Klare Taal les 29 Scheidbare werkwoorden

Titel van de les
Klare taal les 29 Scheidbare Werkwoorden
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

Titel van de les
Klare taal les 29 Scheidbare Werkwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  • NUMO: woensdag ben je klaar met 60 minuten. Ben je woensdag niet klaar dan maak je donderdag om 15.30 je NUMO in lokaal 003
  • Herhalen: Bijvoeglijk naamwoord met e of zonder e.
  • Klare Taal les 29: Scheidbare werkwoorden
  • Woordenboek op tafel!

Slide 2 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
           Leerdoelen
  1. Je kunt het bijvoeglijk naamwoord in een zin invullen.
  2. Je kunt het scheidbare werkwoord in een zin invullen.


Slide 3 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
het leuke boek.
een .................. boek.
timer
0:20

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

de rustige straat
een.........straat
timer
0:20

Slide 5 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

het lelijke monster.
een .................. monster.
timer
0:20

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

het koude water
.........water
timer
0:20

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Scheidbare werkwoorden?
timer
0:30

Slide 8 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Scheidbaar werkwoord


Deze hond vindt het niet leuk dat we hem uitlachen!

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een scheidbaar werkwoord?
Een scheidbaar werkwoord heeft 2 woorden:
een werkwoord en een ander woord
Meestal is dit een voorzetsel -> (aan, achter, in, om, op, over....)

 
scheibare ww
ander woordje
werkwoord
aankomen
aan
komen
meenemen
mee
nemen
schoonmaken
schoon
maken

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een voorbeeld 
Ik maak de keuken schoon.


Scheidbare werkwoord -> schoonmaken
Werkwoord -> maken
ander woordje -> schoon

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gebruik je een scheidbaar werkwoord?
Je schrijft eerst wie/wat (onderwerp). Dan het werkwoord dat je  aanpast aan de wie/wat. Het andere woord staat op de laatste plaats in de zin:

Ik               maak        de keuken         schoon.
De trein  komt        om 10:00 uur   aan.
Wij            denken   eerst                    na

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik lach hem niet uit!

Wat is het scheidbare werkwoord?
A
lachen
B
uitlachen

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik maak de keuken schoon.

Wat is het scheidbare werkwoord?
A
schoonmaken
B
maken

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met het scheidbare werkwoord.
1. Meenemen - Ik.........mijn boek........
timer
1:00

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met het scheidbare werkwoord
2. uitleggen De meester...........de grammatica..........
timer
1:00

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met het scheidbare werkwoord.
3. voorlezen - Pelin..........uit haar boek...........
timer
1:00

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met het scheidbare werkwoord.
4. opladen - Denzel............zijn laptop........

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met het scheidbare werkwoord.

5. opbellen - Hazan ....... Emanuil vanavond ......

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Twee werkwoorden in de zin?
Dan schrijf je het scheidbare werkwoord als één woord. Het eerste werkwoord pas je aan aan de wie/wat. Het scheidbare werkwoord staat op de laatste plaats in de zin. 

Denzel laadt zijn laptop op.
Denzel  moet  zijn laptop  opladen.

De meester legt de grammatica uit.
De meester gaat  de grammatica uitleggen.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Twee werkwoorden in een zin
  • Bij twee werkwoorden in een zin, komt het scheidbare hele  werkwoord achteraan. Je schrijft het als één woord

Ik wil met je afspreken
Wil je mijn tas meenemen?
Sem wil de taart opeten.
wil
afspreken
wil
meenemen
wil
opeten

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Twee werkwoorden in een zin
Moeten 
opladen
ik
moet
mijn
telefoon
opladen

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Twee werkwoorden in een zin
komen
ophalen
David
komt
de
kinderen
ophalen

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik ga de straat oversteken.

Wat zijn de werkwoorden?
A
ik + ga
B
over + steken
C
ga + oversteken
D
ik + de straat

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De jongen - in bed
(moeten - overgeven)
Maak een goede zin met de zinsdelen
A
De jongen geeft moet over in bed.
B
De jongen geeft over moet in bed.
C
De jongen moet in bed overgeven.
D
De jongen moeten geven over in bed.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hanna - de moeilijke som
(willen - uitleggen)
Maak een goede zin met de zinsdelen
A
Hanna wil uitleggen de moeilijke som
B
Hanna wil de moeilijke som uitleggen.
C
De moeilijke som uitleggen wil Hanna.
D
Hanna wil uitleggen de moeilijke som.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Het kind - de appel
(zullen - opeten)
Maak een goede zin met de zinsdelen.
A
Het kind zal de appel opeten.
B
Het kind de appel zal opeten.
C
Het kind zullen de appel opeten.
D
Het kind de appel zullen opeten.

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hanna - morgen - lekker
(mogen - uitslapen)
Maak een goede zin met de zinsdelen.
A
Hanna mag morgen lekker uitslapen.
B
Hanna mag uitslapen lekker morgen.
C
Hanna mogen morgen lekker uitslapen.
D
Hanna mag lekker uitslapen morgen.

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


De tram - om 1 uur
(zullen - terugkomen)
Maak een goede zin met de zinsdelen.
A
De tram zal terug om 1 uur komen.
B
De tram zullen terugkomen om 1 uur.
C
Terug zal de tram om 1 uur komen.
D
De tram zal om 1 uur terugkomen.

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

           Klare Taal Les 29

Maak oefening 1 t/m 5 op blz.83

Klaar? Controleer je antwoorden met een andere leerling.

Niet in het boek schrijven!!
Laptop dicht en gebruik je woordenboek voor woorden 
die je niet begrijpt.
timer
10:00

Slide 30 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Maak een zin. Denk om de leestekens!

ophalen - moet-mijn kinderen van school- ik



timer
0:30

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin. Denk om de leestekens!

het huiswerk van Sabri- over- schrijft- Burak


timer
0:30

Slide 32 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin. Denk om de leestekens!

uit-zij-nodigen-hun vrienden voor het feest


timer
0:30

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin. Denk om de leestekens!

nadenken - moeten - voor je antwoord geeft - je


timer
0:30

Slide 34 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin. Denk om de leestekens!

de leerlingen - opruimen - aan het eind van de les


timer
0:30

Slide 35 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin. Denk om de leestekens!

meenemen-moeten-hun woordenboek-de leerlingen


timer
0:30

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies