T.C. thema 1

Nederlands
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalISK

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Nederlands

Slide 1 - Tekstslide

herhaling Taal Compleet
  • Log in op LessonUp. 

Slide 2 - Tekstslide

Welke klank hoor je?
A
/oo/
B
/oe/
C
/ee/
D
/ui/

Slide 3 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/oo/
B
/oe/
C
/ee/
D
/ui/

Slide 4 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/e/
B
/eu/
C
/ee/
D
/aa/

Slide 5 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/oo/
B
/oe/
C
/eu/
D
/ui/

Slide 6 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/i/
B
/e/
C
/ee/
D
/aa/

Slide 7 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/i/
B
/e/
C
/ee/
D
/ui/

Slide 8 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/ie/
B
/ei/ij/
C
/ee/
D
/ui/

Slide 9 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/ie/
B
/ei/ij/
C
/ee/
D
/ui/

Slide 10 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/ie/
B
/e/
C
/ee/
D
/ui/

Slide 11 - Quizvraag

Welke klank hoor je?

A
/i/
B
/e/
C
/aa/
D
/a/

Slide 12 - Quizvraag

Vul in:
Waar kom je _____?

Slide 13 - Open vraag

Vul in:
Ik kom ____ Italië.

Slide 14 - Open vraag

Vul in:
Mijn vader en mijn moeder zijn mijn ______.

Slide 15 - Open vraag

Vul in:
Ik heb veel familie _____ in Nederland.

Slide 16 - Open vraag

Vul in:
________ woon jij?

Slide 17 - Open vraag

Vul in:
________ ben jij?

Slide 18 - Open vraag

Vul in:
______ is je naam?

Slide 19 - Open vraag

Vul in:
Ik ben mevrouw Gijse. _____ kom uit Nederland.

Slide 20 - Open vraag

Vul in:
Ik heb een dochter. _____ heet Aisha.

Slide 21 - Open vraag

Vul in:
Ik heb een broer. _____ heet Wim.

Slide 22 - Open vraag

Vul in:
Mijn ouders zijn opa en oma.
_____ hebben zes kleinkinderen.

Slide 23 - Open vraag

Kies de juiste vorm van zijn
zij .......... mijn ouders

Slide 24 - Tekstslide

Kies de juiste vorm van zijn:
Zij ........... mijn ouders.

Slide 25 - Open vraag

Kies de juiste vorm van zijn:
Marieke en ik ........... al 20 jaar vriendinnen.

Slide 26 - Open vraag

Kies de juiste vorm van zijn:
Ik ........... 14 jaar.

Slide 27 - Open vraag

Kies de juiste vorm van zijn:
Jij ........... heel aardig.

Slide 28 - Open vraag

Kies de juiste vorm van zijn:
........ jij vandaag jarig?

Slide 29 - Open vraag

Kies de juiste vorm van hebben:
Fatima en Jeroen ........... les.

Slide 30 - Open vraag

Kies de juiste vorm van hebben:
........... jij een nieuwe jas?

Slide 31 - Open vraag

Kies de juiste vorm van hebben:
Hij ........... een mooie nieuwe fiets.

Slide 32 - Open vraag

Kies de juiste vorm van hebben:
Ik ........... hoofdpijn.

Slide 33 - Open vraag

Kies de juiste vorm van hebben:
Hij ........... een mooie auto.

Slide 34 - Open vraag

Klaar met LessonUp!

Slide 35 - Tekstslide