3.1 Decimale Getallen

Hoofdstuk 3 Decimale Getallen
- Leg alvast je werkboek op tafel
- Start je laptop op en zet lesson up 
aan
- Draai je laptop naar mij toe, zodat 
ik het scherm kan zien. 

1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMiddelbare schoolvmbo, mavoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3 Decimale Getallen
- Leg alvast je werkboek op tafel
- Start je laptop op en zet lesson up 
aan
- Draai je laptop naar mij toe, zodat 
ik het scherm kan zien. 

Slide 1 - Tekstslide

Planning van de les
- Terugblik vorige les
- Bespreken van de leerdoelen  
- Instructie Hoofdstuk 3.1 
- Zelfstandig verwerken
- Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Maak een samengestelde breuk van 16/5
A
1 1/5
B
2 1/5
C
3 1/5
D
2 3/5

Slide 3 - Quizvraag

Vereenvoudig de breuk:
8/12=?
A
4/6
B
8/18
C
2/3
D
2,6/4

Slide 4 - Quizvraag

-Ik kan uitleggen wat een decimaal getal is.

- Ik kan een decimaal getal op de getallenlijn aanwijzen.

-Je vergelijkt decimale getallen en geeft aan  welk getal groter of kleiner is en gebruik maken van de tekens >, < en =.

-Ik kan de uitkomst van een opdracht schatten en  het ongeveer-teken (≈) gebruiken 

Leerdoel van deze les

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide


Hoeveel decimalen getallen heeft 45,642?
A
4
B
2
C
1
D
3

Slide 8 - Quizvraag

Slide 9 - Tekstslide

Hoeveel decimalen getallen heeft
136,58?
A
4
B
2
C
1
D
3

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide

Welke decimaal getal is groter?
0,55 of 0,555
A
0,55
B
0,555

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Tekstslide

Kies de kleinste getal
A
4,05
B
4,02
C
4,2
D
4,5

Slide 14 - Quizvraag

kies de grootste getal
A
3,5
B
3,50
C
3,05
D
3,005

Slide 15 - Quizvraag

Welk symbool hoort op de stippellijn?

1,7 ...... 7
A
&gt;
B
&lt;
C
=
D
≈

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Welk symbool hoort op de stippellijn?

19,1 ...... 19,01
A
&gt;
B
&lt;
C
=
D
≈

Slide 18 - Quizvraag

Welk symbool hoort op de stippellijn?

5,210 ...... 5,21
A
&gt;
B
&lt;
C
=
D
≈

Slide 19 - Quizvraag

Welk symbool hoort op de stippellijn?

3,33 ...... 3,333
A
&gt;
B
&lt;
C
=
D
≈

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

18,99 ≈ ..........

Slide 24 - Open vraag

2,1 ≈ ..........

Slide 25 - Open vraag

Decimale getallen
Een breuk kun je als decimaal getal schrijven. Je rekent de breuk dan eerst om naar een breuk met als noemer 10 of 100.

Slide 26 - Tekstslide

Schrijf 1/5 als decimaal getal.


Stap 1: Reken de breuk om naar een breuk met als noemer 10 of 100.
Stap 2: Schrijf de breuk als decimaal getal.

Slide 27 - Open vraag

Aan de slag!
Hoe?
Zelfstandig
Ik loop rond voor vragen
Blz.
Hoofdstuk 3.1 Blz. 82 t/m 91
Hoofdstuk 4.5 blz. 145 t/m 147
Opdr.
H3.1 = 1 t/m 8 Bij 6, 7, 8 berekening!
H4.5 = 29 t/m 31
Klaar?
Iets voor jezelf doen, waarbij je niemand anders stoort. 
timer
15:00

Slide 28 - Tekstslide