen.

Slide 23 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De fotograaf (vergroten, vt) vorige week de foto.

Slide 24 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Het (verbazen, tt) me steeds weer dat er altijd wat moois bloeit in hun tuin.

Slide 25 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Dat er ook 's winters iets in de tuin bloeit, heeft me altijd (verbazen).

Slide 26 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

Hoewel we de tekst goed geleerd hadden, (vergissen, vt) we ons vaak.

Slide 27 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

De jachtopziener (bespieden, tt) een roedel herten.

Slide 28 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het werkwoord tussen haakjes in.

(raden) je zus nu wel het juiste antwoord?

Slide 29 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Ik antwoord graag op al jouw vragen. Antwoord is?

Slide 30 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Het vliegtuig is op tijd geland. Geland is?

Slide 31 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs

De politie verbrandde de gevonden drugs. Verbrandde is?

Slide 32 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Het meisje liep zingend door de straat. Zingend is?

Slide 33 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

De gewonde man moest met spoed naar het ziekenhuis. Gewonde is?

Slide 34 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Hij heeft mij ingelicht over de lastige zaak. Ingelicht is?

Slide 35 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Hij vermoedde helemaal niks. Vermoedde is?

Slide 36 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

De boer oogst het graan in augustus. Oogst is?

Slide 37 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Hij heeft die tekst goed samengevat. Samengevat is?

Slide 38 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

De verklede meisjes zagen eruit als clowns.Verklede is?

Slide 39 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?

Ruim nu onmiddellijk je kamer op! Ruim is?

Slide 40 - Open vraag

pvtt - pvvt - infinitief - voltooid deelwoord - onvoltooid deelwoord - bijvoeglijk naamwoord - gebiedende wijs?
Zwemmend in het meer genoot hij van het mooie weer. Zwemmend is?

Slide 41 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (verven) deur

Slide 42 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

het (verzetten) werk

Slide 43 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (haten) minister

Slide 44 - Open vraag

Vul de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord in:

de (verbreden) boulevard

Slide 45 - Open vraag