In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 50 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Welkom!
Ga rustig zitten
Leg je spullen op tafel
Binnen 3 minuten starten we ...
timer
3:00
Slide 1 - Tekstslide
Statistiek en kans
Slide 2 - Tekstslide
Na deze lessen kan je...
...werken met grafen
... telproblemen oplossen
... kans berekenen
... verschillende diagrammen tekenen
Slide 3 - Tekstslide
Graaf
Slide 4 - Tekstslide
Herhaling: 1.1
Wat is een graaf?
Wanneer is een graaf een gerichte graaf?
Wanneer is een graaf een gewogen graaf?
Wat is de afstand van Utrecht naar Zutphen?
Wat is de afstand van Zutphen naar Utrecht?
Slide 5 - Tekstslide
Bij een gerichte graaf een afstandstabel maken STAP 1
Slide 6 - Tekstslide
Bij een gerichte graaf een afstandstabel maken STAP 2
Slide 7 - Tekstslide
Bij een gerichte graaf een afstandstabel maken
Bij een gerichte graaf een afstandstabel maken STAP 3
Slide 8 - Tekstslide
Je ziet hier een ....
A
wegendiagram (zeker weten)
B
boomdiagram (zeker weten)
C
wegendiagram (gokje)
D
boomdiagram (gokje)
Slide 9 - Quizvraag
Hoeveel mogelijkheden heeft dit wegendiagram?
A
3
B
7
C
10
D
12
Slide 10 - Quizvraag
Graaf
Afstandentabel
knooppunten
rechte lijnen
van
naar
(symmetrisch)
Slide 11 - Tekstslide
Afstanden tabel
Gerichte graaf én
gewogen graaf
Slide 12 - Tekstslide
Wat is dit voor diagram?
Slide 13 - Tekstslide
Wegendiagram
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Een gerichte graaf is een graaf als ....
A
je te maken hebt met verkeer.
B
de knooppunten met pijlen zijn verbonden.
C
je vanuit 1 knooppunt maar 1 weg hebt
D
vanuit elk knooppunt een weg loopt naar 1 centraal knooppunt
Slide 16 - Quizvraag
Een gewogen graaf is een graaf als ....
A
tussen de knooppunten afstanden en pijlen staan
B
de knooppunten met elkaar verbonden zijn met pijlen.
C
tussen de knooppunten afstanden staan
D
net zoiets als de balansmethode
Slide 17 - Quizvraag
H1.2 telproblemen (opgave 22)
a.
b.
Slide 18 - Tekstslide
H1.2 Wedstrijden: afvalsysteem
<div>of knock-outsysteem</div>
-Iedere ronde valt de helft af
voorbeeld:
-1e ronde 8 teams (4 wedstrijden)
-2e ronde 4 teams (2 wedstrijden)
-3e ronde 2 teams (1 wedstrijden)
Winnaar!
<div>finale</div>
<div>halve finale</div>
<div>kwart finale</div>
<div>Winnaar!</div>
Slide 19 - Tekstslide
H1.2 Wedstrijden: hele competitie
Alle teams spelen 2x tegen elkaar 1x thuis en 1x uit
Aantal wedstrijden kan je berekenen:
aantal teams x aantal tegenstanders
In dit voorbeeld: 4x3=12 wedstrijden
Slide 20 - Tekstslide
H1.2 Wedstrijden: halve competitie
Alle teams spelen 1x tegen elkaar
Aantal wedstrijden kan je berekenen:
1/2 x aantal teams x aantal tegenstanders
In dit voorbeeld: 1/2 x 4 x 3 = 6 wedstrijden
x x x
x x
x
Slide 21 - Tekstslide
A
27
B
71
C
182
D
28
Slide 22 - Quizvraag
A
50
B
45
C
100
D
90
Slide 23 - Quizvraag
Slide 24 - Tekstslide
Kans
Bereken de kans dat je 6 gooit
met 2 dobbelstenen
-in totaal zijn er 36 mogelijkheden
-er zijn 5 mogelijkheden om 6 te
gooien
dan is de kans dat je 6 gooit, dat is
%
365
365⋅100=13,9
Slide 25 - Tekstslide
Kans en verwachting
De kans dat je met een dobbelsteen 4 gooit is 1 op 6
Dat is een kans van of 16,7%
Als je 360 keer gooit, verwacht je keer 4
De verwachting wordt keer geen 4
De kans dat je met een geldstuk 'kop' gooit is 50%
Als je 30 keer gooit verwacht je keer kop
61
65⋅360=300
21⋅30=15
61⋅360=60
Slide 26 - Tekstslide
Theorie 1.3
Gooi met één dobbelsteen.
Wat is de kans op 2 ogen?
Wat is de kans op 6 ogen?
