cross

Semaine 20 (17 - 21 mai)

La semaine 20: le dix-sept, le dix-huit et le dix-neuf mai

5.3 uitleg apprendre 3 en mk ex. 8a t/m c 
5.4 ex. 9a, 10, 11, 12 
5.4 ex. 13, 14 apprendre 4

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
FransVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

La semaine 20: le dix-sept, le dix-huit et le dix-neuf mai

5.3 uitleg apprendre 3 en mk ex. 8a t/m c 
5.4 ex. 9a, 10, 11, 12 
5.4 ex. 13, 14 apprendre 4

Slide 1 - Tekstslide

Le programme d'aujourd'hui:
Vandaag: herhalen, vragen stellen etc.
1. Questions?
2. Herhalen regelm werkwoorden en behandelen:  voir
3. Oefenen
4. Samen of alleen mk 5.3  ex. 8a t/m c
5.  Faire: Unité 5: ler.  apprendre 3 en mk ex. 8a t/m c

Slide 2 - Tekstslide

Le but d'aujourd'hui: 
Pouvoir utiliser le verbe voir
Het werkwoord voir kunnen toepassen

Slide 3 - Tekstslide

LE VERBE FRANCAIS

Slide 4 - Tekstslide

Les verbes réguliers 
Er zijn 3 groepen regelmatige werkwoorden:
verbes en -er
verbes en -re
verbes en -ir

Slide 5 - Tekstslide

verbes réguliers présent

 
PARLER 
Je parl
Tu parl es 
Il parl
Elle parl
On parl
Nous parl ons 
Vous parl ez 
Ils parl ent 
Elles parl ent 

J'ai parl é

VENDRE 
Je vend
Tu vend s 
Il vend 
Elle vend 
On vend 
Nous vend ons 
Vous vend ez 
Ils vend ent 
Elles vend ent

J' ai vend u
FINIR
Je fini 
Tu fini s 
Il fini 
Elle fini t 
On fini 
Nous fini ssons 
Vous fini ssez 
Ils fini ssent
Elles fini ssent 

J'ai fin i

Slide 6 - Tekstslide

verbes réguliers passé composé
De passé composé bestaat altijd uit twee onderdelen:
1  Een vorm van avoir of être (het hulpwerkwoord)
2  Het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord van de ww op –er eindigt op - é
 
J’ai parlé
Het voltooid deelwoord van de ww op –re eindigt op -u
   
J’ai vendu
Het voltooid deelwoord van de ww op –ir eindigt op  -i
    
J’ai fin

 Om de passé composé te maken moet je goed
de hulpwerkwoorden 
AVOIR en ÊTRE kennen!!

Slide 7 - Tekstslide

Vous êtes prêts?
Nu volgen een paar vragen om te kijken of je het begrepen hebt.
Bonne chance!!!!

Slide 8 - Tekstslide

e
ons
e
es
ez
ent
Nous + stam-
Vous + stam-
Ils + stam-
Je + stam-
Tu + stam-
Il + stam-

Slide 9 - Sleepvraag

Het werkwoord remplir in de tegenwoordige tijd. Combineer de juiste vormen.
Je
Tu
Il/Elle/On
Nous

Vous
Ils/Elles
remplis
remplissent
remplit
remplissez
remplissons
remplis

Slide 10 - Sleepvraag

Welke uitgangen horen bij welke groep werkwoorden?
-ER
-IR
-RE
timer
1:00
-ER
-IR
-RE
-e
-es
-e
-ons
-ez
-ent
-is
-is
-it
-issons
-issez
-issent
-s
-s
- -
-ons
-ez
-ent

Slide 11 - Sleepvraag

Dus: Uit welke twee elementen bestaat de passé composé in het Frans?
Sleep die twee elementen naar het juiste vakje
Vorm van het hulpwerkwoord être
Vorm van het hulpwerkwoord avoir
Heel werkwoord
Voltooid deelwoord

Slide 12 - Sleepvraag

Hoe maak je het voltooid deelwoord in het Fransbij een regelmatig werkwoord op -er ? Zet de stappen in de juiste volgorde
- Haal de -r weg
- Pak het hele werkwoord
- Plaats een accent aigu (é) op de laatste e

Slide 13 - Sleepvraag

Maak de vormen van de passé composé van het werkwoord aimer.
Je/j'
Tu
Il/elle/on
Nous
Vous
Ils/elles
aimé
aimé
aimé
aimé
aimé
aimé
avons
avez
ont
as
a
ai

Slide 14 - Sleepvraag

Les verbes irréguliers
Nu gaan jullie het onregelmatige werkwoord: voir = zien leren.
Van deze werkwoorden moet je
présent 
passé composé 
kennen

Slide 15 - Tekstslide

voir   zien
Présent 
je vois
tu vois
il; elle voit
nous voyons
vous voyez
ils; elles voient
Passé Composé 
j`ai vu
tu as vu
il; elle a vu
nous avons vu
vous avez vu
ils; elles ont vu

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Het werkwoord voir in de tegenwoordige tijd. Combineer de juiste vormen.
Je
Tu
Il/Elle/On
Nous

Vous
Ils/Elles
vois
voient
voit
voyez
voyons
vois

Slide 18 - Sleepvraag

Slide 19 - Link

En nu jij, et maintenant c'est à toi: 


Devoirs: 5.3 uitleg apprendre 3 
                  en mk ex. 8a t/m c

Slide 20 - Tekstslide

Le programme d'aujourd'hui:
Vandaag: herhalen, vragen stellen etc.
1. Questions?
2. Herhalen voir
3. Bespreken apprendre 4 
4. Samen of alleen luisteren dialogen, mk ex. 5.4 ex. 9a,10,11,12,13,14 
5.  Faire: Unité 5: ler.  apprendre 4 en mk ex. 9a,10,11,12,13,14 

Slide 21 - Tekstslide

Le but d'aujourd'hui: 
Pouvoir utiliser le verbe voir
Het werkwoord voir kunnen toepassen

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Link

Slide 24 - Tekstslide

Lekker zelfstandig aan het werk :
mk ex. 9a,10,11,12,13,14 

Of samen met mij.. we werken silencieux... 
timer
15:00

Slide 25 - Tekstslide