3.3 Rekenen met korting

3.3 Rekenen met korting
N2
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 25 min

Onderdelen in deze les

3.3 Rekenen met korting
N2

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
Je kunt de hoeveelheid korting in euro van een aanbieding berekenen.
 
Je kunt de nieuwe prijs van een aanbieding met korting berekenen.

Je kunt schattend en precies twee aanbiedingen met elkaar vergelijken.

Slide 2 - Tekstslide

Een spijkerbroek is te koop bij twee verschillende winkels.
Bij de ene winkel is hij €100 en krijg je 25% korting.
Bij de andere winkel kost de broek €80 en krijg je 10% korting.
Geef een berekening.

Slide 3 - Open vraag

Korting in euro berekenen
Korting wordt vaak gegeven in procenten. Wil je weten hoeveel euro dat is, bereken dat dan via 1% of via een handig getal.

Rekenen via de 1
Bij rekenen via de 1 ga je eerst 1% van het totaal uitrekenen. Je deelt het totaal bedrag door 100, eventueel met behulp van een verhoudingstabel.
1% van 300 = 300 : 100 = 3
5% van 300 = 5 × 3 = 15


Slide 4 - Tekstslide

Rekenen via een handig getal
Bij rekenen via een handig getal kijk je naar het percentage: 5% is de helft van 10%. Bepaal eerst wat 10% van 300 euro is.

Slide 5 - Tekstslide

Manon gaat een laptop kopen. De laptop kost bij Digi-Giant
€ 599,- en je krijgt 10% korting. Dezelfde laptop kost bij PCmore € 695,- en krijg je 20% korting. Maak een schatting: bij welke winkel is de laptop het goedkoopst?

Slide 6 - Open vraag

Rekenen via de 1
Bij rekenen via de 1 ga je eerst 1% van het totaal uitrekenen. Je deelt het totaal bedrag door 100, eventueel met behulp van een verhoudingstabel.

Manon rekent de nieuwe prijs uit bij Digi-Giant:
599 rondt zij af op 600.
1% van 600 = 600 : 100 = 6
10% van 600 = 10 × 6 = 60
600 – 60 = 540
De nieuwe prijs bij Digi-Giant is ongeveer € 540,-.

Slide 7 - Tekstslide

Manon rekent de nieuwe prijs uit bij PCmore:
695 rondt zij af op 700.
1% van 700 = 700 : 100 = 7
20% van 700 = 20 × 7 = 140
700 – 140 = 560
De nieuwe prijs bij PCmore is ongeveer € 560,-.

Slide 8 - Tekstslide

Een tablet kost €300. Je krijgt 20% korting. Wat is de nieuwe prijs?
A
€30
B
€60
C
€270
D
€240

Slide 9 - Quizvraag

Welk abonnement is het goedkoopst?
A: 8 GB + onbeperkt bellen, €12 per maand, nu 25% korting.
B: 8 GB + onbeperkt bellen, €10 per maand, 10% korting.
A
Abonnement A
B
Abonnement B
C
Het is even duur

Slide 10 - Quizvraag

3.3 Rekenen met korting
N3

Slide 11 - Tekstslide

Doelen
Je kunt de hoeveelheid korting in euro van een aanbieding berekenen.

Je kunt de nieuwe prijs van een aanbieding met korting berekenen.

Je kunt schattend en precies 3 aanbiedingen met elkaar vergelijken.

Je kunt het kortingspercentage van een aanbieding berekenen.

Slide 12 - Tekstslide

Even opwarmen..
Voor de zomer ben ik op zoek naar een zonnebril.

Welke aanbieding is het voordeligst?

Slide 13 - Tekstslide

Op welk bedrag kom je uit?
Damian koopt een kledingkast en laat deze bezorgen. Dat kost in totaal € 300.
Damian heeft een kortingscode van 15%.
Hoeveel euro korting krijgt hij?

Slide 14 - Tekstslide

Tirza koopt een kast van € 200.
Ze krijgt 25% korting.
Hoeveel euro korting krijgt Tirza?
Laat je berekening zien.

Slide 15 - Open vraag

Nieuwe prijs berekenen
Met de korting in euro kun je de nieuwe prijs berekenen.
Doe dat als volgt:
Bekijk wat de originele prijs is en hoeveel procent korting je krijgt.
Bereken de korting in euro.
De nieuwe prijs is: oude prijs − bedrag korting.


Slide 16 - Tekstslide

Je betaalt voor een citytrip naar Berlijn €400. Je krijgt 25% korting. Wat is de nieuwe prijs?
A
€300
B
€250
C
€200
D
€100

Slide 17 - Quizvraag

Met een voucher krijg je nog eens 5% korting over de nieuwe prijs (€300). Hoeveel korting krijg je?
A
€30
B
€20
C
€15
D
€10

Slide 18 - Quizvraag

Waar is de laptop het goedkoopst? Onthoud de naam van het bedrijf voor de volgende pagina.

Slide 19 - Tekstslide

Waar is de laptop het goedkoopst?
A
Digi-Giant
B
Electronica van Dorp
C
PC more

Slide 20 - Quizvraag

Kortingspercentage berekenen
Je hebt een korting in euro gekregen. Met het schema bereken je welk kortingspercentage dat is:

Slide 21 - Tekstslide

Voorbeeld
Jasmijn krijgt bij de kapper studentenkorting. Na het laten zien van haar schoolpas hoeft ze niet € 24 te betalen maar € 20,40.
Hoeveel procent korting kreeg zij? Bereken eerst de korting in euro met 'oude prijs – nieuwe prijs'.
€ 24 – € 20,40 = € 3,60
Bereken dan het percentage van de korting.
Gebruik het schema 'deel : totaal × 100'.
3,60 : 24 × 100 = 15
Jasmijn kreeg dus 15% korting


Slide 22 - Tekstslide

Daan wil naar de bioscoop. Normaal is een kaartje €12,50. Als hij zijn studentenpas laat zien, kost een kaartje nog €11,00.
Hoeveel procent korting heeft hij gekregen?
A
9%
B
10%
C
11%
D
12%

Slide 23 - Quizvraag

3.3 Rekenen met korting
N4

Slide 24 - Tekstslide

Doelen van deze les:
Je kunt de prijs na korting berekenen, ook bij korting op korting.
Je kunt het kortingspercentage berekenen.
Je kunt de oorspronkelijke prijs voor korting berekenen, ook bij korting op korting.
Je kunt schattend en precies 3 of meer kortingssituaties met elkaar vergelijken.

Slide 25 - Tekstslide

Wist je dat...
Kortingen soms goedkoper lijken dan ze echt zijn?
Bedrijven mensen in dienst hebben om aanbiedingen zo mooi mogelijk te laten lijken, terwijl ze dat in werkelijkheid niet altijd zijn?
Het dus eigenlijk trucs zijn om jou meer geld uit te laten geven dan je misschien van plan was, of om jou iets te laten kopen wat je niet echt nodig hebt?

Slide 26 - Tekstslide

Rekenen met factor
15% korting op een kast van € 200. Hoeveel euro korting?


Reken uit met percentage (via 1%):
200 : 100 × 15 = 30 euro

Reken uit met factor:
200 × 0,15 = 30 euro



Slide 27 - Tekstslide

Oefenen met factor
Een broek kost 89,95 euro, daar gaat 15% korting van af. 
Daarna krijg je met je klantenkaart nog 10% korting op het bedrag met korting. 

Hoeveel moet je betalen?

Bewaar je antwoord voor de volgende dia.

Slide 28 - Tekstslide

Een broek kost 89,95 euro, daar gaat 15% korting van af. Daarna krijg je met je klantenkaart nog 10% korting op het bedrag met korting. Hoeveel moet je betalen?

Slide 29 - Open vraag

Een broek kost zonder korting 89,95 euro. Met korting kost de broek 82,75 euro. Hoeveel procent korting is dit?
A
7% korting
B
8% korting
C
9% korting
D
10% korting

Slide 30 - Quizvraag

Wat was de oude prijs?
Je hebt afgerekend:
speaker € 67,20
oordopjes € 47,20

Hoeveel heb je bespaard? Hoeveel zou je betaald hebben zonder korting?

Slide 31 - Tekstslide

Wat was de oude prijs?
Hoeveel heb je bespaard?
A
€135 oude prijs, €26,80 bespaard
B
€143 oude prijs, €26,80 bespaard
C
€143 oude prijs, €28,60 bespaard
D
€153 oude prijs, €28,60 bespaard

Slide 32 - Quizvraag

Even bekijken...
Je hebt 2 artikelen gekocht, dus krijg je 20% korting.
Je betaalt dan 80%. Bereken hiermee hoeveel 100% is: 
(67,20 + 47,20) : 80 × 100 = 143

Of met de factor: (67,20 + 47,20) : 0,8 = 143
De prijs zonder korting is € 143.
Je hebt € 143 – (€ 67,20 + € 47,20) = € 28,60 bespaard.

Slide 33 - Tekstslide