8/2 Lezen 4 3h

dinsdag 1/2 3h
  • vrijdag 11 februari: diagnostische toets grammatica
  • dinsdag 15 februari: toets Woordenschat 1-4 + woordenlijst
  • speech Jana
  • herhalen uitleg argumentatie Lezen H4
  • nakijken blz. 113 opdracht 1
  • lezen tekst 2/maken opdracht 2 t/m vraag 10
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

dinsdag 1/2 3h
  • vrijdag 11 februari: diagnostische toets grammatica
  • dinsdag 15 februari: toets Woordenschat 1-4 + woordenlijst
  • speech Jana
  • herhalen uitleg argumentatie Lezen H4
  • nakijken blz. 113 opdracht 1
  • lezen tekst 2/maken opdracht 2 t/m vraag 10

Slide 1 - Tekstslide

samengevat Lezen 3 : soorten argumentatie
  • Enkelvoudige argumentatie (1 argument)
  • Meervoudige argumentatie (meerdere argumenten)
  • Nevenschikkende argumentatie (verschillende argumenten naast elkaar- denk en ertussen)
  • Onderschikkende argumentatie (argument en gevolgen onder elkaar, denk want ertussen)

Slide 2 - Tekstslide

Lezen H4: Tegenargument en weerlegging
  • Met een tegenargument ontkracht je een standpunt
  • Met een weerlegging ontkracht je een argument. Je toont aan dat het argument van de tegenstander niet klopt.

Slide 3 - Tekstslide

Bijvoorbeeld

Standpunt: De horeca moet tot 1 maart sluiten om 22.00 uur.

Argument: (want) Zo houden we het aantal besmettingen lager.

Tegenargument: (maar) Het is niet bewezen dat het aantal besmettingen lager is door eerdere sluiting van de horeca.

Weerlegging: (maar)De vroege sluiting van de horeca in combinatie met andere maatregelen. (bv. sluiting cultuursector) zorgen er samen voor dat de besmettingen lager blijven.

Slide 4 - Tekstslide

Signaalwoorden bij weerlegging
Bij een weerlegging gebruik je signaalwoorden van een tegenstellend verband: maar, toch, echter, desondanks.



Slide 5 - Tekstslide

nakijken en maken werkboek
nakijken blz. 113 opdracht 1 (hierna vanaf vr. 6)
lezen blz. 115 tekst 2/ maken opdracht 2

Slide 6 - Tekstslide

Antw. opdracht 1

6 a Toch is het een gek idee dat je fouten in de werkwoordspelling kunt rechtvaardigen, alleen omdat je geen zin hebt om erover na te denken.
b Als je écht je werkwoordspelling beheerst, hóéf je er niet eens over na te denken of ergens een d, t of dt moet komen te staan en dat je ‘antwoordde’ met twee d’s schrijft in plaats van met één.
c Dan gaat het vanzelf.
8 (1) Ze hoopt dat er een enge tiran komt die iedereen verplicht weer degelijk te schrijven. (2) Ze wil een campagne werkwoordspelling, met grote billboards langs de snelweg.
9 overtuigen  


























































Slide 7 - Tekstslide

vraag 7

Het is geen wonder dat zoveel mensen nog dt-fouten maken.
Op de basisschool worden de spellingsregels niet altijd even goed uitgelegd.
↑ Op de middelbare school verwatert de kennis snel. (apart naast elkaar)

Bij de meeste vakken behalve Nederlands wordt tegenwoordig niet meer nagekeken op spelling. (onder middelbare school)































Slide 8 - Tekstslide

Lezen H3

Slide 9 - Tekstslide

Enkelvoudige en meervoudige argumentatie
Enkelvoudige argumentatie= standpunt onderbouwd met een argument
Meervoudige argumentatie = standpunt onderbouwd met meerdere argumenten

Slide 10 - Tekstslide

meervoudige nevenschikkende argumentatie
Bij deze argumentatie staan de verschillende argumenten los naast elkaar

Slide 11 - Tekstslide

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video