VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Quiz
Terugblik: Politieke socialisatie en ideologie
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Quiz
Terugblik: Politieke socialisatie en ideologie
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Husky / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
Vul in
Een politieke cultuur geldt voor een land, maar ook voor groepen daarbinnen en groepen die landsgrenzen doorkruisen.
Syllabus 5.1.
Welk gevolg heeft politieke socialisatie vaak voor het politieke systeem?
Ze leidt tot dezelfde voorkeur bij alle burgers
Ze maakt een einde aan botsende meningen
Ze draagt bij aan het voortbestaan ervan
Ze zorgt dat partijen hun ideologie opgeven
Syllabus 5.1. Verwachte fout: denken dat socialisatie tot eenheid van mening leidt.
Wat onderscheidt een ideologie van een losse politieke mening?
Ze wordt altijd door precies één partij aangehangen
Ze is een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden
Ze gaat alleen over economische vraagstukken
Ze zegt niets over de verdeling van macht
Syllabus 5.2.
Een ideologie wil dat de overheid de productie van goederen organiseert. Welk vraagstuk?
Een politiek vraagstuk
Een sociaal-cultureel vraagstuk
Een internationaal vraagstuk
Een economisch vraagstuk
Syllabus 5.2: productie en distributie van goederen is een economisch vraagstuk. Verwachte fout: politiek kiezen omdat de overheid genoemd wordt.
Waarom is links niet gelijk aan progressief?
Goed antwoord: het zijn aparte dimensies: links/rechts gaat over gelijkheid en overheidssturing, progressief/conservatief over verandering of behoud van tradities (Syllabus 5.2). Verwachte fout: beide als dezelfde schaal beschrijven.
Wat kenmerkt materialisme op de dimensie materialisme/postmaterialisme?
Nadruk op zelfontplooiing en inspraak
Nadruk op het behoud van tradities
Nadruk op samenwerking met andere landen
Nadruk op materiële en fysieke zekerheid
Syllabus 5.2. Verwachte fout: materialisme gelijkstellen aan hebzucht.
Welke uitspraak over de drie traditionele hoofdstromingen klopt?
Elke stroming heeft precies één partij
Het zijn stromingen met van oorsprong eigen uitgangspunten
De stromingen zijn dimensies zoals links en rechts
De stromingen sluiten elkaar altijd volledig uit
Syllabus 5.2. Verwachte fout: stroming gelijkstellen aan partij of dimensie.
Een partij wil de natiestaat beschermen als basis van de samenleving. Welke term past?
Internationalisme
Postmaterialisme
Nationalisme
Confessionalisme
Syllabus 5.2: nationalisme (zie 16.1).
Welke situatie is geen politieke socialisatie?
Een partij past na een verkiezing haar standpunt aan
Een leerling leert in een debatles over compromissen
Een kind loopt mee naar het stemlokaal
Een jongere volgt dagelijks politieke nieuwskanalen
Syllabus 5.1: bij socialisatie draagt een groep of factor politieke cultuur over aan mensen die haar verwerven. Verwachte fout: elke politieke gebeurtenis als socialisatie zien.
Een partij zegt: wij kiezen per kwestie wat werkt, niet vanuit een ideologie. Wat past?
Een partij met een beginselprogramma op basis van een ideologie
Een partij die zich afzet tegen politiek op basis van ideologieën
Een partij die het confessionalisme aanhangt
Een partij die alleen economische vraagstukken beantwoordt
Syllabus 5.2: er zijn partijen die zich afzetten tegen politiek op basis van ideologieën.
Meningen over wat goed en juist is verschillen. Waartoe kan dat leiden?
Tot het verdwijnen van de politieke cultuur
Tot automatisch een nieuwe hoofdstroming
Tot het stoppen van politieke socialisatie
Tot botsing van meningen of maatschappelijke conflicten
Syllabus 5.1.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
VORMING · POLITIEKE SOCIALISATIE
Goed gedaan!
Politieke socialisatie draagt de politieke cultuur over; dimensies, ideologieën en stromingen helpen je standpunten te ordenen en te herkennen.
Deze slide heeft geen instructies