les 2 voorkennis H1_vaardighedentrainers_BTC

H1 Chemisch rekenen
NOVA vwo 4
les 2 voorkennis vwo3
deze les nodig:
- schrift en pen
- rekenmachine
- laptop
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

H1 Chemisch rekenen
NOVA vwo 4
les 2 voorkennis vwo3
deze les nodig:
- schrift en pen
- rekenmachine
- laptop

Slide 1 - Tekstslide

stencil les 1 + laptop (+boek)

Slide 2 - Tekstslide

Deze les:
  • opbouw van het vak scheikunde
  • korte instructie
- wetenschappelijke notatie
- structuurformules
- reactievergelijkingen
  • oefenen > BTC  
- basis
- expert

Slide 3 - Tekstslide

opbouw van het vak scheikunde:

kennis
overlapt

wat je leert heb je steeds opnieuw nodig

Slide 4 - Tekstslide

Deze basis heb je gelegd in klas 3

in vwo4
gaan we
er dieper
op in

én gaan we daar nieuwe kennis aan toevoegen

Slide 5 - Tekstslide

Hoofdstuk 1 = Chemisch Rekenen


dit overlapt met de kennis van
klas 3
is deze voorkennis bekend?

Slide 6 - Tekstslide

Bij de voorkennistoets heb je gecontroleerd
  • hoe je getallen noteert met een macht van 10 (wetenschappelijke notatie)
  • of je structuurformules kunt tekenen
  • of je reactievergelijkingen kunt opstellen en kloppend maken 
Pak je laptop en meld je aan met de code van deze les

Slide 7 - Tekstslide

ik heb de voorkennistoets gemaakt
A
ja
B
nee

Slide 8 - Quizvraag

Ik kan moleculen weergeven in molecuulformules en structuurformules
(opdracht 1 + 2)
A
ja
B
nee

Slide 9 - Quizvraag

ik kan uit een beschrijving de reactievergelijking van een chemische reactie opstellen
(opdracht 3 + 4)
A
ja
B
nee

Slide 10 - Quizvraag

ik kan een getal noteren in de wetenschappelijke notatie
(opdracht 6)
A
ja
B
nee

Slide 11 - Quizvraag

keuze-moment
  • korte instructie wetenschappelijke notatie, structuurformules en reactievergelijkingen (verplicht als je voorkennistoets niet hebt gemaakt)
OF
  • op de BTC-borden aan het werk met opstellen reactievergelijkingen uit een beschrijving in woorden 

Slide 12 - Tekstslide

BTC REACTIEVERGELIJKINGEN
Stel de kloppende reactievergelijking op van het stencil, opdracht j tm q.

WERKWIJZE
Verdeel je bord in 4 vakken.
In elk vak komt 1 antwoord. Gebruik elkaars antwoorden om je eigen antwoord te controleren. Laat antwoorden staan tot je bord vol is.
Veeg vak 1 leeg voor opdracht n enz.
1.
uitwerking opdracht j

2.
uitwerking opdracht k

3.
uitwerking opdracht l

4.
uitwerking opdracht m

Slide 13 - Tekstslide

De wetenschappelijke notatie
Wanneer getallen heel groot of heel klein zijn, is het lastig om met deze getallen te rekenen. 
dan kan je het getal op een andere manier noteren: de wetenschappelijke notatie.  

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Grote getallen
Duizend     1 000
Miljoen       1 000 000    
Miljard        1 000 000 000
Biljoen        1 000 000 000 000
Biljard         1 000 000 000 000 000 
10​3​​
10​6​​
10​9​​
10​12​​
10​15​​
Hoe? Tel het aantal plaatsen dat de komma naar links gaat om een getal tussen de 1 en 10 te krijgen

Slide 16 - Tekstslide

Grote getallen in de wetenschappelijke notatie
1 duizend = 1000 =
1760 = 1,760 x 1000 =
 13 245 864 = 1,3245864 x 10 000 000 =
 


1,000⋅10​3​​
1,760⋅10​3​​
1,3245864⋅10​7​​
Gebruik op je rekenmachine de EXP knop
Zo ziet de rekenmachine dit als één getal (en niet als een vermenigvuldiging van 2 getallen)

Slide 17 - Tekstslide

Match de getallen met de macht van 10
1000
1 miljard
100
1 miljoen
106
109
102
103

Slide 18 - Sleepvraag

Match de getallen met de macht van 10
500
50 miljard
50 000
500 miljoen
5 x 102
5 x 108
5 x 104
5 x 1010

Slide 19 - Sleepvraag

Kleine getallen in de wetenschappelijke notatie
1 duizendste =               = 0,001 = 

0 , 000 007 65 = 


​1000​​1​​
10​−3​​
7,65⋅10​−6​​

Slide 20 - Tekstslide

Kleine getallen
Duizendste    0,001
Miljoenste      0,000 001
Miljardste       0,000 000 001

10​−3​​
10​−6​​
10​−9​​
Hoe? Tel het aantal plaatsen dat de komma naar rechts moet schuiven om een getal tussen de 1 en 10 te krijgen.

Slide 21 - Tekstslide

Schrijf het getal in de wetenschappelijk notatie. Rond af op één decimaal.


  0,001 937= 
Deze zijn over :
x 10-6
x 10-4
x 10-3
x 103
2,0
1,94
1,93
1,9

Slide 22 - Sleepvraag

Schrijf het getal in de wetenschappelijk notatie. Rond af op één decimaal.


