Afname van spierweefsel: minder kracht en stabiliteit.
Langzamere celdeling: langzamer herstel van wonden (operaties, breuken, dagelijkse wonden)
Afname botweefsel: zwakkere botten en sneller vallen
Minder nierfunctie: slechtere afvoer van afvalstoffen.
Minder dorstgevoel: groter risico op uitdroging
Minder smaak en reuk: eten kan minder goed op schadelijkheid getest kan worden.