LEC les online week 1 De klant en zijn wensen

De klant en zijn wensen

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorZorg en WelzijnMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

De klant en zijn wensen

Open met het idee dat lean niet begint bij het proces, maar bij de klant. Dat vormt de brug naar waarde en waardestroom.

Lesdoel

Ik kan uitleggen wie de klant is, hoe je klantwensen in beeld brengt en hoe het Kano-model, medewerkers, processen en producten/diensten daarbij helpen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen volgens jou bij klantwensen?

Gebruik de woordwolk om voorkennis op te halen. Vraag kort door op woorden als kwaliteit, service, prijs, snelheid of luisteren.

Wie is de klant?

De klant is degene voor wie jij waarde levert.


Dat is niet altijd alleen de directe koper van een product of dienst. Ook een andere afdeling, een groothandel, een doelgroep of een instelling kan jouw klant zijn.

Benadruk dat 'klant' in lean breder is dan alleen een betalende consument.

De klant is niet altijd zichtbaar

  • Soms is de klant direct duidelijk

  • Soms zit de klant binnen de eigen organisatie

  • Bij dienstverlening kan een afdeling jouw klant zijn

  • Daarom moet je eerst vaststellen voor wie je werkt

Geef eventueel een voorbeeld: HR levert een dienst aan medewerkers of leidinggevenden; de interne afdeling is dan de klant.

Waarom de klant eerst?

In lean kijk je eerst naar de klant en zijn wensen. Pas als die helder zijn, kun je beoordelen of een proces echt waarde toevoegt. Daarna kun je de waardestroom goed bekijken en in kaart brengen.

Leg de volgorde expliciet: klant → wensen → waarde → waardestroom.

Klantwensen ontdek je door te vragen

Om goed te begrijpen wat de klant wil, vraag je het zo direct mogelijk aan de klant zelf. De aanpak hangt af van het soort klant en van de grootte van de groep.

Deze slide heeft geen instructies

Manieren om klantwensen te onderzoeken

Grote groep

  • Interview

  • Groepsgesprek

  • Gewoon in gesprek gaan

  • Vragen naar wensen en verwachtingen

  • Enquête

  • Klanttevredenheidsonderzoek

  • Benchmark

  • Geschikt bij een doelgroep met veel mensen

Kleine groep of één persoon

Leg uit dat de methode moet passen bij de omvang van de klantgroep. Houd het praktisch en herkenbaar.

Contactpersoon bij een afdeling

Als jouw klant een afdeling is, bestaat die soms uit één persoon, een paar personen of een grotere groep. Vaak is de leidinggevende van die afdeling de klant of in ieder geval jouw contactpersoon.

Dit helpt studenten onderscheid maken tussen 'de groep die de dienst ontvangt' en 'de persoon die wensen doorgeeft'.

Wie kan volgens deze les ook een klant zijn?

A

Een afdeling

B

Alleen kopers

C

Alleen managers

D

Een concurrent

Toetst of studenten begrijpen dat 'klant' breder is dan alleen de directe koper.

Klant en klantwensen

In lean kijk je eerst naar de klant en zijn wensen. Daarna kun je bepalen of een proces echt waarde toevoegt. Bij een grote groep gebruik je vaak een enquête en bij een kleine groep past een interview beter.

klant
proces
enquête
interview
wowfactor
website
merk
afdeling

Alle begrippen komen letterlijk terug uit het eerste subtopic.

Waarom kijk je in lean eerst naar de klant?

Bespreek dat antwoorden moeten noemen: eerst vaststellen voor wie je werkt, daarna wensen ophalen, en pas dan beoordelen of het proces waarde toevoegt of de waardestroom bekijken.

Het Kano-model

Introduceer het model als hulpmiddel om klantwensen niet allemaal als even belangrijk te behandelen.

Waarom het Kano-model?

Weten wat de klant wil is belangrijk. Maar het is nog waardevoller als je ook weet wat de klant normaal vindt, wat hij bewust wenst en wat hem positief verrast. Zo kun je de klant beter bedienen.

Deze slide heeft geen instructies

Drie soorten klantfactoren

Het Kano-model verdeelt klantwensen in drie groepen:


  • Basisfactor

  • Prestatiefactor

  • Wowfactor


Met die indeling kun je je proces gerichter inrichten.

Noem dat niet elke wens hetzelfde effect heeft op klanttevredenheid.

Basisfactor en prestatiefactor

Basisfactor

Prestatiefactor

  • Wat de klant normaal vindt

  • Moet in orde zijn

  • Voorbeelden: beschikbaarheid, gemak, kwaliteit

  • De bewuste wensen van de klant

  • Komt boven op de basis

  • Voorbeelden: keuze, juiste prijs, presentatie, extra smaak

Maak duidelijk: basisfactoren vallen pas op als ze ontbreken; prestatiefactoren worden vaak vergeleken tussen aanbieders.

Wowfactor

  • Iets wat de klant niet verwacht

  • Zorgt voor verrassing

  • Kan gaan om een nieuw product, nieuwe lijn of onverwachte service

  • Verhoogt de beleving sterk

Benadruk dat een wowfactor de basis niet vervangt. Eerst moet de basis kloppen.

