GROEP 5 · REKENEN
Meten: cm, dm en m
Hoe lang is het? Meten met je lichaam en met de liniaal
1 m
= 100 cm
GROEP 5 · REKENEN
Meten: cm, dm en m
Hoe lang is het? Meten met je lichaam en met de liniaal
1 m
= 100 cm
Laat kinderen echt meten: met een liniaal, een meetlint en hun eigen lichaam. Referentiematen (de breedte van een vinger is ongeveer 1 cm, een grote stap ongeveer 1 m) helpen bij schatten. Duur ongeveer 35 minuten, plus de meetopdracht.
GROEP 5 · METEN
Dit ga je leren
Ik ken centimeter, decimeter en meter.
Ik kan iets meten met een liniaal.
Ik reken om tussen cm, dm en m.
Deze slide heeft geen instructies
GROEP 5 · METEN
Drie maten
1 centimeter (cm): zo breed als je pink.
1 decimeter (dm): zo breed als je hand. 1 dm = 10 cm.
1 meter (m): een grote stap. 1 m = 10 dm = 100 cm.
Laat kinderen deze lichaamsmaten zelf voelen en nameten. Bij jonge kinderen is een hand vaak iets smaller dan 10 cm, dat geeft niet: het gaat om een gevoel voor de maat.
GROEP 5 · METEN
Meten met de liniaal
Leg het begin van wat je meet precies bij de 0, niet bij de rand van de liniaal. Dit potlood is 7 cm.
De meest gemaakte fout: beginnen bij 1, of bij de rand. Laat dat bewust fout doen en bespreek het verschil.
GROEP 5 · METEN
Hoe lang is een schoolbord ongeveer?
3 m
3 cm
3 dm
30 m
Goed antwoord: 3 m.
GROEP 5 · METEN
Hoe lang is een gum ongeveer?
4 m
4 cm
40 cm
4 dm
Goed antwoord: 4 cm.
GROEP 5 · METEN
Omrekenen
1 m = 100 cm
1 dm = 10 cm
1 m = 10 dm
Van m naar cm? Keer 100. Van cm naar m? Gedeeld door 100.
Deze slide heeft geen instructies
GROEP 5 · METEN
3 m = ... cm
30
3000
300
3
Goed antwoord: 300.
GROEP 5 · METEN
50 cm = ... dm
50
500
0,5
5
Goed antwoord: 5.
GROEP 5 · METEN
Jesse is 1 m en 34 cm lang. Hoeveel centimeter is dat?
Goed antwoord: 134 of 134 cm.
Welke maat past het best? Sleep elk ding naar het goede vak.
GROEP 5 · METEN
Meet je in cm
Meet je in m
potlood
gang
mier
zwembad
boek
boom
Er is hier soms discussie mogelijk (een klein boompje meet je misschien in cm). Fijn: laat kinderen uitleggen waarom ze kiezen.
GROEP 5 · METEN
Zet de lengtes op volgorde, van kort naar lang.
Goede volgorde: 8 cm, 3 dm (30 cm), 45 cm, 1 m (100 cm), 150 cm, 2 m (200 cm). Reken eerst alles om naar centimeters.
GROEP 5 · METEN
Wat is het langst?
150 cm
19 dm
2 m
99 cm
Goed antwoord: 2 m.
GROEP 5 · METEN
Meetopdracht
Werk in tweetallen.
Schat eerst hoe lang je tafel is.
Meet daarna met het meetlint.
Hoeveel zat je ernaast?
Doe hetzelfde met de deur en met je eigen arm.
m
s
Laat de tweetallen hun schattingen en metingen op een briefje schrijven. Bespreek daarna: wie zat het dichtst bij? Welk houvast gebruikte je?
Minder dan 10 cm ernaast
Tussen 10 en 50 cm ernaast
Meer dan 50 cm ernaast
GROEP 5 · METEN
Hoe dicht zat jouw schatting bij de echte lengte?
Deze slide heeft geen instructies
GROEP 5 · METEN
Goed gedaan!
1 m = 10 dm = 100 cm
Bij het meten begin je bij de 0.
En met je lichaam heb je altijd een maat bij je: je pink, je hand, je stap.
Deze slide heeft geen instructies