Lezen 4.3 NE

Welkom!
1
WELKOM!
2
Boek- studiewijzer/mapje 
Pak alvast je spullen
Log in


Talent digitaal
 Toets bespreken

Lezen H.4.3 blz.
24
Aantekeningen schrift
Laptop
Etui en je leesboek
3
4
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom!
1
WELKOM!
2
Boek- studiewijzer/mapje 
Pak alvast je spullen
Log in


Talent digitaal
 Toets bespreken

Lezen H.4.3 blz.
24
Aantekeningen schrift
Laptop
Etui en je leesboek
3
4

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Je kunt tekst doelen herkennen
Je weet wat de kernzin is
Je herkent tekstsoorten
Je weet wat een lay-out is
Je weet wat een leespubliek is

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Tekstsoort+ doel
tekstsoort
tekstdoel
voorbeeld
informatie
informeren
nieuws-krant
tekst met mening
overtuigen
recensie
activerende tekst
activeren
aansporen
reclame
vermaak
amuseren
strip/leesboek

Slide 8 - Tekstslide

beeld-opmaak
Beeld-opmaak= LAY-OUT =manier waarop de tekst is vormgegeven. (heeft een doel)
Hoe:
  • verdeling tekst over blz.
  • soort-grootte letters
  • gebruik van kleuren
  • plaatjes
Huisstijl- bedrijven hebben eigen manier van vormgeven en passen dat altijd toe. Ook vaak een logo.

Slide 9 - Tekstslide

Opdrachten 4.3 blz.24
maken:  1 -2-4-5- 8-9-10-11-12

Slide 10 - Tekstslide

Welkom!
1
WELKOM!
2
Boek- studiewijzer/mapje 
Pak alvast je spullen
Log in


Talent digitaal
 Pecha Kucha

Lezen H.4.3 blz.
24
Aantekeningen schrift
Laptop
Etui en je leesboek
3
4

Slide 11 - Tekstslide


 Welk woord hoort op het stippellijntje?
 In een tekst zijn er ...... tussen woorden,  
 zinnen en alinea’s.
 

 Vraag 1 van 10
A
leestekens
B
teksten
C
verbanden
D
regels

Slide 12 - Quizvraag


 Maak de zin af.
 Aan een signaalwoord kun je zien ...
 Vraag 4 van 10
A
uit hoeveel alinea’s de tekst bestaat.
B
wat voor soort zin er in de tekst staat.
C
uit hoeveel zinnen de tekst bestaat.
D
wat voor soort verband er in de tekst staat.

Slide 13 - Quizvraag


 Wat is geen voorbeeld van een  
 tekstverband?
 Vraag 5 van 10
A
opsomming
B
tegenstelling
C
reden
D
kernzin

Slide 14 - Quizvraag


 Op welk tekstverband wijzen de   
 signaalwoorden maar, toch en echter?
 Vraag 6 van 10
A
opsomming
B
tegenstelling
C
reden
D
conclusie

Slide 15 - Quizvraag


 Op welk tekstverband wijzen de  
 signaalwoorden want, immers en namelijk?
 Vraag 8 van 10
A
reden
B
opsomming
C
conclusie
D
tegenstelling

Slide 16 - Quizvraag


  Welk tekstverband geeft het  signaalwoord: omdat?

Slide 17 - Open vraag

KERNZINNEN
  • in een kernzin zet een schrijver vaak het belangrijkste van de alinea = de hoofdzaak
  • andere zinnen bevatten bijzaken (voorbeeld of uitleg)

  •  kernzin is vaak de eerste of de laatste zin van de alinea

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Opdrachten 4.3 lezen
maken: 10-t/m 16
klaar: opdr. 17 in duo's
Numo.nl

Begeleid instructie: opdr. 13 t/m16

Slide 20 - Tekstslide

Noteer het signaalwoord voor tegenstelling uit alinea 2

Slide 21 - Open vraag

Wat is het verband tussen alinea 4 en 5?

Slide 22 - Open vraag