  0,02653 = 
Deze zijn over :
x 10-4
x 10-3
x 10-2
x 10-1
3,0
2,7
2,6
2,5

Slide 23 - Sleepvraag

Nog oefening nodig?
Train deze vaardigheid met de online vaardighedentrainer "wetenschappelijke notatie" - deze staat bij de introductie van H1

Slide 24 - Tekstslide

Reactievergelijkingen opstellen en kloppend maken

weet je het nog?

Slide 25 - Tekstslide

Reactievergelijkingen
De elementen op blz 56 moet je 
uit je hoofd kennen
Deze kennis heb je nodig om reactievergelijkingen te kunnen opstellen
Je moet ook weten wat de getallen in de formule betekenen om het aantal atomen te kunnen tellen.
reactievergelijking??
ik ken de formules
ik kan
formules lezen
reactievergelijking!

Slide 26 - Tekstslide

Geef de juiste formules van de stoffen koolstof en waterstof
A
CenH​2​​
B
C​2​​enH​2​​
C
C en H
D
C​2​​enH

Slide 27 - Quizvraag

Geef de juiste symbolen voor de elementen lood en fosfor
A
Pt en P
B
Pt en F
C
Pb en P
D
Pb en F

Slide 28 - Quizvraag

Wat is de naam van
C2H6O
A
ethanol
B
glucose
C
methaan
D
suiker

Slide 29 - Quizvraag

Wat is de juiste naam van
P2O5
A
di fluor penta oxide
B
di fosfor penta oxide
C
di fluor tetra oxide
D
di fosfor tetra oxide

Slide 30 - Quizvraag

Wat is de juist formule van distikstofoxide
A
2NO
B
NO​2​​
C
N​2​​O

Slide 31 - Quizvraag

De kloppende reactievergelijking van de ontleding van water in zuurstof en waterstofgas is:
A
H​2​​O​2​​(l)−>O​2​​(g)+H​2​​(g)
B
H​2​​O(l)−>O(g)+H​2​​(g)
C
2H​2​​O(l)−>O​2​​(g)+2H​2​​(g)
D
H​2​​O(l)−>O(g)+2H(g)

Slide 32 - Quizvraag

Stappenplan opstellen R.V.
  • Vertaal elke naam in de opdracht in de juiste molecuulformule 
  • Voor en na de pijl moeten van elke atoomsoort evenveel atomen zijn
  • Aan de molecuulformule mag je niets veranderen 
  • Als je op een half getal uitkomt voor de moleculen, doe je alle getallen (coefficienten) keer 2 
  • Controleer: zijn de coëfficiënten zo klein mogelijk of kun je alles nog delen door 2? Is de vergelijking écht kloppend? Tel na!

Slide 33 - Tekstslide

Maak de reactievergelijking kloppend:

...C​3​​H​6​​+....O​2​​−>...H​2​​O+...CO​2​​

Slide 34 - Open vraag

Nog meer oefening nodig?
Train deze vaardigheid met de online vaardighedentrainer "reactievergelijkingen kloppend maken" - deze staat bij de introductie van H1

Slide 35 - Tekstslide

Structuurformules
- laat zien uit welke atomen een molecuul bestaat
- laat zien uit hoeveel atomen een molecuul bestaat
- laat zien op welke manier de atomen aan elkaar vast zitten: je tekent de atoombindingen
1 streepje = 1 atoombinding
2 streepjes = 2 atoombindingen

Slide 36 - Tekstslide

BTC 1  Structuurformules
Ruim je tafel leeg, behalve pen + stencil + schrift
de docent deelt in in tweetallen

groep 1 tm 11 gaat naar het bord met hetzelfde nummer:
bovenste leerling haalt stift + doekje
de overige tweetallen gaan naar de 4  tafels in het midden van het lokaal

Slide 37 - Tekstslide

BTC Structuurformules
Teken een structuurformule die voldoet aan de formule 




Als de tijd om is: nabespreken en groepen wisselen


C​2​​H​4​​O​2​​
C​4​​H​8​​
C​2​​H​6​​O
timer
3:00

Slide 38 - Tekstslide

Structuurformules
Voor het tekenen van structuurformules
bij een molecuulformule
gebruik je de covalenties
van de niet-metaalatomen:

Slide 39 - Tekstslide

Oefenen
Teken een structuurformule die voldoet aan de formule

C​2​​H​4​​O​2​​

Slide 40 - Tekstslide

Nog meer oefening nodig?
Train deze vaardigheid met de online vaardighedentrainer "structuurformules" - deze staat bij de introductie van H1
Vaardigheidstrainer structuurformules

Slide 41 - Tekstslide

Keuze-moment (2)
Iedereen gaat nu BTC doen
  • stencil opdracht j tm q (af)maken
OF
  • extra uitdagende opdrachten met reactievergelijkingen uit examens proberen

Slide 42 - Tekstslide

Voor de volgende les:
leer je de elementen van blz 56 uit je hoofd
leer op blz 203 hoe je op je rekenmachine werkt met de wetenschappelijke notatie
oefen vaardighedentrainers "wetenschappelijke notatie", "structuurformules" en "reactievergelijkingen" zoveel als jij nodig hebt 

Slide 43 - Tekstslide