ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Examentraining
Energiestroom en kringlopen: zo pak je examenvragen aan
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Examentraining
Energiestroom en kringlopen: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Arnoldius / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan bij een schema, tabel of situatie over energiestromen en kringlopen rekenen, de pijlen volgen en een maatregel beargumenteren.
Deze slide heeft geen instructies
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven: een schema, een tabel met kJ of een situatie met een ingreep?
2. Zoek: gaat het om energie (stroomt door, eindigt als warmte) of om een element (gaat rond)?
3. Reken of volg: bereken een rendement of NPP, of volg de pijlen van stof naar stof.
4. Schrijf: noem het begrip en onderbouw het met een gegeven uit de bron.
Deze slide heeft geen instructies
Energiepiramide met kJ per trofisch niveau (verzonnen waarden)
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Vraagtype 1: rekenen met energie
Rendement = energie in het volgende niveau : energie in dit niveau x 100%.
Verlies = energie in dit niveau min energie in het volgende niveau.
NPP = BPP min de dissimilatie van de producenten, met eenheid zoals kJ per m2 per jaar.
Reken met de getallen uit de bron en geef je antwoord met eenheid.
Image credit: Eigen schema, LessonUp
Hoeveel procent van de energie van de producenten komt bij de planteneters?
1%
10%
20%
90%
Antwoord: 2000 : 20000 x 100% = 10%. De tweede stap is 300 : 2000 x 100% = 15%. Verwachte fout: 90% kiezen, dat is het verlies, niet het rendement. Image credit: Eigen schema, LessonUp
Hoeveel kJ van de planteneters komt niet bij de vleeseters terecht?
300 kJ
2000 kJ
17000 kJ
1700 kJ
Antwoord: 2000 - 300 = 1700 kJ per m2 per jaar. Die energie gaat als warmte verloren of zit in resten voor reducenten. Verwachte fout: 300 kiezen, dat is de energie die wel doorgaat. Image credit: Eigen schema, LessonUp
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Vraagtype 2: een kringloop lezen
Zoek eerst de stoffen in de vakken en kijk dan bij elke pijl welk proces of welke groep erbij hoort.
Een pijl van een groep naar CO2: dissimilatie, of verbranding bij fossiele brandstoffen.
Een pijl van CO2 naar producenten: fotosynthese. Consumenten krijgen koolstof via voedsel.
Dode resten gaan naar de reducenten. Let op de richting van elke pijl.
Deze slide heeft geen instructies
Welke pijlen stellen dissimilatie voor?
Pijl 1, 3 en 4
Pijl 2, 5 en 6
Pijl 1, 7 en 8
Pijl 3, 4 en 7
Dissimilatie door producenten (pijl 3), consumenten (pijl 4) en reducenten (pijl 7) geeft CO2 af. Pijl 1 is fotosynthese, pijl 2 is eten, pijl 5 en 6 zijn dode resten en afval, pijl 8 is verbranding van fossiele brandstoffen. Verwachte fout: pijl 1 meenemen omdat die ook bij CO2 hoort. Image credit: Eigen schema, LessonUp
Via welke pijl komt koolstof van dode planten bij de reducenten?
Pijl 1
Pijl 5
Pijl 6
Pijl 7
Dode planten gaan van de producenten rechtstreeks naar de reducenten: pijl 5. Pijl 6 loopt van de consumenten naar de reducenten (dode dieren en afval). Verwachte fout: pijl 6 kiezen omdat die ook naar de reducenten loopt. Image credit: Eigen schema, LessonUp
De stikstofkringloop
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Vraagtype 3: stikstofomzettingen
Lees de stof voor en na de pijl: dat bepaalt het proces.
N2 naar ammonium: stikstofbinding. Dode resten naar ammonium: ammonificatie.
Ammonium naar nitriet naar nitraat: nitrificatie. Nitraat naar N2: denitrificatie.
Let in een situatie op zuurstof: nitrificatie is aeroob, denitrificatie anaeroob.
Image credit: Eigen schema, LessonUp
Welk proces hoort bij pijl 6?
Nitrificatie
Denitrificatie
Ammonificatie
Stikstofbinding
Pijl 6 loopt van dode resten en afval naar ammonium: reducenten maken ammonium uit eiwitten (ammonificatie). Pijl 2 en 3 zijn nitrificatie, pijl 4 is denitrificatie, pijl 1 stikstofbinding. Verwachte fout: nitrificatie kiezen omdat ammonium erbij zit. Image credit: Eigen schema, LessonUp
Welke pijl hoort bij de knolletjesbacteriën van klaver?
Pijl 1
Pijl 2
Pijl 4
Pijl 6
Knolletjesbacteriën binden stikstofgas tot ammonium: pijl 1 (stikstofbinding). Verwachte fout: pijl 5 of 6 kiezen omdat klaver stikstof opneemt; de bacteriën zorgen voor de binding. Image credit: Eigen schema, LessonUp
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Vraagtype 4: een maatregel beargumenteren
Noem de maatregel, het gevolg voor een stof of energiestroom en het effect op het ecosysteem.
Gebruik een redenering met 'doordat' en 'daardoor': maatregel, gevolg voor de kringloop, effect op de natuur.
Noem bij beargumenteren ook een nadeel of bijeffect, bijvoorbeeld landgebruik of uitspoeling.
Kies een antwoord dat bij de gegeven situatie past en niet alleen bij het begrip.
Deze slide heeft geen instructies
Een gemeente plant bos op kaal land. Wat verandert er in de koolstofkringloop?
Producenten nemen minder CO2 uit de lucht op
Er wordt meer koolstof vastgelegd in biomassa
Reducenten maken meer fossiele brandstof
De koolstofvoorraad in de lucht neemt toe
Meer bomen betekent meer fotosynthese en dus meer koolstof in biomassa (hout), zolang het bos groeit. Verwachte fout: denken dat bomen netto CO2 uitstoten omdat ze ook dissimileren; de opname is groter dan de afgifte zolang de voorraad stijgt.
Een regio teelt veel mais voor biobrandstof. Wat is een nadeel voor de natuur?
Mais legt geen CO2 uit de lucht vast
Verbranden van mais maakt geen CO2 vrij
Er komt minder nitraat in het oppervlaktewater
Natuurlijk leefgebied wordt omgezet in akkers
De teelt neemt land in beslag, ten koste van natuurlijk leefgebied en dus van biodiversiteit; met bemesting kan ook de uitspoeling toenemen. Verwachte fout: biobrandstof alleen als voordeel zien omdat de CO2 eerst door planten is opgenomen.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Rekenen met energie
Een kringloop lezen
Stikstofomzettingen
Een maatregel beargumenteren
Gebruik de uitslag om te bepalen welk vraagtype je klassikaal nog een keer doorloopt.
ECOSYSTEEM · KRINGLOPEN
Tips voor op het examen
Schrijf bij een berekening altijd de eenheid op (kJ per m2 per jaar of ton C per ha per jaar).
Controleer bij een schema de richting van elke pijl voordat je een proces kiest.
Bij 'beargumenteren': geef de maatregel, het gevolg voor de kringloop en een effect op de natuur.
Gebruik de juiste begrippen: BPP, NPP, nitrificatie, denitrificatie, aeroob en anaeroob.
Deze slide heeft geen instructies