Ritme en maat (Muziek vwo), les 2: Examentraining

VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

EXAMENTRAINING

Ritme en maat: zo pak je examenvragen aan

1 / 20
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining ritme en maat voor vwo met drie luistervragen (onregelmatige maat, syncope, four on the floor) en vragen over hemiool, complementair ritme, half time en vergroting.

Onderdelen in deze les

VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

EXAMENTRAINING

Ritme en maat: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Hans Bernhard (Schnobby) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan bij luisterfragmenten maat, ritmische figuren en groove herkennen en ritmes interpreteren en aanvullen.

Deze slide heeft geen instructies

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: welk begrip of kenmerk wordt gevraagd? Let op woorden als tegelijk, steeds of alleen.

  • 2. Tik mee: zoek de puls en tel de tellen per maat tijdens het eerste luisteren.

  • 3. Analyseer: luister de tweede keer op het gevraagde kenmerk: groepering, accenten, verdeling of bassdrum.

  • 4. Toets: past je antwoord bij het hele fragment en sluit het ook de andere opties uit?

Deze slide heeft geen instructies

Dave Brubeck, pianist van het Dave Brubeck Quartet, 1977

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

VRAAGTYPE 1: MAAT EN ACCENTEN ANALYSEREN

  • Je telt de groepering van de tellen en hoort waar de maataccenten vallen.

  • Onregelmatig kan ook als 2+2+2+3 klinken.

  • Een hemiool verschuift de accenten zonder dat de maataanduiding verandert.

Image credit: Bert Verhoeff voor Anefo / Wikimedia Commons, CC0

Video: Dave Brubeck Quartet: Blue Rondo a la Turk, kanaal Dave Brubeck Quartet - Topic. Wat leerlingen horen: een pianothema met negen achtsten per maat, verdeeld in groepjes van 2, 2, 2 en 3. Je kunt niet gewoon 1-2-3 of 1-2 meetellen: de maataanduiding is onregelmatig. Goede antwoord: onregelmatig. Laat leerlingen meetellen met 'een-twee, een-twee, een-twee, een-twee-drie'.

Welke maataanduiding hoor je in dit fragment?

A

Onregelmatig

B

Tweedelig

C

Driedelig

D

Een maatwisseling na elke maat

Negen achtsten per maat in groepjes 2+2+2+3 geven een onregelmatige maataanduiding. Wie driedelig kiest, hoort drie groepen van drie en mist het korte slot van twee.

Twee maten 3/4 klinken met accenten op elke tweede tel. Wat is dit?

A

Polymetriek

B

Een tegenaccent

C

Een hemiool

D

Een maatwisseling

De maataanduiding blijft 3/4, alleen de accenten schuiven op: hemiool. Polymetriek is twee maatsoorten tegelijk. Wie maatwisseling kiest, vergeet dat de aanduiding gelijk blijft.

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

VRAAGTYPE 2: FIGUREN EN STIJL HERKENNEN

  • Je koppelt wat je hoort aan een begrip uit de syllabus.

  • Syncope hoort bij ragtime (ragged time) en jazz.

  • Bij complementair ritme vullen partijen elkaar aan.

Deze slide heeft geen instructies

Video: Scott Joplin: The Easy Winners, kanaal Scott Joplin - Topic. Wat leerlingen horen: ragtime op piano. De linkerhand speelt een regelmatige begeleiding, de rechterhand speelt noten die tussen de tellen beginnen en doorklinken. Dat zijn syncopen, in de jazzgeschiedenis ook ragged time genoemd. Goede antwoord: syncope (ragged time). Veelgemaakte fout: motorisch ritme kiezen omdat het snel klinkt, maar de melodie loopt juist tegen de tel in.

Welk begrip past bij de melodie boven de regelmatige begeleiding?

A

Hemiool

B

Motorisch ritme

C

Syncope (ragged time)

D

Vrij ritme

De melodie begint tussen de tellen en klinkt door: syncope, in de ragtime ragged time. Wie motorisch ritme kiest, let op de snelheid en niet op de plaats van de noten.

