VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Examentraining
Politieke socialisatie en ideologie: zo pak je examenvragen aan
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Examentraining
Politieke socialisatie en ideologie: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over politieke socialisatie en politieke stromingen beantwoorden door concepten te herkennen en toe te passen.
Deze slide heeft geen instructies
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat vraagt de vraag: herkennen, indelen, noemen of verklaren?
2. Zoek: onderstreep in de casus wie of wat iets overdraagt en welk standpunt iemand inneemt.
3. Kies: bepaal eerst de dimensie of stroming en daarna de positie.
4. Schrijf: concept, aanwijzing uit de casus, conclusie. Alleen een definitie is te weinig.
Deze slide heeft geen instructies
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Vraagtype 1: politieke socialisatie herkennen
Je krijgt een korte casus en moet het proces herkennen.
Vraag je af: wie draagt iets over (gezin, school, media, klasse) en wat neemt iemand over?
Wordt het vanzelfsprekend? Dan is er sprake van internalisatie.
Deze slide heeft geen instructies
Noor praat thuis aan tafel over de verkiezingen en neemt de mening van haar ouders over. Wat is dit?
Politieke socialisatie via het onderwijs
Het opstellen van een beginselprogramma
Het ontstaan van een nieuwe ideologie
Politieke socialisatie via de sociale omgeving
Casus: gezin als sociale omgeving. Verwachte fout: onderwijs kiezen omdat het over leren gaat.
Joris neemt vlogmeningen over. Wat is dit?
Joris volgt dagelijks politieke vlogs en neemt de opvattingen over. Goed antwoord: politieke socialisatie via de media; als Joris de opvattingen op den duur vanzelfsprekend vindt, is er sprake van internalisatie. Verwachte fout: alleen het woord media noemen zonder het proces te benoemen.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Vraagtype 2: standpunten indelen op dimensies
Je krijgt een standpunt en moet het indelen op een dimensie.
Kies eerst de dimensie: gaat het over de rol van de overheid, over verandering of over waarden?
Bepaal dan de positie en noem de aanwijzing uit het standpunt.
Deze slide heeft geen instructies
Een partij wil meer belasting op hoge inkomens om uitkeringen te verhogen. Welke positie?
Rechts op de dimensie links/rechts
Links op de dimensie links/rechts
Conservatief op de dimensie progressief/conservatief
Postmaterialistisch op de dimensie materialisme/postmaterialisme
Aanwijzing: meer gelijkheid via een sturende overheid. Verwachte fout: de dimensies door elkaar halen.
Dorp houdt vast aan oude jaarmarkt. Positie?
Een dorp wil de jaarmarkt houden zoals altijd. Goed antwoord: conservatief, want het dorp wil een bestaande traditie behouden. Verwachte fout: progressief of links kiezen zonder naar het behouden van een traditie te kijken.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Vraagtype 3: standpunten koppelen aan stromingen
Je moet een standpunt koppelen aan een hoofdstroming.
Zoek het kernwoord: christelijke waarden en verbanden, individuele vrijheid, of gelijkwaardigheid en een sturende overheid.
Noem de stroming en het kernwoord uit het standpunt.
Deze slide heeft geen instructies
Een partij zet de vrijheid en de rechten van het individu voorop. Welke stroming?
Confessionalisme
Socialisme
Liberalisme
Postmaterialisme
Aanwijzing: individuele rechten en vrijheden. Verwachte fout: postmaterialisme kiezen omdat vrijheid daar ook in voorkomt, terwijl dat een dimensie is en geen stroming.
Partij wil inkomens gelijker maken. Stroming?
Een partij wil dat de overheid inkomens gelijker maakt. Goed antwoord: socialisme/sociaaldemocratie, want gelijkwaardigheid en een sturende rol van de overheid zijn de uitgangspunten. Verwachte fout: alleen links noemen. Links is een positie op een dimensie en geen stroming.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Vraagtype 4: een verband verklaren
Je moet uitleggen wat politieke socialisatie voor mensen en het systeem betekent.
Denk aan voorkeuren, participatiebereidheid, democratische waarden en voortbestaan van het systeem.
Schrijf: oorzaak, mechanisme, gevolg.
Deze slide heeft geen instructies
Een school organiseert schoolverkiezingen. Welk gevolg past bij politieke socialisatie?
Leerlingen worden bereid om later te stemmen
Alle leerlingen krijgen dezelfde politieke voorkeur
Het politieke systeem houdt op te bestaan
De ideologie van alle partijen verandert
Syllabus 5.1: participatiebereidheid. Verwachte fout: denken dat socialisatie iedereen dezelfde mening geeft.
Waarom houdt socialisatie het systeem in stand?
Goed antwoord: burgers nemen via opvoeding en onderwijs de politieke cultuur en waarden van het systeem over (zoals compromissen sluiten en samenwerking) en gaan die vanzelfsprekend vinden, dus steunen en gebruiken ze het systeem. Verwachte fout: alleen zeggen dat mensen gaan stemmen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Politieke socialisatie herkennen
Standpunten indelen op dimensies
Standpunten koppelen aan stromingen
Een verband verklaren
Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen eerst en laat een leerling de stappen voordoen.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Tips voor op het examen
Kies bij een standpunt eerst de dimensie of stroming en pas daarna de positie.
Links en progressief zijn niet hetzelfde: het zijn twee aparte dimensies.
Een stroming is geen partij en een dimensie is geen stroming.
Noem altijd een aanwijzing uit de casus, niet alleen het begrip.
Deze slide heeft geen instructies