§4.5 Rekenen aan reacties (oefenen)

§4.5 Rekenen aan reacties
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

§4.5 Rekenen aan reacties

Slide 1 - Tekstslide

Planning
- Herhalen
- Lesdoel
- Molverhouding
- Voorbeeld rekenen met molverhouding
- Oefenen
- Afronding


Slide 2 - Tekstslide

Herhaling

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoel
- Rekenen met de molverhouding, waarbij je ook het rekenschema wordt toegepast.

Slide 4 - Tekstslide

De molverhouding

De verhouding waarin moleculen met elkaar reageren, kun je uit de reactievergelijking halen. Hiervoor heb je een kloppende reactievergelijking nodig!

Slide 5 - Tekstslide

Stappen bij rekenen aan reacties
Stap 1: Geef de reactievergelijking
Stap 2: Reken de gegeven massa om naar mol
Stap 3: Gebruik de molverhouding uit de reactievergelijking
Stap 4: Reken de hoeveelheid mol om naar de juiste grootheid en eenheid.

Slide 6 - Tekstslide

Voorbeeldopgave 7

Slide 7 - Tekstslide

Instructie
Wat ga je doen?
- Oefenen met 3 sommen.
Hoe ga je het doen?
- Zelfstandig.
Wat zijn je hulpmiddelen?
- Boek, klasgenoot en de docent.
Wat doe je als je klaar bent?
- Een foto van je gemaakte werk opsturen naar de docent via TEAMS. Vervolgens krijg je de uitwerkingen.

Slide 8 - Tekstslide

Oefen som 1
In de mond is een enzym aanwezig dat sacharose omzet in glucose. Hierbij reageert sacharose (C12H22O11) met water waardoor glucose ontstaat.
a. Geef de reactievergelijking voor de omzetting van sacharose in glucose.
 b. Bereken hoeveel gram glucose er ontstaat als 5,0 gram sacharose in de mond is omgezet in glucose.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Oefen som 2
Alcohol wordt gebruikt om de huid te ontsmetten voordat iemand een injectie krijgt. Alcohol wordt in de industrie gemaakt door etheen met water te laten reageren. Hierbij treedt de volgende reactie op:
 C2H4 (g) + H2O (l) --> C2H6O (l)
etheen (g) + water (l) --> ethanol (alcohol) (l)
 a.  Bereken de molaire massa van etheen, water en ethanol.
 b.  Hoeveel gram ethanol ontstaat er uit 1500 gram etheen?
 c.  Hoeveel gram water is er nodig om 1500 gram etheen om te zetten in ethanol?

Slide 11 - Tekstslide

Oefen som 3 (dit is voor cijfer )
Bij Corus maakt men ijzer uit ijzeroxide (het belangrijkste bestanddeel van ijzererts). De reactievergelijking van de reactie die hierbij optreedt, luidt als volgt:
Fe2O3 (s) + 3 CO (g) --> 2 Fe (s) + 3 CO2 (g)
ijzeroxide (s) koolstofmono-oxide (g) ijzer (s) koolstofdioxide (g)
a) Bereken de molaire massa van ijzeroxide, koolstofmono-oxide, ijzer (eigenlijk atomaire massa) en koolstofdioxide.
b) Bereken hoeveel ijzer er kan ontstaan uit 1000 gram ijzeroxide.
c) Bereken hoeveel gram koolstofmono-oxide er nodig is om 1000 gram ijzeroxide om te
zetten in ijzer.
d) Bereken hoeveel ton ijzeroxide er nodig is om 1,00 ton ijzer te produceren.
e) Omdat het ijzererts niet zuiver is, is er 1,50 ton ijzererts nodig om 1,00 ton ijzer te
maken. Bereken hoeveel ton ijzeroxide er in 1,00 ton ertszit.

Slide 12 - Tekstslide

Afsluiting
Maak van paragraaf 4.5 de opgaven 30 t/m 38

Slide 13 - Tekstslide