Semaine 23 (7 en 8 juni)

La semaine 23: le dix-sept, le dix-huit et le dix-neuf mai

5.3 uitleg apprendre 3 en mk ex. 8a t/m c 
5.4 ex. 9a, 10, 11, 12 
5.4 ex. 13, 14 apprendre 4

1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

La semaine 23: le dix-sept, le dix-huit et le dix-neuf mai

5.3 uitleg apprendre 3 en mk ex. 8a t/m c 
5.4 ex. 9a, 10, 11, 12 
5.4 ex. 13, 14 apprendre 4

Slide 1 - Tekstslide

Le programme d'aujourd'hui:
Vandaag: herhalen, vragen stellen etc.
1. Questions?
2. Herhalen regelm werkwoorden en behandelen:  ww. op -ir
3. Oefenen
4. Samen of alleen mk 6.3  ex. 8a t/m c
5.  Faire: Unité 5: ler.  apprendre 3 en mk ex. 8a t/m c

Slide 2 - Tekstslide

Le but d'aujourd'hui: 
Pouvoir utiliser le verbe voir
Het werkwoord voir kunnen toepassen

Slide 3 - Tekstslide

LE VERBE FRANCAIS

Slide 4 - Tekstslide

Les verbes réguliers 
Er zijn 3 groepen regelmatige werkwoorden:
verbes en -er
verbes en -re
verbes en -ir

Slide 5 - Tekstslide

verbes réguliers présent

 
PARLER 
Je parl e 
Tu parl es 
Il parl e 
Elle parl e 
On parl e 
Nous parl ons 
Vous parl ez 
Ils parl ent 
Elles parl ent 

J'ai parl é

VENDRE 
Je vend s 
Tu vend s 
Il vend 
Elle vend 
On vend 
Nous vend ons 
Vous vend ez 
Ils vend ent 
Elles vend ent

J' ai vend u
FINIR
Je finis 
Tu fini s 
Il fini t 
Elle fini t 
On fini t 
Nous fini ssons 
Vous fini ssez 
Ils fini ssent
Elles fini ssent 

J'ai fin i

Slide 6 - Tekstslide

verbes réguliers passé composé
De passé composé bestaat altijd uit twee onderdelen:
1  Een vorm van avoir of être (het hulpwerkwoord)
2  Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord van de ww op –er eindigt op - é
 
J’ai parlé
Het voltooid deelwoord van de ww op –re eindigt op -u
   
J’ai vendu
Het voltooid deelwoord van de ww op –ir eindigt op  -i
    
J’ai fini 

 Om de passé composé te maken moet je goed
de hulpwerkwoorden 
AVOIR en ÊTRE kennen!!

Slide 7 - Tekstslide

Vous êtes prêts?
Nu volgen een paar vragen om te kijken of je het begrepen hebt.
Bonne chance!!!!

Slide 8 - Tekstslide

e
ons
e
es
ez
ent
Nous + stam-
Vous + stam-
Ils + stam-
Je + stam-
Tu + stam-
Il + stam-

Slide 9 - Sleepvraag

Het werkwoord remplir in de tegenwoordige tijd. Combineer de juiste vormen.
Je
Tu
Il/Elle/On
Nous

Vous
Ils/Elles
remplis
remplissent
remplit
remplissez
remplissons
remplis

Slide 10 - Sleepvraag

Welke uitgangen horen bij welke groep werkwoorden?
-ER
-IR
-RE
timer
1:00
-ER
-IR
-RE
-e
-es
-e
-ons
-ez
-ent
-is
-is
-it
-issons
-issez
-issent
-s
-s
- -
-ons
-ez
-ent

Slide 11 - Sleepvraag

Dus: Uit welke twee elementen bestaat de passé composé in het Frans?
Sleep die twee elementen naar het juiste vakje
+ 
Vorm van het hulpwerkwoord être
Vorm van het hulpwerkwoord avoir
Heel werkwoord
Voltooid deelwoord

Slide 12 - Sleepvraag

Hoe maak je het voltooid deelwoord in het Fransbij een regelmatig werkwoord op -er ? Zet de stappen in de juiste volgorde
- Haal de -r weg
- Pak het hele werkwoord
- Plaats een accent aigu (é) op de laatste e

Slide 13 - Sleepvraag

Maak de vormen van de passé composé van het werkwoord aimer.
Je/j'
Tu
Il/elle/on
Nous
Vous
Ils/elles
aimé
aimé
aimé
aimé
aimé
aimé
avons
avez
ont
as
a
ai

Slide 14 - Sleepvraag

voir   zien
Présent 
je vois
tu vois
il; elle voit
nous voyons
vous voyez
ils; elles voient
Passé Composé 
j`ai vu
tu as vu
il; elle a vu
nous avons vu
vous avez vu
ils; elles ont vu

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Het werkwoord voir in de tegenwoordige tijd. Combineer de juiste vormen.
Je
Tu
Il/Elle/On
Nous

Vous
Ils/Elles
vois
voient
voit
voyez
voyons
vois

Slide 17 - Sleepvraag

Slide 18 - Link

En nu jij, et maintenant c'est à toi: 


Devoirs: 6.3 uitleg apprendre 3 
                  en mk ex. 8a t/m c (van Unité 6)

Slide 19 - Tekstslide

Le programme d'aujourd'hui:
Vandaag: herhalen, vragen stellen etc.
1. Questions?
2. Herhalen ww. op -ir
3. Bespreken apprendre 4 
4. Samen of alleen luisteren dialogen, mk ex. 5.4 ex. 9a,10,11,12,13,14 
5.  Faire: Unité 5: ler.  apprendre 4 en mk ex. 9a,10,11,12,13,14 

Slide 20 - Tekstslide

Le but d'aujourd'hui: 
Pouvoir utiliser le verbe voir
Het werkwoord voir kunnen toepassen

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Link

Slide 23 - Tekstslide

Lekker zelfstandig aan het werk :
mk ex. 9a,10,11,12,13,14 

Of samen met mij.. we werken silencieux... 
timer
15:00

Slide 24 - Tekstslide