ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Examentraining
Energiestroom en kringlopen: zo pak je examenvragen aan
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Examentraining
Energiestroom en kringlopen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Arnoldius / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een schema, tabel of situatie een energiestroom of kringloop lezen en een maatregel beargumenteren.
Deze slide heeft geen instructies
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven: een schema, getallen of een situatie?
2. Zoek: welke groep, stof of omzetting hoort erbij?
3. Reken of verklaar: gebruik de getallen of de keten van oorzaak en gevolg.
4. Schrijf: geef een kort antwoord met het juiste begrip.
Deze slide heeft geen instructies
Energiestroom in een voedselketen (verzonnen getallen)
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Vraagtype 1: rekenen met een energiestroom
Het schema laat de energie in de biomassa per groep zien (verzonnen getallen).
Procent = deel gedeeld door geheel, maal 100.
Energie die niet in de volgende schakel komt, verdwijnt als warmte of gaat naar reducenten.
Let op: wat is het deel en wat is het geheel?
Image credit: Eigen schema, LessonUp
Gras 8000 kJ, konijn 1000 kJ. Hoeveel procent zit in het konijn?
8 procent
12,5 procent
1,25 procent
80 procent
1000 gedeeld door 8000 is 0,125, dus 12,5 procent. Verwachte fout: 8000 gedeeld door 1000 doen en 8 noemen.
Konijn 1000 kJ, vos 150 kJ. Hoeveel kJ komt niet in de vos?
150 kJ
1000 kJ
1150 kJ
850 kJ
1000 min 150 is 850 kJ. Die energie verdwijnt als warmte of gaat naar reducenten. Verwachte fout: de 150 kJ van de vos noemen.
Schema van de koolstofkringloop
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Vraagtype 2: een kringloop lezen
Volg de pijlen: welk proces hoort bij welke pijl?
Fotosynthese haalt CO2 uit de lucht, dissimilatie geeft CO2 terug.
Alle drie de groepen voeren dissimilatie uit.
Controleer of je volgorde begint en eindigt bij CO2.
Image credit: Eigen schema, LessonUp
Welk proces haalt koolstofdioxide uit de lucht?
Dissimilatie door reducenten
Dissimilatie door dieren
Het eten van planten door dieren
Fotosynthese
Alleen fotosynthese legt CO2 vast. Verwachte fout: dissimilatie kiezen door de pijlrichting te verwarren.
Zet op volgorde: de weg van koolstof
CO2, fotosynthese, gegeten, dissimilatie. Verwachte fout: de koe voor de plant zetten.
Wortelknolletjes aan een klaverplant
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Vraagtype 3: omzettingen in de stikstofkringloop
Onthoud: met zuurstof (aeroob) gaat ammonium naar nitriet en dan naar nitraat.
Zonder zuurstof (anaeroob) gaat nitraat naar stikstofgas.
Wortelknolletjes van klaver bevatten bacteriën die stikstofgas omzetten in ammonium.
Planten nemen nitraat op voor eiwitten.
Image credit: Bwiltz / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een sloot is zuurstofarm. Welke omzetting door bacteriën verwacht je?
Ammonium wordt nitriet
Nitraat wordt stikstofgas
Nitriet wordt nitraat
Ammonium wordt nitraat
Zonder zuurstof gaat nitraat naar stikstofgas. De andere drie omzettingen vragen zuurstof. Verwachte fout: een aerobe stap kiezen.
Waarom heeft een plant nitraat nodig?
Voor het maken van eiwitten (stikstof). Verwachte fout: nitraat noemen als energiebron.
Glascontainers voor bruin, groen en wit glas
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Vraagtype 4: een maatregel beargumenteren
Noem eerst de maatregel en het effect op de kringloop of energiestroom.
Koppel daar een gevolg aan, zoals eutrofiering of CO2-uitstoot.
Noem bij een voordeel ook een mogelijk nadeel als de vraag daarom vraagt.
Recyclen houdt materiaal in de kringloop.
Image credit: Steffen Mokosch / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een boer bemest minder. Wat is het gevolg voor een nabije sloot?
Meer uitspoeling, dus meer kans op eutrofiering
Minder uitspoeling, dus minder zuurstof in de sloot
Minder uitspoeling, dus minder kans op eutrofiering
Geen verandering in de stikstofkringloop
Minder bemesting betekent minder uitspoeling van nitraat en fosfaat. Verwachte fout: denken dat minder voedingsstoffen minder zuurstof geven.
Noem een nadeel van biobrandstof.
Bijvoorbeeld: de teelt neemt land in beslag dat natuur of voedsel kon dienen. Verwachte fout: alleen voordelen noemen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Rekenen met een energiestroom
Een kringloop lezen
Omzettingen in de stikstofkringloop
Een maatregel beargumenteren
Bespreek het gekozen vraagtype na met een voorbeeld.
ECOSYSTEMEN · KRINGLOPEN
Tips voor op het examen
Bij een percentage: deel gedeeld door geheel, maal 100.
Energie stroomt en verdwijnt als warmte, stoffen gaan rond in een kringloop.
Met zuurstof is aeroob, zonder zuurstof is anaeroob.
Beargumenteer in twee stappen: maatregel, dan gevolg voor het ecosysteem.
Deze slide heeft geen instructies