VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
EXAMENTRAINING
Ritme en maat: zo pak je examenvragen aan
VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
EXAMENTRAINING
Ritme en maat: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Paco from Badajoz / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan een ritme volgen en bij een luisterfragment de maatsoort en ritmische begrippen herkennen.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN
1. Lees: wat wordt er gevraagd: een maatsoort, een begrip of een aantal tellen?
2. Luister: tik zachtjes mee met de beat en let op welke tel het zwaarst klinkt.
3. Tel: tel hoeveel tellen er in een maat zitten: twee, drie of vier.
4. Kies: kies het antwoord dat bij jouw telling past en luister nog één keer om te controleren.
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
VRAAGTYPE 1: NOTENWAARDEN EN RUSTEN
Je rekent met notenwaarden en rusten. Tel de tellen bij elkaar op.
Een punt maakt de noot de helft langer.
Een verbindingsboog telt de tellen van twee noten bij elkaar op.
Deze slide heeft geen instructies
Een maat bevat: halve noot, kwartnoot, kwartrust. Hoeveel tellen is dat?
4 tellen
3 tellen
5 tellen
2 tellen
Halve noot 2 tellen, kwartnoot 1 tel en kwartrust 1 tel: samen 4 tellen. Wie 3 tellen kiest, telt de rust niet mee.
Kwartnoot + verbindingsboog + achtste noot: hoeveel tellen klinkt dat?
1 tel
2 tellen
1½ tel
½ tel
Een kwartnoot is 1 tel en een achtste noot een halve tel. Samen klinkt dat 1½ tel als één noot. Wie 2 tellen kiest, rekent met twee kwartnoten.
Een marcherende band tijdens een optocht in Pawtucket (2025)
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
VRAAGTYPE 2: DE MAATSOORT HOREN
Je luistert naar een fragment en bepaalt de maatsoort.
Voel je steeds twee of vier tellen? Dan is de maat tweedelig, zoals 2/4 of 4/4.
Voel je steeds drie tellen? Dan is de maat driedelig, zoals 3/4.
Image credit: Kenneth C. Zirkel / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Video: Johann Strauss I: Radetzky-Marsch, The Philadelphia Orchestra o.l.v. Eugene Ormandy, kanaal The Philadelphia Orchestra - Topic (Sony Classical). Wat leerlingen horen: een mars. Je telt links, rechts, links, rechts: twee tellen per maat (2/4). Goede antwoord: tweedelig, zoals bij 2/4. Wie driedelig kiest, verwart dit met een wals.
Is de maat in dit fragment tweedelig of driedelig?
Driedelig, zoals bij 3/4
Eerst tweedelig, dan driedelig
Tweedelig, zoals bij 2/4
Eerst driedelig, dan tweedelig
Goed: een mars met twee tellen per maat (2/4). De andere antwoorden gaan over een wals of een maatwisseling, en die hoor je hier niet.
Video: Frederic Chopin: Minutenwals (Valse op. 64 nr. 1), Arthur Rubinstein, kanaal Arthur Rubinstein - Topic (label Daxa production). Wat leerlingen horen: een snelle pianowals. Je telt 1-2-3, 1-2-3, steeds met een lichte nadruk op de eerste tel. Goede antwoord: 3/4. Wie 2/4 of 4/4 kiest, hoort steeds twee of vier tellen in plaats van drie.
Welke maatsoort hoor je in dit fragment?
3/4
2/4
4/4
6/8
Goed: een wals in 3/4. Je telt 1-2-3. Wie 2/4 of 4/4 kiest, voelt een mars in plaats van een wals.
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
VRAAGTYPE 3: RITMISCHE BEGRIPPEN HOREN
Je hoort een ritmisch begrip in de muziek en moet het benoemen.
Begrippen: syncope, ritmisch ostinato, break, fill en triool.
Deze slide heeft geen instructies
Video: Scott Joplin: Maple Leaf Rag, pianorolopname (uitvoerder niet vermeld), kanaal Scott Joplin - Topic (label Old Style). Wat leerlingen horen: ragtime op piano, met een regelmatige begeleiding links en een melodie rechts die vaak tussen de tellen begint en doorklinkt. Goede antwoord: syncope. Wie triool kiest, let op het tempo in plaats van op de plaats van de noten ten opzichte van de tel.
Welk ritmisch begrip hoor je steeds in de melodie van dit fragment?
Triool
Break
Fill
Syncope
Goed: syncope. In ragtime begint de melodie vaak tussen de tellen en klinkt door over de volgende tel. Wie triool kiest, let niet op de plaats van de noten ten opzichte van de tel.
Wat gebeurt er bij een break?
Een ritme wordt steeds herhaald
De begeleiding stopt en een solist speelt door
De maatsoort verandert
Er klinkt een korte figuur tussen twee delen
Goed: bij een break stopt de begeleiding en speelt de solist door. Het herhaalde ritme is een ritmisch ostinato en de korte figuur tussendoor is een fill.
Een drumstel op een podium in Harrisonburg (2008)
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
VRAAGTYPE 4: BEAT, BACKBEAT EN OPMAAT
Je herkent de beat en de backbeat en weet waar de nadruk valt.
Backbeat: de tweede en de vierde tel krijgen de nadruk.
Image credit: Artaxerxes / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Video: Mark Ronson: Uptown Funk ft. Bruno Mars (Official Video), kanaal Mark Ronson. Wat leerlingen horen: een funkgroove in 4/4 met een duidelijke snaredrum op de tweede en vierde tel. Goede antwoord: tel 2 en 4. Laat leerlingen de maat meetellen (1, 2, 3, 4) en horen waar de snaredrum klinkt.
Op welke tellen valt de backbeat in dit fragment?
Op tel 2 en 4
Op tel 1 en 3
Alleen op tel 1
Op alle vier de tellen
Goed: de snaredrum klinkt op tel 2 en 4. Wie tel 1 en 3 kiest, wijst de bassdrum aan in plaats van de backbeat.
Een kort begin vóór de eerste tel van de eerste maat. Hoe heet dat?
Een break
Een fill
Een opmaat
Een maatwisseling
Goed: een opmaat is een kort begin vóór de eerste tel van de eerste maat. Een break en een fill klinken midden in een stuk.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Notenwaarden en rusten
De maatsoort horen
Ritmische begrippen horen
Beat, backbeat en opmaat
Bespreek de uitslag en speel bij het lastigste vraagtype nog een fragment af. Laat leerlingen eerst meetikken voordat ze antwoorden.
♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT
TIPS VOOR OP HET EXAMEN
Tik of tel altijd mee met de beat voordat je antwoord kiest.
Luister een fragment liefst twee keer: eerst voor de maat, dan voor het begrip.
Reken bij notenwaarden steeds in tellen en vergeet de rusten niet.
Een punt maakt een noot de helft langer, een verbindingsboog telt de noten op.
Deze slide heeft geen instructies