Interactievaardigheden 2 week 8

Communicatie week 8 
Interactievaardigheden 2 
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Communicatie week 8 
Interactievaardigheden 2 

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel(en)

  • Aan het einde van de les kan de leerling de 6 interactievaardigheden benoemen.
  • Aan het einde van de les kan de leerling door middel van het videofragment, de vragen beantwoorden.  
  • Aan het einde van de les kan de leerling 3 interactievaardigheden toepassen bij het bedenken van een spel. 

Slide 3 - Tekstslide

Programma 
  • Herhaling van 6 interactievaardigheden (10 minuten) 
  • Opdracht 1: observatie in tweetallen (25 minuten) 
  • Opdracht 1: bespreken (5 minuten)
  • Opdracht 2: gezelschapsspel  ( 40 minuten)
  • Spel presenteren (10 minuten) 

Slide 4 - Tekstslide

Wat zijn interactievaardigheden?
A
Vaardigheden die kinderen moeten beheersen voordat ze naar de basisschool gaan
B
Toetsen die kinderen moeten maken om zo hun niveau te kunnen bepalen
C
Vaardigheden die mensen gebruiken in de omgang met elkaar
D
Het goede antwoord staat er niet tussen

Slide 5 - Quizvraag

Interactievaardigheden 
Interactievaardigheden zijn de vaardigheden die pedagogisch medewerkers bewust toepassen tijdens de communicatie met alle kinderen op de groep.


Slide 6 - Tekstslide

Waarom is het belangrijk om als Pm-er deze interactievaardigheden toe te passen? 

Slide 7 - Tekstslide

Hoeveel interactievaardigheden zijn er? 
                               Noem de interactievaardigheden op. 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

6 interactievaardigheden
Je kunt in twee groepen de interactievaardigheden onderscheiden: 
Basale interactievaardigheden (vormen de basis) 
1. Sensitieve responsiviteit (emotionele steun): is PM- er een veilige  basis of haven voor kinderen?
2. Respecteren van autonomie (erkenning): heeft PM-er oog voor het kind. Bv. Bij jonge kinderen is het belangrijk dat je aangeeft wat je gaat doen en hun een ook keuze laat bieden. 
3. Structureren en grenzen stellen (duidelijkheid): regels opstellen waar leerlingen zich aan kunnen houden
Educatieve interactievaardigheden (leren)
4. Praten en uitleggen (benoemen): de Pm-er benoemt wat ze doet en wat er gebeurt. Het afstemmen van verbaal-non verbale communicatie met het kind.
5. Ontwikkelingsstimulering (vergroten van kennis en vaardigheden): motorische stimulering, cognitieve en creatieve stimulering. Ontwikkeling stimuleren op een manier die bij het kind past.
6. Begeleiden van onderlinge interactie (veilig en vertrouwd voelen): hoe leer je kinderen om met andere kinderen in de groep om te gaan.  

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 1: Observatie 
Je geeft je mening over  hoe de interactie vaardigheden zijn toegepast in het filmpje. 

Zie teams voor formulier en filmpje en beantwoord de volgende vragen: 


https://www.youtube.com/watch?v=nR1Jz_hbe6s 

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht: observatie
1. Je ziet een interactievaardigheid
2. Geef een korte omschrijving van de situatie. Maximaal 1 zin
3. Wat zou jij hetzelfde doen?
4. Wat zou jij anders doen?
5. Vul minimaal 4 interactievaardigheden in.
(Houdt de opdracht van vorige week erbij zodat je voorbeelden hebt.)

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Opdracht: 6 interactievaardigheden (voor studenten die vorige week niet aanwezig waren.)
Zelfstandig (35 minuten):
Beschrijf de theorie van de zes verschillende interactievaardigheden. Gebruik je boek voor de theorie. Bladzijde: 175- 187. Zie Teams voor het formulier.
 1. Wat houdt dit in?
2. Noteer van de zes interactievaardigheden minimaal 5 acties/gedrag die jij kunt inzetten als Pedagogische medewerker en noem voorbeelden.

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht 2: Gezelschapsspel
Maak een gezelschapsspel waarin minimaal 3 interactievaardigheden in het spel worden toegepast. Een spel die jij in de kinderopvang kunt uitvoeren. 

In tweetal: 
1.  Bedenk een spel voor een kind tussen 3-6 jaar. 
2. Maak dit spel met papier. Je kunt gebruik maken van schaar/stift etc etc.  
3. Beschrijf de spelregels
4. Hoe laat de pm-er de interactievaardigheden zien? 
5. Denk aan de ontwikkelingsgebieden (voorbeeld: cognitieve ontwikkeling,  fysiek en motorische ontwikkeling, spraak-en taal ontwikkeling 

Gebruik je fantasie. Succes! 

Slide 15 - Tekstslide