LENGTEMATEN OMREKENEN

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...

  • Ik kan inschatten welke eenheid ik gebruik in een situatie.
  • Ik kan de lengte van een voorwerp met verschillende eenheden opschrijven door middel van omrekenen.

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Leerdoelen
Aan het einde van de les ...

  • Ik kan inschatten welke eenheid ik gebruik in een situatie.
  • Ik kan de lengte van een voorwerp met verschillende eenheden opschrijven door middel van omrekenen.

Slide 1 - Tekstslide

Welke LENGTEMATEN ken je?
(op volgorde)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Aan de slag 
Schrijf naast het plaatje van het werkblad  of je gebruik maakt van:
- Millimeter (mm), centimeter (cm), meter (m) of kilometer  (km)

Slide 4 - Tekstslide

MAAK BLZ. 28 ZELSTANDIG

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Hoeveel mm is 1 cm?
A
1
B
10
C
100
D
1.000

Slide 7 - Quizvraag

10 millimeter = ........... centimeter
A
0,1
B
1000
C
100
D
1

Slide 8 - Quizvraag

90 millimeter 
is hetzelfde als 9 centimeter

Slide 9 - Tekstslide

Waar of niet waar?

Slide 10 - Tekstslide

De lengte van een armband is 9 cm. Hoeveel mm is dat?

Slide 11 - Open vraag


A
Marc
B
Jennifer

Slide 12 - Quizvraag


A
Stefan
B
Sylvana

Slide 13 - Quizvraag

De lengte van een kano
is 2 m hoeveel dm is dat?

A
20
B
20 dm
C
0,2
D
0,2 dm

Slide 14 - Quizvraag

Hoeveel cm is 1 meter?
A
1
B
10
C
100
D
1.000

Slide 15 - Quizvraag

De Boeing 747 is 70 meter lang.
70 meter = ............... cm
A
7
B
0,7
C
7.000
D
70

Slide 16 - Quizvraag

6 dm = ... mm
7 m    = ... dm
40 m = ... dm
5 m    = ... mm
60 m = ... dm 
90 dm = ... cm
80 cm = ... mm
70 dm = ... mm
2 dm    = ... mm
90 m    = ... mm
Zet de lengtematen om en schrijf het op een papiertje. 

200 cm  = ... dm
700 dm  = ... m
30 cm     = ... dm
400 mm = ... cm
900 cm   = ... dm

Slide 17 - Tekstslide