cross

Unit 1 lesson 2

Previous lesson: Pancake Day
                                                     
a. Naam goed doel:
b. Waarvoor zet dit goede doel zich in?
c. Waarom heb je voor dit goede doel gekozen?
d. Wat zou je teamnaam zijn?
e. Wat voor kostuum zouden je dragen?
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Engelsvmbo gLeerjaar 1

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Previous lesson: Pancake Day
                                                     
a. Naam goed doel:
b. Waarvoor zet dit goede doel zich in?
c. Waarom heb je voor dit goede doel gekozen?
d. Wat zou je teamnaam zijn?
e. Wat voor kostuum zouden je dragen?

Slide 1 - Tekstslide

Lesson 2 Listening 
  1. Je begrijpt het wanneer anderen iets over zichzelf vertellen in het Engels
  2. Je leert woordjes die te maken hebben met school
  3. Je leert de persoonlijke voornaamwoorden in het Engels

Slide 2 - Tekstslide

LISTENING : We will do exercises 1, 3 and 4 together



Exercise 1:    Watch the video and listen to Thomas. He tells you something about his family and his school. 

Exercise 3 and 4 :  Lost in school.
 Write down the answers in your book.

Slide 3 - Tekstslide

Exercise 2:  Words and school



Go to page 42 in your book. We will pronounce these words together. 


Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Uitleg
Een persoonlijk voornaamwoord gebruik je in plaats van een zelfstandig naamwoord (een persoon, een dier, of een ding)...

Het meisje loopt - she walks
De jongen loopt   - he walks
De kat loopt -         it walks

Slide 6 - Tekstslide

Voornaamwoorden -   Wie ? 

Slide 7 - Tekstslide

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
Susan
A
he
B
we
C
you
D
she

Slide 8 - Quizvraag

On the left you can see Simon. (Simon)
is my brother.
A
She
B
He
C
It
D
We

Slide 9 - Quizvraag

(Sue and Simon)
are twins.
A
We
B
She
C
They
D
You

Slide 10 - Quizvraag

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
dog
A
he
B
it
C
you
D
I

Slide 11 - Quizvraag

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
my friends and I
A
I
B
they
C
we
D
you

Slide 12 - Quizvraag

What can (....)
tell me about your family?
A
she
B
you
C
we
D
he

Slide 13 - Quizvraag

"Vertaal" naar een persoonlijk voornaamwoord:
my teachers
A
you
B
we
C
I
D
they

Slide 14 - Quizvraag

Your turn



Exercise 2 : words - in your book or online

Exercise 5: complete the box with the English pronouns

Exercise 6: find the correct pronouns

Exercise 7 and 8: listening: do this exercise online 





timer
20:00

Slide 15 - Tekstslide

Homework
Exercises 1 till 8    

Slide 16 - Tekstslide

Previous lesson

Woordjes


Persoonlijke voornaamwoorden

Slide 17 - Tekstslide

Persoonlijke voornaamwoorden
Question                                                            Student  

Slide 18 - Tekstslide

Word bingo
  • Teken een raster zoals deze
  • Schrijf 9 Nederlandse woorden op uit het rijtje Engels-Nederlands

Slide 19 - Tekstslide

Lesson 2 Listening 
  1. Je begrijpt het wanneer anderen iets over zichzelf vertellen in het Engels
  2. Je leert woordjes die te maken hebben met school
  3. Je leert hoe je in het Engels kunt zeggen dat iets van iemand is ( bezittelijke voornaamwoorden ) 

Slide 20 - Tekstslide

Van wie ?
Een bezittelijk voornaamwoord staat voor een zelfstandig naamwoord en geeft bezit aan.
This is my book
His family lives abroad
This is their game

Slide 21 - Tekstslide

Bezittelijke voornaamwoorden
My                ik                          My first name is  Ineke.
Your             jouw/uw            Your birthday is on 18 April.
His               zijn                       His phone number is 061234567
Hers            haar                     Her bike is in the garage.
Its                 zijn/haar            Its name is  Lando.
Ours            ons/onze           Our surname is Koolen.
Your             jullie, uw            Your friends are very nice.
Their           hun                       Their birthday is on 20 June.

Slide 22 - Tekstslide

Bezittelijke vornaamwoorden

Exercise 9: welk bezittelijk voornaamwoord past hierbij ?


Slide 23 - Tekstslide

Zelfstandig werken
Exercise 10: vul het juiste bezittelijke voornaamwoord in
Exercise 11: vul de ontbrekende woorden in
Exercise 12: luisteren en hets chema invullen ( Engelse woorden)

Moeilijk ?       Doe exercise 13
Makkelijk ?    Doe exercise 14

Slide 24 - Tekstslide

Wat weet je nu over
voornaamwoorden?

Slide 25 - Open vraag

Homework
Do: all exercises lesson 2

Study: words and grammar 
page 42 /43

Slide 26 - Tekstslide

0

Slide 27 - Video