Basisstof 1.4: Organellen

Thema 1: Inleiding in de biologie
Basisstof 4:  organellen
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Thema 1: Inleiding in de biologie
Basisstof 4:  organellen

Slide 1 - Tekstslide

Spiercel 1 wordt in een 10% NaCl-oplossing gelegd
Spiercel 2 wordt in in zuiver leidingwater gelegd.
Na een dag is het volume van beide cellen veranderd.
Welke veranderingen hebben er plaatsgevonden?
A
Het volume van beide cellen is afgenomen.
B
Het volume van cel 1 is afgenomen en het volume van cel 2 is toegenomen.
C
Het volume van cel 1 is toegenomen en het volume van cel 2 is afgenomen.
D
Het volume van beide cellen is toegenomen.

Slide 2 - Quizvraag

Wat is turgor?
A
druk van de celmembraan tegen de celwand
B
druk van de celwand tegen de cel
C
loslaten van de celmembraan van de celwand
D
druk van de celwand tegen de vacuole

Slide 3 - Quizvraag

Milieu waarin de cel zich bevind
A.
Toestand waar de cel zich in bevindt
B.
Er gaat water de cel in/ uit?
Hypertoon
Isotoon
Hypotoon
Plantaardige cellen:
Sleep de onderdelen naar de juiste plek
A.
B.

Je kunt het verschil tussen osmose bij dierlijke en plantaardige cellen uitleggen
Plasmolyse
Grensplasmolyse
Turgor
In
Uit
Blijft gelijk

Slide 4 - Sleepvraag

Men legt enkele cellen uit een normale aardappel in gedestilleerd water (water met 0.0% zoutoplossing).
Wat gebeurt er in de cel?
A
Water trekt de cel in dmv osmose
B
Water trekt de cel uit dmv osmose
C
Moleculen diffunderen de cel uit
D
Moleculen diffunderen de cel in

Slide 5 - Quizvraag

In B zien we plasmolyse, dit gebeurt als de cel (teveel) water verliest.

Welke uitspraak is juist aangaande het verlies van dit water?
A
Buiten de cel is de osmotische druk groter dan binnen in de cel
B
Binnen de cel is de osmotische druk groter dan buiten de cel
C
De osmotische druk buiten de cel is gelijk aan de osmotische druk binnen de cel

Slide 6 - Quizvraag

Wanneer treedt plasmolyse op in een plantaardige cel?
A
Als de osmotische waarde van de extracellulaire vloeistof hoger is
B
Als de osmotische waarde van de extracellulaire vloeistof lager is
C
Als de osmotische waarde van extracellulaire vloeistof gelijk is aan de cel

Slide 7 - Quizvraag

Leerdoelen BS 4

Slide 8 - Tekstslide

Actie
  • Lezen basisstof 1.4 organellen
  • lezen basisstof 1.5  of 1.6
  • maken en nakijken opdr. 98 t/m 108

  • Hulp nodig? vinger omhoog
  • KLAAR? Ga verder met testjezelfs, examentrainer of thema 2

timer
10:00

Slide 9 - Tekstslide

Begrippen
celkern 
chromosomen 
erfelijke eigenschappen
kernlichaampje
kernporie
endoplasmatisch reticulum
  • ruw / glad (smooth) 
ribosomen 
golgisysteem
exocytose 
lysosomen
enzymen
mitochondriën
cytoskelet
motoreiwitten
fosfolipiden
membraaneiwitten
receptoreiwitten
endocytose

Slide 10 - Tekstslide

de cel... 

Slide 11 - Tekstslide

de cel: plant of dierlijk... 
verschil in samenstelling per type cel

Slide 12 - Tekstslide

Celorganellen
  • onderdelen zowel bij planten- als dierlijke cellen!
  • liggen niet op een vaste plaats
  • voorbeelden: celkern, vacuole, plastiden, enz. 

Slide 13 - Tekstslide

Organellen
alle organellen die we gaan bekijken:
  • celkern
  • ribosomen
  • endoplasmatisch reticulum -> ruw en glad
  • golgisysteem
  • mitochondriën
  • lysosomen
  • plastiden
  • cytoskelet met motoreiwitten 

Slide 14 - Tekstslide

Organellen
alle organellen die we gaan bekijken:
  • celkern
  • ribosomen
  • endoplasmatisch reticulum -> ruw en glad
  • golgisysteem
  • mitochondriën
  • lysosomen
  • plastiden
  • cytoskelet met motoreiwitten 
dit is de basis in biologie!

Slide 15 - Tekstslide

de celkern
bestaat uit 
  • kernplasma 
  • kernmembraan
  • kernporiën
bevat: 
  • chromosomen: bestaan uit DNA, DNA codeert voor bouw van eiwitten
  • kernlichaampje (nucleolus) die de ribosomen maakt

Slide 16 - Tekstslide

ribosomen
  • maken eiwitten
  • bolvormige organellen
  • gemaakt in de celkern
ligging:
  • op ruwe endoplasmatisch reticulum 
  •  los in cytoplasma

e
iwitten bepalen erfelijke eigenschappen, zijn de uitvoerders van alles in je cellen

Slide 17 - Tekstslide

endoplasmatisch reticulum
bestaat uit:
  • een dubbel membraan
  • met of zonder ribosomen
ruw* endoplasmatisch reticulum: 
  • produceert de eiwitten 
glad endoplasmatisch reticulum:
  • rol bij vetproductie 
  • afbraak gifstoffen

* ruw vanwege de ribosomen

Slide 18 - Tekstslide

Golgisysteem
bestaat uit
  • stapel membranen

functie:
  • volgende stap in eiwitsynthese (productie)
  • bewerkt nieuwe eiwit moleculen tot juiste vorm
  • eiwitten gaan eruit in blaasjes (lysosomen)

Slide 19 - Tekstslide

organellen
werken samen in de 
productie van: 
van DNA tot eiwit

Slide 20 - Tekstslide

Golgisysteem/golgi apparaat
secretie
  • het vrijkomen van stoffen
exocytose
  • blaasjes vervoer naar buiten de cel
lysosomen
  • blijven in de cel
  • spelen een rol bij de vertering 

Slide 21 - Tekstslide

  • Celkern: Regelt alles wat er in de cel gebeurt
  • Kernlichaampje: Produceert ribosomen
  • Ribosomen: Produceren eiwitten
  • Endoplasmatisch reticulum: Dubbele membranen met afgeplatte holtes en kanaaltjes
  • Ruw: Bevat ribosomen
  • Golgisysteem: Neemt blaasjes met eiwitten op en bewerkt de eiwitten tot hun uiteindelijke vorm

Slide 22 - Tekstslide

plastiden

Slide 23 - Tekstslide

chloroplasten
te vinden in: 
  • plantaardige cellen
bouw:
  • dubbel membraan met daar disks (thylakoïden) die enzymen bevatten voor fotosynthese
functie: 
  • opzetting licht + water + CO2 in glucose en O2

Slide 24 - Tekstslide

Mitochondriën
bouw
  • dubbele geplooide membranen
  • eigen genen: mtDNA (via moeder)
functie = energiefabriek
  • verbranding van glucose tot energie opgeslagen als
  • aantal in cel afhankelijk van energieverbruik

Slide 25 - Tekstslide

celmembranen... 
bouw:
  • een dubbele laag fosfolipiden: (2 vetzuren met 1 fosfor) 
  • met eiwitten, koolhydraten, vetten 

functie

  • regelen van stoffen binnen en buiten de cel
  • eiwitmoleculen die een rol spelen bij transport noem je transporteiwitten  

Slide 26 - Tekstslide

fosfolipiden
bouw:
  •  vetzuren met fosfaat groep
  • hydrofiele kop: binding met water 
  • hydrofobe staart : stoot water af

waar:
  • celmembraan

    Slide 27 - Tekstslide

    BINAS 79D

    Slide 28 - Tekstslide

    in de cel:
    cytoskelet met motoreiwitten
    • zorgt voor stevigheid
    • vorm
    • transport

    Slide 29 - Tekstslide

    een motor eiwit

    Slide 30 - Tekstslide

    Slide 31 - Link

    blaasjes transport 
    via blaasjes: 
    de cel in = endocytose     de cel uit = exocytose 

    Slide 32 - Tekstslide

    Transport via blaasjes 
    Endocytose:
    Exocytose:

    Slide 33 - Tekstslide

    transport via blaasjes (BS4)
    endocytose
    exocytose

    Slide 34 - Tekstslide

    extra uitleg of informatie:

    Slide 35 - Tekstslide

    huiswerk bs 4

    maak opdracht 57 t/m 74

    lees BS 5

    Slide 36 - Tekstslide

    Slide 37 - Video

    mitochondriën hebben een ...
    één of meerdere antw mogelijk
    A
    enkele membraan
    B
    dubbele membraan
    C
    binnen- én een buitenmembraan
    D
    binnen- of een buitenmembraan

    Slide 38 - Quizvraag

    Juist of onjuist. Alle menselijke cellen hebben evenveel mitochondriën.
    A
    juist
    B
    onjuist

    Slide 39 - Quizvraag

    Bewerkt eiwitten na het ribosoom
    A
    celkern
    B
    golgi-systeem
    C
    ER
    D
    mitochondriën

    Slide 40 - Quizvraag

    Waar zijn mitochondriën ontstaan?
    A
    Plaats A
    B
    Plaats B
    C
    Plaats C
    D
    Plaats D

    Slide 41 - Quizvraag

    Hoe komt zuurstof bij mitochondriën?
    A
    Door osmose
    B
    Door transportenzymen
    C
    Door diffusie
    D
    Door actief transport

    Slide 42 - Quizvraag

    Bij welk cel-organel worden eiwitten gemaakt?
    A
    celkern
    B
    mitochondrien
    C
    ribosomen
    D
    E.R.

    Slide 43 - Quizvraag


    Planten en dieren
    Vacuolen zijn betrokken bij de afbraak van grote moleculen (macromoleculen) en het hergebruik van de afbraakproducten in de cel. Celorganellen zoals mitochondriën en plastiden kunnen geheel in de vacuole worden afgebroken. Door deze activiteiten zijn de vacuolen vergelijkbaar met organellen die in dierlijke cellen voorkomen. 
    Welk type organel in dierlijke cellen heeft een vergelijkbare functie?

    A
    een lysosoom
    B
    een ribosoom
    C
    het endoplasmatisch reticulum
    D
    het golgisysteem

    Slide 44 - Quizvraag

    Wat is de functie van mitochondriën
    A
    transport binnen de cel
    B
    vrijmaken energie
    C
    regelen alle cel processen
    D
    regelen selectief transport

    Slide 45 - Quizvraag