In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Dag allemaal! Ga volgends de plattegrond zitten en zorg dat je je boek en pen op tafel hebt liggen. Pak ook een gesloten laptop.
timer
4:00
Slide 1 - Tekstslide
Dag allemaal! Ga volgends de plattegrond zitten en zorg dat je je boek en pen op tafel hebt liggen. Pak ook een gesloten laptop.
timer
4:00
Slide 2 - Tekstslide
3.3 Veranderen van Fase
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoelen 3.3 Veranderen van Fase
Je kunt de 6 faseovergangen beschrijven
Je kunt beschrijven hoe de faseovergangen van water een belangrijke rol spelen bij allerlei weersverschijnselen.
Slide 4 - Tekstslide
Smelten
Een vaste stof word een vloeistof.
Chocola smelten!
Voorbeeld?
Slide 5 - Tekstslide
Verdampen
een vloeistof word een gas!
(Let op, de gas die je ziet is geen waterdamp!)
Parfum is ook een mooi voorbeeld.
Slide 6 - Tekstslide
Condenseren
Een gas wordt Vloeistof!
Denk aan de spiegel in de badkamer als je gedoucht hebt
Slide 7 - Tekstslide
Bevriezen/ Stollen
Een vloeistof word een vaste stof
Denk aan kaarsvet! Als een kaars afkoelt word het weer vast.
Slide 8 - Tekstslide
Vervluchtigen
Een vaste stof word een gas.
Als er sneeuw ligt en het laagje wordt steeds dunner, zonder dat er een plasje water bij ligt. De sneeuw smelt dan niet, maar gaat over in waterdamp.
Slide 9 - Tekstslide
Rijpen
Een gas wordt een vaste stof
Denk aan de mooie witte bomen in de winter zonder dat er sneeuw is gevallen.
Slide 10 - Tekstslide
Fase overgangen in het weer
Smelten
Verdampen
Condenseren
Bevriezen
Vervluchtigen
Rijpen
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
QUIZ
Log in op lessonup
Slide 13 - Tekstslide
Geef de namen van de faseovergangen 2 en 5.
Nummer 2
Nummer 5
Smelten
Stollen
Rijpen
Verdampen
Condenseren
Sublimeren
Slide 14 - Sleepvraag
A
Smelten
B
Verdampen
C
Condenseren
D
Stollen (Bevriezen)
Slide 15 - Quizvraag
Ken je de faseovergangen nog?
verdampen
condenseren
stollen/bevriezen
smelten
rijpen
vervluchtigen
Slide 16 - Sleepvraag
Water verandert in ijs
Waterdamp verandert in drupels
IJs verandert in water
water verandert in damp
Condenseren
Bevriezen
Smelten
Verdampen
Slide 17 - Sleepvraag
In welke fase is water wanneer er condens op een koude ruit in de kamer zit.
A
vast
B
condenseren
C
vloeibaar
D
gas
Slide 18 - Quizvraag
Voor welke faseovergangen dient de stof verwarmd te worden?
Nask leerdoel 27
A
sublimeren, condenseren, stollen
B
rijpen, smelten, verdampen
C
rijpen, stollen, verdampen
D
sublimeren, smelten, verdampen
Slide 19 - Quizvraag
Je gaat ijs verwarmen. In welke volgorde komen de faseovergangen dan voor?
A
eerst smelten, dan condenseren
B
eerst smelten, dan stollen
C
eerst smelten, dan verdampen
D
eerst verdampen, dan condenseren
Slide 20 - Quizvraag
Neerslag komt in twee toestanden voor: vast en vloeibaar. Bij welke soorten neerslag is het water vloeibaar?
A
dauw
B
sneeuw
C
regen
D
rijp
Slide 21 - Quizvraag
Hoe heet de neerslag die je in de zomer 's ochtends op bomen en planten kunt vinden?
A
ijzel
B
dauw
C
regen
D
rijp
Slide 22 - Quizvraag
Tijdens een willekeurige winterdag zit er veel waterdamp in de lucht. Vervolgens daalt de temperatuur ’s nachts naar −4 °C. Wat zul je de volgende ochtend op de takken vinden?
A
rijp
B
waterdruppels
C
waterdamp
Slide 23 - Quizvraag
A
Smelten
B
Verdampen
C
Condenseren
D
Stollen (Bevriezen)
Slide 24 - Quizvraag
Welke fase-overgang is er, wanneer je en gesmolten ijsje in de vriezer legt
A
Smelten
B
Verdampen
C
Condenseren
D
Stollen (Bevriezen)
Slide 25 - Quizvraag
Bij de fase-overgang rijpen gaat water van ...
rijp
A
vast naar vloeibaar
B
gas naar vast
C
vloeibaar naar vast
Slide 26 - Quizvraag
Ga nu zelf aan de slag
Wat? Maak H3.3 - opdracht 1 t/m 8
Hoe? De eerste 5 minuten zijn stil, daarna fluisterend overleggen