Meten, omtrek en oppervlakte

Meten, omtrek en oppervlakte
Lesdoel: Ik weet hoe ik de omtrek en oppervlakte van een figuur uit moet rekenen.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Meten, omtrek en oppervlakte
Lesdoel: Ik weet hoe ik de omtrek en oppervlakte van een figuur uit moet rekenen.

Slide 1 - Tekstslide

lengtematen
omtrek

Slide 2 - Tekstslide

Omtrek
Dit weiland is mooi rechthoekig. 200 meter lang en 100 meter breed.

Als je een hek om dit weiland zet, hoe lang is het totale hek dan?

A
200 x 100 = 20.000 meter
B
20+20+10+10= 60 meter
C
200 + 200 + 100 + 100 = 600 meter
D
200 + 200 + 100 + 100= 600 cm

Slide 3 - Quizvraag

Hoeveel cm touw heb je nodig voor de omtrek?
A
14 cm
B
8 cm
C
22 cm
D
2,2 cm

Slide 4 - Quizvraag

Wat is de omtrek van de tafel?

Slide 5 - Open vraag

Wat is de omtrek?

Slide 6 - Open vraag

Waarom moet ik weten hoe ik de oppervlakte bereken?

Ik wil nieuwe tegels voor mijn tuin. 
Dan moet ik eerst weten hoe groot mijn tuin is. 
Hoeveel vierkante meter? 
Als ik dat weet kan ik tegels gaan kopen. 

Slide 7 - Tekstslide

Oppervlakte
Dit weiland heeft een lengte van 200 meter en een breedte van 100 meter.
Hoe groot is het stuk grond? Het is de bedoeling dat je de oppervlakte van het weiland berekent
A
De oppervlakte van het weiland is 10m x 20 m. Dat is 20.00 m2
B
200 + 200 + 100 + 100 = 600 meter
C
De oppervlakte van het weiland is 1000 x 2000 m2. Dat is 200.000 m2
D
De oppervlakte van het weiland is 100m x 200 m. Dat is 20.000 m2.

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de oppervlakte van de tafel?

Slide 9 - Open vraag

Is de oppervlakte altijd groter dan de omtrek?
A
JA
B
NEE

Slide 10 - Quizvraag

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 11 - Open vraag

Bereken de oppervlakte en de omtrek van figuur A t/m E

Slide 12 - Tekstslide

Maak voor je buurman/buurvrouw
10 tekeningen met omtrek en oppervlakte.

Wissel van papier en los de opdrachten op.

Slide 13 - Tekstslide

Oppervlakte schrijf je in...
A
meter (m)
B
kilo (kg)
C
vierkante meter (m2)
D
liter (l)

Slide 14 - Quizvraag

Weet je nog?
Oppervlakte driehoek:
lengte x breedte : 2 = oppervlakte
7 cm x 4 cm : 2 = 14 cm2

Slide 15 - Tekstslide

Reken de oppervlakte uit

Slide 16 - Tekstslide


A

Slide 17 - Quizvraag

Wat is de omtrek

Slide 18 - Open vraag