Twee trommelaars spelen om beurten en vormen samen een ritme. Welk begrip?

A

Complementair ritme

B

Polyritmiek

C

Een ritmisch ostinato

D

Een hemiool

Partijen die elkaars rusten opvullen vormen een complementair ritme. Bij polyritmiek klinken verschillende ritmes juist tegelijk. Wie ostinato kiest, let op herhaling en niet op het aanvullen.

Backbeat, half time en four on the floor

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

VRAAGTYPE 3: GROOVE EN BEAT BEOORDELEN

  • Je hoort welke tellen de bassdrum en de snaredrum krijgen.

  • Four on the floor is de bassdrum op elke tel.

  • Bij half time klinkt de snaredrum alleen op tel 3.

Image credit: Eigen afbeelding

Video: Daft Punk: One More Time (Official Audio), kanaal Daft Punk. Wat leerlingen horen: een danceproductie met een stevige bassdrum die op elke tel klinkt, met losse hi-hatslagen op de tussenliggende achtsten. Dat is four on the floor. Goede antwoord: op elke tel. Laat leerlingen meestampen: elke stamp valt op een tel.

Op welke tellen klinkt de bassdrum in dit fragment?

A

Alleen op tel 1 en 3

B

Alleen op tel 2 en 4

C

Alleen op tel 3

D

Op elke tel

De bassdrum klinkt op elke tel, dus four on the floor. Wie tel 1 en 3 kiest, denkt aan een gewoon rockritme. Tel 2 en 4 hoort bij de snaredrum.

De snaredrum klinkt alleen op tel 3 van een 4/4 maat. Welk begrip past?

A

Backbeat

B

Half time

C

Four on the floor

D

Een hemiool

Alleen tel 3 voor de snaredrum is half time. De backbeat valt op tel 2 en 4. Wie four on the floor kiest, verwart de snaredrum met de bassdrum.

Kleine notenwaarden en hun duur in tellen

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

VRAAGTYPE 4: RITME INTERPRETEREN EN AANVULLEN

  • Je beschrijft wat er met een ritme gebeurt of vult een maat aan.

  • Vergroting maakt alle waarden langer, verkleining korter.

  • Reken in de teleenheid: in 6/8 is dat de achtste noot.

Image credit: Eigen afbeelding

Een motief wordt twee keer zo lang: achtsten worden kwarten. Welke bewerking?

A

Ritmische vergroting

B

Ritmische verkleining

C

Ritmische verdichting

D

Ritmische verdunning

Alle notenwaarden worden twee keer zo lang: vergroting. Verdunning betekent minder noten, niet langere noten. Wie verkleining kiest, draait de richting om.

In 6/8 staan een kwartnoot met punt en twee achtsten. Welke noot vult de maat?

A

Een kwartnoot

B

Een kwartnoot met punt

C

Een achtste noot

D

Een zestiende noot

Zes achtsten per maat: de kwartnoot met punt is drie achtsten, de twee achtsten zijn twee, dus er mist een achtste. Wie een kwartnoot kiest, maakt de maat te lang.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Maat en accenten analyseren

2

Ritmische figuren en stijl herkennen

3

Groove en beat beoordelen

4

Ritme interpreteren en aanvullen

Bespreek de uitslag en laat leerlingen die het lastig vinden het fragment opnieuw beluisteren met meetikken en meetellen.

♪ VAKTHEORIE · RITME EN MAAT

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Zoek eerst de puls en tik mee: elke analyse begint bij de tellen.

  • Tel de groepering bij een onregelmatige of samengestelde maat: 2+2+2+3 klinkt anders dan 3+3+3.

  • Controleer bij een begrip met poly- of half-: gaat het om tegelijk klinkende lagen of om verschuivende accenten?

  • Gebruik de begrippen uit de syllabus: hemiool, polyritmiek, polymetriek, tactus, four on the floor.

Deze slide heeft geen instructies