Begeleiden bij opbouwen en onderhouden sociaal netwerk

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen:

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik

Wat weten we nog van:
Kwaliteit van leven
eigen regie
autonomie
empowerment

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een sociaal netwerk
- mensen waarmee je een persoonlijke band hebt. 
- geven waardering en een gevoel van veiligheid
-op basis van wederkerigheid en gelijkwaardigheid

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen steun vanuit een sociaal netwerk en de steun van een professionele zorgverlener? 



Wat is het verschil tussen de steun vanuit het sociale netwerk en de steun van een professionele zorgverlener? 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Persoonlijke relaties: 
Praktische steun
Sociale steun; bij elkaar zijn
Steun op het gebied van zorg
Adviserende steun
Emotionele steun
Digitale steun

Professionele relaties:
Gefinancierde zorg
Professionele relatie
Gebonden aan tijd
Professionele nabijheid




Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem verschil(len) tussen de steun vanuit het sociale netwerk en de steun van een professionele zorgverlener.

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke drempels kunnen een sociaal netwerk ervaren:
- onwennigheid
- onwetendheid
- vraagverlegenheid
- te weinig tijd
- een te grote afstand
- weinig mensen
- desinteresse
- niet op 1 lijn zitten
- de situatie niet kunnen accepteren

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan je drempels verlagen voor de cliënt?
- Breng het netwerk in kaart (ecogram) 
- Je helpt contact te leggen met het netwerk
- Je leert de client om hulp te vragen
- Geef mantelzorgers de ruimte voor het uiten van gevoelens
- Je geeft voorlichting aan netwerk
- Je begeleidt een familiegesprek

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opg 3 Opbouwen van een sociaal netwerk
1. Oriëntatiefase: je achterhaalt wat het gewenste sociale netwerk van de zorgvrager is.

2. In kaart brengen van het netwerk van de zorgvrager: de beginsituatie.
3. De waarde en kwaliteit van het netwerk bepalen: door samen iedereen in dat netwerk in beeld te brengen.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opbouwen van een sociaal netwerk
4. Samen bekijken en bedenken wat er gedaan kan worden om het netwerk op te bouwen. Dit doe je door samen te kijken naar:

  • de mogelijkheden voor de zorgvrager om contacten te leggen;
  • de sociale vaardigheden van de zorgvrager en welke eventueel verbeterd kunnen worden;
  • de plaatsen, kansen en contacten die interessant kunnen zijn voor de zorgvrager;
  • de interesses, talenten, positieve eigenschappen en vaardigheden van de zorgvrager.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opbouwen van een sociaal netwerk
5. Het inschakelen van anderen om mee te denken over het gewenste netwerk. Dit kan in een-op-een-gesprekken of in een bijeenkomst met een aantal anderen.


6. Acties vast stellen. Je stelt samen met de zorgvrager de gewenste acties vast in een plan, waarbij een concreet voornemen wordt geformuleerd.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opbouwen van een sociaal netwerk
7. Het uitvoeren van het actieplan: door de zorgvrager of samen met de verpleegkundige of betrokken anderen.


8. Het evalueren van het plan. Samen terugkijken naar de effecten van de uitgevoerde acties.  Evaluatiemoment op een later moment afspreken, bijvoorbeeld een halfjaar later. Daarbij bespreek je de resultaten van het stappenplan. Evalueer dan de opbouw van het sociale netwerk van de zorgvrager.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer is een cliënt eenzaam? 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale eenzaamheid:
De cliënt heeft minder contacten met andere mensen dan hij wenst. Het gemis zit hem in de hoeveelheid.

Emotionele eenzaamheid:
De cliënt heeft genoeg contacten maar er zit onvoldoende diepgang en emotionele binding in.

Isolatie: 
Combinatie van sociale en emotionele eenzaamheid
 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van eenzaamheid:
- Mobiliteitsproblemen
- Medische of psychiatrische behandelingen
- Angst voor contact met andere mensen
- Onvoldoende voorzieningen in de buurt
- Gebrek aan sociale vaardigheden

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Het sociale netwerk in kaart brengen
- Wat voor soort contacten heeft de zorgvrager?
- Hoe verlopen die contacten van de zorgvrager?
- Zijn er contacten die de zorgvrager mist?

Opdracht:
Maak een ecogram van het netwerk van een klasgenoot. 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociaal netwerk in kaart brengen
Het goed in beeld krijgen van het sociale netwerk is van belang om meerdere redenen:

Je weet wie je kunt benaderen voor ondersteuning van de zorgvrager.
Je weet wat de zwakke en sterke kanten zijn van het sociale netwerk.
Je weet op welke vlakken de zorgvrager het sociale netwerk zou kunnen uitbreiden.
Je weet waar de zorgvrager behoefte aan heeft.
 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Netwerk in kaart brengen
Ecogram: 
Een ecogram brengt het sociaal netwerk van de cliënt, het cliëntsysteem of huishouden uit diverse leefgebieden in beeld en maakt potentiële hulpbronnen en knelpunten zichtbaar.  

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecogram Jan

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociale netwerk ondersteunen
  1. Inventariseer de behoefte aan sociaal contact van de zorgvrager.
  2. Stel vervolgacties vast.
  3. Begeleid de zorgvrager in het leggen van contacten.
  4. Begeleid de zorgvrager in het onderhouden van contacten.
  5. Begeleid de zorgvrager in het afbouwen van contacten.
  6. Evalueer je begeleiding.

Slide 22 - Tekstslide

1. Inventariseer de behoefte aan sociaal contact van de zorgvrager. Ga zo veel mogelijk uit van de wensen van de zorgvrager. Als hij zijn wensen niet goed kan aangeven, bedenk dan dat ieder
2. Stel vervolgacties vast.
Zoek samen met de zorgvrager uit aan welke zaken hij wil gaan werken. De zorgvrager wil bijvoorbeeld vaker samen met zijn partner iets leuks ondernemen (winkelen, naar de film, zwemmen).
3. Begeleid de zorgvrager in het leggen van contacten.
Ondersteun de zorgvrager in zijn communicatie met anderen. Wees creatief in het verzinnen van manieren
 om contact te leggen. 
4. Begeleid de zorgvrager in het onderhouden van contacten.
Stimuleer de zorgvrager om contact te onderhouden en dingen voor een ander te doen (kaartje sturen, zelf een cadeautje kopen of maken, iemand bellen of samen iets ondernemen). Betrek waar mogelijk de naasten hierbij. Organiseer samen met de zorgvrager bijeenkomsten voor naasten. Stimuleer de zorgvrager in zijn eigen initiatief, maar neem het niet van hem over.
5. Begeleid de zorgvrager in het afbouwen van contacten.
Help de zorgvrager bij het aangeven van zijn grenzen. Begeleid bij de rouwverwerking als die zich voordoet. Neem de emoties van de zorgvrager serieus.
6. Evalueer je begeleiding.
 Contacten leggen
Je kunt op verschillende manieren begeleiden bij het aangaan en onderhouden van sociale contacten:
  

  • De zorgverlener legt contact met het sociale netwerk voor de zorgvrager;
  • De zorgverlener legt contact met het sociale netwerk samen met de zorgvrager;
  • De zorgvrager legt zelfstandig contact met het sociale netwerk.
 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Contacten afbouwen
Het kan ook voorkomen dat je de zorgvrager moet begeleiden bij het afbouwen van sociale contacten. 
Bijvoorbeeld bij:

Helpen bij eigen grenzen stellen (minder of geen contact) en grenzen duidelijk over te brengen;
Helpen met het verwerken van verlies van bijvoorbeeld een partner of vriendschap.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen en evaluatie:
  • Kan het sociale netwerk van de client in kaart brengen
  • Weet hoe een sociaal netwerk versterkt kan worden van de client
  • Weet wat eenzaamheid betekent voor een sociaal netwerk
  • Kan een ecogram opstellen 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies