H7 gemengde vragen

Lesplanning:   
  • Lesdoelen bespreken  
  • Terugblik: hoofd 7 
  • Huiswerk 7.7 doornemen  
  • Afsluiting: huiswerk, voorbereiding toets en datum toets
Telefoon in je kluis
Tekst
LessonUPcode:
OUCN
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Lesplanning:   
  • Lesdoelen bespreken  
  • Terugblik: hoofd 7 
  • Huiswerk 7.7 doornemen  
  • Afsluiting: huiswerk, voorbereiding toets en datum toets
Telefoon in je kluis
Tekst
LessonUPcode:
OUCN

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik: Quiz vragen over:
  • Wat is de formule voor de omtrek en opp. van een cirkel? 
  • Wat is pi?
  • Wat is de formule voor de inhoud van een balk?
  • Omrekenen eenheden van lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en tijd 

Zelfstandig maken: oucns

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het teken van Pi?

A
B
~
C
π
D
%

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1. oppervlakte cirkel =
2. omtrek cirkel =

let op de juiste volgorde


A
1. π x diameter 2. π x straal x straal
B
1. π x straal x straal 2. π x diameter
C
1. π x straal x straal 2. π x diameter

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De omtrek van een cirkel is 20m
De oppervlakte van de cirkel is dan..............
A
π2020
B
π20
C
2π20
D
weethetniet

Slide 5 - Quizvraag

omtrek cirkel = π x diameter
oppervlakte cirkel = π x straal x straal
Inhoud balk =
A
lengte x breedte
B
lengte x breedte x hoogte
C
alle zijden bij elkaar optellen
D
lengte x breedte x hoogte : 2

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

omtrek rechthoek =
A
lengte + breed
B
lengte x breedte
C
alle zijden bij elkaar optellen
D
lengte x breedte : 2

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

oppervlakte van een rechthoek =
A
lengte + breed
B
lengte x breedte
C
alle zijden bij elkaar optellen
D
lengte x breedte : 2

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

oppervlakte van een driehoek =
A
lengte + breed
B
lengte x breedte
C
alle zijden bij elkaar optellen
D
lengte x breedte : 2

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De maten in de plattegrond zijn in centimeter. In de eetkamer komt een strip aan de zijkanten. Hoeveel meter strip is nodig om de zijkant te bedekken.
A
3,5 m x 3,5 m
B
7 m + 3,5m
C
3,5 m x 5,3 m
D
(2x3,5 m) + (2x5,3 m)

Slide 10 - Quizvraag

totaal 2860 cm : 100 = 28,6 meter

De maten in de plattegrond zijn in centimeter. In de eetkamer komt laminaat. Hoeveel m² strip is nodig om de vloer te bedekken?
A
3,5 m x 3,5 m
B
7 m + 3,5m
C
3,5 m x 5,3 m
D
(2x3,5 m) + (2x5,3 m)

Slide 11 - Quizvraag

totaal 2860 cm : 100 = 28,6 meter
Even checken...
Wat is GEEN eenheid van snelheid?
A
m/s
B
km/uur
C
tijd/minuut
D
km/seconde

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik rijd 100 m/sec
Hoeveel km/uur rijd ik?
A
100 : 3,6 = 27,78 m/sec
B
100 x 3,6 = 360 m/sec

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

24 m in 4 sec = ... km/uur
A
21,6 km/uur
B
86,4 km/uur

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Grootheid
Eenheid
kilogram
gewicht
centimeter
kubieke meter
Oppervlakte
tijd
minuut

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het gewicht van een poes is 8,5 kg
Hoeveel gram is dit?
A
8500 gr
B
850 gr
C
85 gr

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1 ton = ......... kg?
A
1000 kg
B
10.000 kg
C
100.000 kg

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar heb je nog vragen over?

Slide 18 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Einde Quiz
  • Je weet hoe je de omtrek en oppervlakte van een cirkel en rechthoek te berekenen.
  • Je weet de inhoud van balk te berekenen
  • Je weet verschillende eenheden te berekenen. 
  • Je weet  de formule van inhoud van een balk
  • Je weet de formule van omtrek en oppervlakte van een cirkel  en rechthoek.
  • Je weet de verschillende eenheden van lengte, oppervlakte, inhoud ,gewicht, snelheid en tijd.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
  • Maak de Gemengde opgaven uit je boek ter voorbereiding toets eind van de week: Blz. 95 t/m 96.

  • Ben je klaar met de gemengde opgaven maak de Diagnostische toets op blz. 100 t/m 102. (donderdag 6 juli)


Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je van gewichten?

Slide 21 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Gewicht

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

gewicht

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gewicht 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gewicht
.



Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk 7.8 
Is de volgende bewering waar of niet waar?

  • Vorig jaar heeft mevrouw Makkink haar eerste dochter gekregen. Haar dochter is nu 7.

  • WAAR 
    Het geen 7 jaar, maar 7 maanden.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.6: Eenheden van tijd
  • Welke eenheden van tijd kennen jullie?
  • De belangrijkste eenheden van tijd staan op blz. 83.
  • Hoe kun je onthouden hoeveel dagen in elke maand zitten?
  • Welke jaartallen zijn schrikkeljaren?  

Trucje
Tel vanaf Januari op je knokkels en tussen de knokkels in. 
Elke maand die op een knokkel komt heeft 31 dagen.
Trucje
Als je het jaartal kunt delen door 4, dan is het een schrikkeljaar.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.6: Tijdseenheden omrekenen
Wat ik veel zie:   3,75 uur = 3 uur en 75 minuten.
  • Dit klopt NIET!
  • Even narekenen: 
    3,75 uur = 3 uur en 75 min, maar 75 min = 1 uur en 15 min
  • 3, 75 uur = 3 uur en 75 min = 4 uur en 15 minuten = 4,15 uur
  • Zeggen we nu dat 3,75 uur = 4,15 uur?????
  • Dit klopt NIET. Maar hoe moet het dan wel?

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.6: Tijdseenheden omrekenen
3,75 uur = ... uur en .... minuten
  • Er zitten 3 uren in:   3,75 uur = 3 uur en ... minuten
  • Dan is er nog 0,75 uur over om minuten van te maken. 
  • In 1 uur zit 60 min, dus in 0,75 uur zit:   0,75 x 60 = 45 minuten
  • Dus het antwoord en de manier van opschrijven is:
    3,75 uur = 3 uur en (0,75x60=)45 min  
  • Vergeet de berekening er niet bij te zetten!!!
3,75 - 3 = 0,75

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.6: Eenheden van snelheid
Leontien fietst 5 meter per seconde.
Hoeveel km is dat in één uur?





  • Kun je dit ook in 1 keer uitrekenen, zonder tabel?
Snelheid Leontien

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

7.6: Eenheden van snelheid
De meest gebruikte eenheden van snelheid zijn:





Voorbeelden, rond af op 1 decimaal:
  • 33 m/s = ...... km/uur
  • 50 km/uur = ...... m/s

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk


Nakijken:

 H7.6 bladzijde 86: Eenheden van inhoud:

opgave 68 t/m 77

Maken:

H7.7 bladzijde 92: Eenheden van tijd:

opgave 81 t/m 83, 85 en 87






Zs
Zf
Zf
timer
10:00
Huiswerk bespreken
Extra uitleg

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel behaald?
Je hebt de leerdoelen van 7.6 deel 2 behaald, of
weet wat je nog moet doen om deze te behalen.

  • 5 m/s = ... km/u
  • Hoeveel dagen zitten in een jaar?
  • 3,5 dagen = .... uur
  • 760 uur = ... dagen en ... uur

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies