cross

Grammatica: redekundig (les 8)

Welkom!

timer
10:00
Ga rustig zitten, pak je leesboek en start met lezen!
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandshavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom!

timer
10:00
Ga rustig zitten, pak je leesboek en start met lezen!

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

- Terugblik 

- Lesdoelen doornemen 

- Instructie 

- Zelf aan de slag 

  - Opdr. 3 en 4 (p. 121 - 122) 

  - Herhaling/verdieping over de bijstelling + vzv in Lessonup

- Evaluatie 

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik

- Afgelopen lessen hebben we het gehad over de bijstelling.



Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het eind van deze les..

  • ... kun je het voorzetselvoorwerp benoemen.
  • ... kun je uitleggen wat een voorzetselvoorwerp is.

Slide 4 - Tekstslide

Voorzetselvoorwerp
  • Het voorzetselvoorwerp (vzv) begint altijd met een voorzetsel.   Dit voorzetsel is een vast voorzetsel bij een zelfstandig   werkwoord van de zin. 

  • Je kunt het niet of bijna niet vervangen door een ander voorzetsel.

  - In dit vakantiehuisje wemelt het van de enge spinnen.
  - De docente herinnerde mij gelukkig aan de uiterste inleverdatum.


Slide 5 - Tekstslide

VZV vs. BWB
  • Een vzv begint dus - net als de meeste bwb's - met een voorzetsel.

  • Wanneer weet je of je te maken hebt met een VZV of een BWB?

  • Als het voorzetsel letterlijk iets over een plaats/tijd zegt OF als het door een ander voorzetsel vervangen kan worden, dan is het een BWB.
   --> Hij staat stil bij het stoplicht. (= bwb)
   --> Op 4 mei staan we stil bij alle oorlogsslachtoffers. (= vzv)



Slide 6 - Tekstslide

VZV of BWB?

Wij vertrouwen op uw medewerking.
A
Op uw medewerking = vzv
B
Op uw medewerking = bwb

Slide 7 - Quizvraag

VZV of BWB?

Ik slaap het liefst tussen een hoop knuffels.
A
tussen een hoop knuffels = vzv
B
tussen een hoop knuffels = bwb

Slide 8 - Quizvraag

VZV of BWB?

De leerlingen luisteren naar de docent.
A
naar de docent = vzv
B
naar de docent = bwb

Slide 9 - Quizvraag

Formules zinsontleding
Om de zinsdelen te vinden en benoemen (redekundig ontleden heet dat) heb je 'formules' nodig. Dit zijn ze: 

  • Persoonsvorm (pv) - de zin in de verleden tijd zetten of de zin vragend maken 
  • Werkwoordelijk gezegde (wg) - alle werkwoorden in de zin
  • Onderwerp (ow) - wie/wat + werkwoordelijk gezegde?
  • Lijdend voorwerp (lv) - wie/wat + gezegde + onderwerp?
  • Meewerkend voorwerp (mv) - aan wie/voor wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp?
  • Bijwoordelijke bepaling (bwb) - antwoord op de vragen : waarom, wanneer, waarmee, waardoor, hoelang, hoeveel en hoe.

Slide 10 - Tekstslide

Zelf aan de slag!
- Maak opdracht 2 en 3 (blz. 121) en lezen theorie
  op blz. 122 (gele blok).

- Je mag samenwerken, maar wel zachtjes overleggen.

- Klaar? Extra oefenopdrachten + filmpjes in It's Learning.





timer
15:00

Slide 11 - Tekstslide

Extra oefeningen
1.  Bestudeer nogmaals de theorie van grammatica blok 1 en 2.

2. Maak daarna de volgende oefening over de bijstelling:  extra oefening.

3. Af? Ga verder met de blauwe (quiz)vragen.

4. Af?  Ga verder met één van de plusopdrachten (paars).



Slide 12 - Tekstslide

Is hier sprake van een bijstelling?


De directeur, dhr. Swinkels, hield een toespraak in de kantine.
A
Ja
B
Nee

Slide 13 - Quizvraag

Is hier sprake van een bijstelling?


De schaakclub 'Slimme denkers', had vorige week een wedstrijd.
A
Ja
B
Nee

Slide 14 - Quizvraag

Is hier sprake van een bijstelling?


Mireille, mijn buurmeisje, heeft nu ook griep.
A
Ja
B
Nee

Slide 15 - Quizvraag

Is hier sprake van een bijstelling?


Hij is enkele jaren getrouwd geweest.
A
Ja
B
Nee

Slide 16 - Quizvraag

Neem de zin over en voeg een komma toe op de juiste plek. Let op hoofdletters en punten!
Ik kom vaak in Amsterdam onze hoofdstad.

Slide 17 - Open vraag

Neem de zin over en voeg een komma toe op de juiste plek. Let op hoofdletters en punten!
Joram de schat heeft een cadeautje voor me gekocht.

Slide 18 - Open vraag

Neem de zin over en vul ze aan met een of twee bijstellingen.
Angelina Jolie regisseert weer een film.

Slide 19 - Open vraag

Neem de zin over en vul ze aan met een of twee bijstellingen.
Ajax speelt volgende week uit tegen Roda JC.

Slide 20 - Open vraag

Plusopdrachten
-  Maak één of meer van de volgende plusopdrachten: 

    Plusopdracht 1  --------------->
    Plusopdracht 2 --------------->
    Plusopdracht 3 --------------->


Let op! Bij NG, WD, ND en VV vul je in: ''niet''. Deze zinsdelen hoef je nog niet te kennen.

Slide 21 - Tekstslide

Extra oefening
1.  Bestudeer nogmaals de theorie op blz. 121 - 122 of bekijk het             
     instructiefilmpje over het voorzetselvoorwerp (vzv).

2. Maak daarna één of meer van de volgende oefeningen:
     - Oefening vzv (1)           - Oefening vzv (2)
     - Oefening vzv (3)          - Oefening vzv (4)

4. Af?  Ga verder met de plusopdrachten (paars).



Slide 22 - Tekstslide

0

Slide 23 - Video

Plusopdrachten
  1. Maak met de volgende werkwoorden steeds twee zinnen, waarbij het zinsdeel dat begint met het voorzetsel in de ene zin een vzv is en in de de andere zin een bwb.  
    
     - wijken voor
     - wachten op
     - plezier hebben in

2. Af? Maak de volgende plusopdracht: oefening lv-mv-vv-bwb.

Slide 24 - Tekstslide

Weet je nu hoe je een bijstelling kunt vinden in een zin?
A
Ja
B
Nee
C
Meestal wel

Slide 25 - Quizvraag

Leg in je eigen woorden uit wat een bijstelling is. Maak evt. gebruik van een voorbeeld.

Slide 26 - Open vraag

Omschrijf in één woord wat je van de les vond.

Slide 27 - Open vraag