Wat is de kans op een oneven getal?
Slide 27 - Tekstslide
Theorie 1.3
Gooi 600 x met één dobbelsteen.
Hoe vaak verwacht je 1 te gooien?
Hoe vaak verwacht je een even getal te gooien?
Slide 28 - Tekstslide
Theorie 1.3
Gooi met twee dobbelstenen.
Wat is de kans op 8 ogen?
‘Je hebt meer kans om 7 te gooien dan 6.’ waar/niet waar?
‘Je hebt meer kans om 11 te gooien dan 12.’ waar/niet waar?
‘Je hebt meer kans om 2 te gooien dan 12. waar/niet waar?
Slide 29 - Tekstslide
Staafdiagram
Zet de titel erboven
Bepaal de verdeling van de getallen op de assen, gebruik een scheurlijn als dat nodig is
Zet bij de assen waarover het gaat
Maak de assen tussen de 6 en 10 cm lang
!
Slide 30 - Tekstslide
Lijndiagram
Bepaal de verdeling van de getallen op de assen, gebruik een scheurlijn als dat nodig is
Zet bij de assen waarover het gaat
Zet de titel erboven
Maak de assen tussen de 6 en 10 cm lang
!
Slide 31 - Tekstslide
Cirkeldiagram
begint recht naar boven en gaat rechtsom (met de klok mee)
heeft een titel en een legenda
bestaat uit sectoren
Neem voor de straal minimaal 5 cm, <div>de diameter wordt dan minimaal 10 cm</div>
!
Slide 32 - Tekstslide
Hoe maak je een cirkeldiagram
Stappen bij het tekenen van een cirkeldiagram:
maak een tabel met de hoeveelheden en het totaal
bereken de procenten (met tabellen) en vul ze in
bereken de graden (procenten x 3,6) en vul ze in
teken een lijn recht omhoog vanaf het midden
teken de hoeken van boven met de klok mee in de cirkel
zet de percentages in de sectoren
maak het diagram af (cirkel, legenda, titel en totaal aantal)
Slide 33 - Tekstslide
Hoe maak je een cirkeldiagram
1
<div>maak een frequentie tabel</div>
kleur
wit
rood
grijs
zwart
blauw
totaal
aantal
30
15
118
93
12
268
%
graden
Slide 34 - Tekstslide
Hoe maak je een cirkeldiagram
2
<div>maak een frequentie tabel</div>
kleur
wit
rood
grijs
zwart
blauw
totaal
aantal
30
15
118
93
12
268
%
11,2
5,6
44,0
34,7
100
graden
360
Slide 35 - Tekstslide
Hoe maak je een cirkeldiagram
3
<div>maak een frequentie tabel</div>
kleur
wit
rood
grijs
zwart
blauw
totaal
aantal
30
15
118
93
12
268
%
11,2
5,6
44,0
34,7
4,5
100
graden
40
20
125
16
360
Slide 36 - Tekstslide
Hoe maak je een cirkeldiagram
3
<div>maak een frequentie tabel</div>
kleur
wit
rood
grijs
zwart
blauw
totaal
aantal
30
15
118
93
12
268
%
11,2
5,6
44,0
34,7
4,5
100
graden
40
20
159
125
16
360
Slide 37 - Tekstslide
Hoe maak je een cirkeldiagram
Teken het cirkeldiagram:
-teken eerst een verticale lijn (6 cm) en van daaruit de hoeken
-meet de hoeken héél nauwkeurig op
-teken de lijnen en zet de percentages erbij
-zet meteen erbij wat het is of gebruik een legenda
- teken de cirkel en zet de titel erbij
4
<div>maak een frequentie tabel</div>
Slide 38 - Tekstslide
Steelblad diagram
een ordening van getallen van klein naar groot
het kleinste getal is 5, het grootste getal is 41 in de bovenste tabel
je kan ook een dubbel steelblad diagram maken, bijvoorbeeld om verschil aan te geven.
Slide 39 - Tekstslide
Steelblad diagram maken
maak 2 kolommen, zet in de linker kolom alle tientallen van klein naar groot
zet de eenheden achter de bijbehorende tientallen van klein naar groot
maak het diagram af met een titel
Neem de getallen over in je kladversie (nog niet van groot naar klein) <div>Daarna teken je de echte versie </div><div>ALLES MET POTLOOD</div>
Slide 40 - Tekstslide
De mediaan is het middelste getal in een rij getallen.
Mediaan
Bij een even aantal getallen:
2-4-6-7-8-10-11-11
mediaan is
27+8=7,5
Bij een oneven aantal getallen:
2-4-6-7-8-10-11-11-14
mediaan is 8
de mediaan ligt tussen het vierde en het vijfde getal