V4maw politiek en kernconcepten herhaling

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip wil
je nog behandelen?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies



Hoe denkt het socialisme over economie?
Hoe denkt het socialisme over economie?
A
Socialisten zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
B
Socialisten willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid
C
Voor socialisten is dit een dilemma; enerzijds naastenliefde belangrijk, anderzijds zijn ze voorstander van eigen verantwoordelijkheid

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies




Wat hoort er NIET bij het liberalisme?
Welke uitspraak past niet bij het liberalisme?
A
Liberalen zijn voorstander van economische vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.
B
Liberalen willen een belangrijke rol voor de overheid in de economie om te zorgen voor meer gelijkheid.
C
Individuele vrijheid is belangrijk, mensen mogen dus zelf weten welke cultuur zij naleven.
D
Linkse liberalen willen meer invloed voor burger maar rechtse liberalen niet.

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de belangrijkste waarde van het liberalisme
A
Gelijkheid
B
Vrijheid
C
Tolerantie
D
Samenwerking

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de belangrijkste waarde van het Confessionalisme / Christendemocraten
A
Tolerantie
B
Samenwerking
C
Naastenliefde
D
Gelijkheid

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Partijen die bij de sociaaldemocraten horen:
A
Pro, SP, VVD, Denk, CDA
B
Pro, VVD, Partij voor de Dieren, D66
C
Pro, Partij voor de Dieren, Denk, SP

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Prinsjesdag is een politieke institutie: Geef voorbeelden van regels die het gedrag reguleren.

Slide 9 - Woordweb

WOORDWEB
De tekst in het gele vak middenin is simpel aan te passen door er op te klikken. Vak te klein? Simpel aan te passen door het vak wat te vergroten met de punten aan de zijkant van het vak.
Welke functie van een politieke partij komt tot uiting bij het indienen van een motie in de Tweede Kamer?
A
Mobilisatie
B
Articulatie
C
Aggregatie
D
Communicatie

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Machtsbronnen
A
Kennis, politiek, sociaal, economisch
B
Cognitief, politiek, sociaal, economisch
C
Cognitief, politiek, affectief, economisch
D
Kennis, politiek, economisch, cognitief

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

<span style="font-weight: 700; color: rgb(255, 255, 255)">Conflict</span><div><span style="font-weight: 700; color: rgb(255, 255, 255)">model</span></div>
<span style="color: rgb(255, 255, 255); font-weight: bold">Harmonie</span><div><span style="color: rgb(255, 255, 255); font-weight: bold">model</span></div>
Overleg
Demonstraties
Poldermodel
Consensus
Strijd
Stakingen

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Het aantal Kamerleden zegt nog niks over de kwaliteit van de vertegenwoordiging. Welk begrip beoordeelt de kwaliteit van vertegenwoordiging?
Het aantal Kamerleden zegt nog niks over de kwaliteit van de vertegenwoordiging. Welk begrip beoordeelt de kwaliteit van vertegenwoordiging?
A
Representatie
B
Representativiteit

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij dit model van visies op representatie zijn de gekozenen gevolmachtigd en laten zij zich leiden door hun eigen mening, niet die van kiezers
A
Afspiegelingsmodel
B
Rolmodel
C
Partijenmodel
D
Machtigingsmodel

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het stemrecht is democratisering
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Indicatoren/vereisten
democratie

Slide 19 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

processen waarlangs conflicten opgelost worden; strijd& consensus, waardevolle (materiele en immateriële) zaken toebedeeld worden / beslissingen genomen worden: dit is
A
Polity
B
Politics
C
Policy

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


De petitie voor de 'sleepwet' werd in 2017 ruim 400.000 keer ondertekend. Bij welke stap van omzetting hoort deze actie?
A
Politieke agendavorming
B
Beleidsvoorbereiding
C
Beleidsbepaling
D
Geen een, dit is uitvoer

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij dit paradigma horen evenwicht, bindingen, instituties, voortbestaan, structuur en stabiliteit
A
functionalisme
B
conflict
C
sociaal-constructivisme
D
rationele actor

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij dit paradigma maak je altijd een kosten- en batenanalyse vanuit eigen belang
A
functionalisme
B
conflict
C
sociaal-constructivisme
D
rationele actor

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken van het conflict paradigma zijn
A
micro, sociale ongelijkheid, afwezigheid sociale cohesie
B
macro, sociale ongelijkheid, machtsverschillen, verandering
C
conflicten, micro, integratie
D
macro, opvattingen, conflicten

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken
Sociaal-constructivisme

Slide 31 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies