Natuur 6: les 8 Winter

Natuur 6: les 8 Winter
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologiePraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Natuur 6: les 8 Winter

Slide 1 - Tekstslide

De winter
- 1 van de 4 seizoenen (jaargetijden).
- Duurt van 21 december tot en met 20 maart.
- De koudste periode van het jaar.
- De zon schijnt minder fel en minder uren.
- Veel dieren houden een winterslaap.
- Loofbomen en veel planten zijn kaal; hebben geen bladeren.

Slide 2 - Tekstslide

Hoeveel seizoenen heeft een jaar?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 3 - Quizvraag

In welke maand begint de winter?
A
in januari
B
in februari
C
in december
D
in juli

Slide 4 - Quizvraag

Wat zie je aan loofbomen in de winter?
A
Ze hebben geen bladeren
B
Ze gaan dood
C
Ze worden omgezaagd
D
Ze krijgen nieuwe bladeren

Slide 5 - Quizvraag

Planten
Sommige planten lijken dood in de winter, maar onder de grond wordt voedsel bewaard in wortels, knollen en bollen.
In de lente gebruikt de plant dat om weer te groeien.

Slide 6 - Tekstslide


Bomen en planten houden ook een soort winterslaap:
De bladeren vallen in de herfst al af, voedsel wordt veilig bewaard onder de grond.
In de wortels, bollen en knollen.
Daar bevriest het niet.

In de lente gebruiken de bomen en planten het voedsel om weer uit te groeien.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Hoe warm is het lichaam van een mens altijd (ongeveer)?
A
25 graden
B
37 graden
C
40 graden
D
50 graden

Slide 10 - Quizvraag

Wat betekent 'warmbloedig'?
A
De temperatuur van het lichaam blijft hetzelfde.
B
De temperatuur verandert steeds
C
Mensen en dieren worden steeds warmer
D
De temperatuur zakt steeds.

Slide 11 - Quizvraag

Wie zijn er warmbloedig?
A
alleen mensen
B
mensen en vissen
C
mensen, zoogdieren en vogels
D
vissen en reptielen

Slide 12 - Quizvraag

Wat moeten mensen doen om goed warm te blijven?
A
niks
B
ze houden een winterslaap
C
goed eten en drinken
D
ze drinken warme chocomelk

Slide 13 - Quizvraag

Wat doen mensen nog meer, naast goed eten, om goed warm te blijven
A
warme thee drinken
B
niks
C
ze houden een winterslaap
D
warm aankleden

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekent het als je warmbloedig bent?

Slide 15 - Open vraag

Wat betekent koudbloedig dan?

Slide 16 - Open vraag

Wat doen dieren die geen winterslaap houden om zich aan de kou aan te passen?
A
Ze houden toch een winterslaap
B
Ze gaan bij mensen in huis wonen
C
Ze krijgen een dikke wintervacht
D
Ze eten zich helemaal vol

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide


Hoe past een zwijn zich aan de winter aan?
A
Helemaal niet
B
Houdt een winterslaap
C
Ze belt bij mensen aan
D
Krijgt een dikke wintervacht

Slide 19 - Quizvraag

Wat doet een eekhoorn om de winter door te komen?
A
Legt in de herfst een wintervoorraad aan
B
Niks
C
Ze houdt een winterslaap
D
Ze vliegt naar een warm land

Slide 20 - Quizvraag