Welke factor verrast de klant positief?

A

Prestatiefactor

B

Wowfactor

C

Basisfactor

D

Procesfactor

Procesfactor is een plausibele afleider doordat later processen worden besproken, maar hoort niet bij Kano.

Kano-model

In het Kano-model is de basisfactor iets wat de klant normaal vindt. De prestatiefactor gaat over bewuste wensen. De wowfactor is iets extra's dat de klant niet verwacht en dat sterk kan verrassen.

basisfactor
prestatiefactor
wowfactor
verwacht
benchmark
doelgroep
beleving
kwaliteit

Controleer of studenten de drie categorieën en hun functie uit elkaar houden.

Van klantwens naar beleving

Klanten koppelen hun ervaringen vooral aan drie onderdelen van een organisatie:


  • producten en diensten

  • medewerkers

  • processen


Samen bepalen deze hoe een klant de organisatie beleeft.

Gebruik dit als overgang van 'wat wil de klant?' naar 'waar merkt de klant dat in de praktijk?'.

Producten en diensten

De beleving van producten en diensten hangt samen met beeld, prijs, kwaliteit en merk. Een product is tastbaar: klanten kunnen het vergelijken, voelen, proeven, ruiken en ervaren.

Leg de link met zintuigen: juist daardoor kun je met een product extra beleving creëren.

Medewerkers maken verschil

Bij klantbeleving is de interactie met medewerkers belangrijk. Die wordt vooral bepaald door:


  • mentaliteit

  • deskundigheid

  • bevoegdheid

  • inlevingsvermogen

Geef eventueel een kort voorbeeld van bevoegdheid: een medewerker die iets direct mag oplossen helpt de klant sneller.

Processen en succesvoorwaarden

  • Overzichtelijk en logisch ingericht

  • Constant in de dienstverlening

  • Herkenbaar en voorspelbaar

Procesinrichting

  • Geeft duidelijkheid aan de klant

  • Zorgt voor betrouwbaarheid

  • Moet aantrekkelijk en aansprekend zijn, in winkel én op website

Effect op klantbeleving

Licht toe dat een goed proces niet alleen efficiënt is, maar ook prettig en duidelijk voor de klant.

Samenspel in de organisatie

Goede klantbeleving ontstaat als producten en diensten, medewerkers en processen op elkaar aansluiten. Als één onderdeel niet klopt, merkt de klant dat direct in zijn ervaring.

Verbind deze slide terug aan lean: klantwaarde vraagt om samenhang in het hele proces.

Waardoor wordt klantbeleving vooral bepaald?

A

Prijs en winst

B

Product, mens, proces

C

Voorraad en planning

D

Reclame en logo

Toetst het hoofdidee van slides 13-17: producten/diensten, medewerkers en processen werken samen.

Klantbeleving in de praktijk

De klantbeleving hangt samen met producten en diensten, medewerkers en processen. Bij medewerkers spelen onder andere deskundigheid en inlevingsvermogen een rol. Een goed proces is overzichtelijk en voorspelbaar.

diensten
processen
deskundigheid
voorspelbaar
benchmark
groothandel
wowfactor
doelgroep

De gekozen woorden zijn dragende begrippen uit het laatste subtopic.

Wat merkt een klant als één onderdeel niet klopt?

Bespreek dat goede antwoorden laten zien dat de drie onderdelen op elkaar moeten aansluiten. Voorbeelden: goed product maar slechte service; vriendelijke medewerker maar onduidelijk proces.

Wat is één ding dat jij vandaag hebt geleerd?

Laat studenten kort terugblikken op hun eigen leeropbrengst.

Welk onderdeel hielp jou het best om dit te begrijpen?

Gebruik de antwoorden om zicht te krijgen op werkzame lesonderdelen.

Welk onderdeel vond jij nog lastig?

Geeft input voor herhaling of extra uitleg in een volgende les.

Begrippenlijst

klant - degene voor wie jij waarde levert

doelgroep - een groep mensen voor wie een product of dienst bedoeld is

klantwens - wat een klant verwacht, verlangt of belangrijk vindt

waardestroom - het geheel van stappen waarmee waarde voor de klant wordt geleverd

Kano-model - model dat klantwensen indeelt in basisfactor, prestatiefactor en wowfactor

basisfactor - iets wat de klant normaal vindt en minimaal verwacht

prestatiefactor - bewuste wens van de klant waarop aanbieders zich kunnen onderscheiden

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

wowfactor - onverwacht extra element dat de klant positief verrast

benchmark - onderzoek waarbij klanttevredenheid of prestaties worden vergeleken

klantbeleving - hoe de klant een organisatie, product of dienst ervaart

mentaliteit - houding en manier waarop medewerkers met klanten omgaan

deskundigheid - kennis en vakbekwaamheid van medewerkers

bevoegdheid - de ruimte of het recht om beslissingen te nemen

proces - reeks stappen waarmee een product of dienst wordt geleverd

Deze slide heeft geen instructies