5V Mozart 40e

5V - SE 5 D-toets
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
MuziekVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

5V - SE 5 D-toets

Slide 1 - Tekstslide

W.A. Mozart – Symfonie no. 40, eerste deel, thema 1

Je gaat luisteren naar het eerste deel uit de Symfonie no. 40 van Mozart. 
Dit deel staat in hoofdvorm. De hoofdvorm is opgebouwd uit drie onderdelen (expositie, doorwerking, reprise) en wordt vaak afgesloten met een coda.

Dit vragenblok bestaat uit 13 vragen.
 

Slide 2 - Tekstslide

Luister naar het begin van het eerste deel uit de Symfonie no. 40 van Mozart. Dit deel staat in hoofdvorm. De hoofdvorm is opgebouwd uit drie onderdelen (expositie, doorwerking, reprise) en wordt vaak afgesloten met een coda. 

Slide 3 - Tekstslide

1. Beschrijf hoe de Expositie van de hoofdvorm is opgebouwd. Doe dit door de onderdelen en toonsoorten in de juiste vakken te plaatsen.
1
2
3
4
thema 1
thema 2
slotgroep
overgangszin
hoofdtoonsoort
modulatie
nieuwe toonsoort
nieuwe toonsoort

Slide 4 - Sleepvraag

Je ziet de eerste negen maten van het eerste thema. Deze bestaat uit een voorzin en een nazin.
2. Zet de pijl precies boven het begin van de nazin.

Slide 5 - Sleepvraag


De hoofdtoonsoort van deze symfonie is g mineur.
3. In welke toonsoort eindigt dit thema (maat 20)?
4. Wat is de relatie (van de nieuwe toonsoort) met de hoofdtoonsoort? 
eind thema

Slide 6 - Open vraag

5. Zet de pijl precies boven het begin van de nazin.
Luister naar het tweede thema. Het notenvoorbeeld staat hieronder.

Slide 7 - Sleepvraag


6. In welke toonsoort eindigt thema 2 ?
7. Wat is de relatie met de hoofdtoonsoort (gm)? 

Slide 8 - Open vraag



Vergelijk beide thema’s ( thema 1 ,alleen de maten 1-9) met elkaar. 

8. Noem twee contrasten tussen de beide melodieën. 
Laat de toonsoort buiten beschouwing.
thema 1
thema 2

Slide 9 - Open vraag


9. Na de expositie komt de doorwerking. Wat gebeurt er in een doorwerking?

Slide 10 - Open vraag

Van een kort gedeelte uit de symfonie staat hieronder de complete partituur. 
De volgende vragen gaan over dit stukje partituur.

Slide 11 - Tekstslide


Je ziet de strijkerspartijen. 
10. Welke partij is de altviool?
A
partij 7
B
partij 8
C
partij 9
D
partij 10

Slide 12 - Quizvraag


11. Waar herken je een altvioolpartij aan?

Slide 13 - Open vraag


12. De eerste noot die de altviool speelt is de toon ....
A
bes
B
c
C
d
D
es

Slide 14 - Quizvraag

Partij 2 (bovenste noten) speelt unisono met partij ____ (onderste noten).

13. Omcirkel het juiste partijnummer.

Slide 15 - Sleepvraag


Bijna alle partijen hebben twee mollen als voortekens. Partij 3, 5 en 6 niet. 
18. Waarom is dat?

Slide 16 - Open vraag


19 Veel instrumenten in een symfonieorkest zijn meervoudig bezet. 
Wat betekent dat?

Slide 17 - Open vraag


20. Benoem de drie akkoorden die je hieronder ziet.

Slide 18 - Open vraag